media Flashcards

(51 cards)

1
Q

communicatie

A

een bepaalde boodschap aan iemand doorgeven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

medium

A

een middel om informatie te versturen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

feedback

A

een reactie geven op de boodschap die je ontvangt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

massacommunicatie

A

communicatie waarbij grote groepen mensen op hetzelfde moment een boodschap ontvangen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

massamedia

A

media die zich met hun boodschap tot grote groepen mensen tegelijk richten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

mediawijsheid

A

je bent als ontvanger kritisch over media

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

noem de communicatie vormen

A

verbaal of non-verbaal
eenzijdig of tweezijdig
persoonlijk of massaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

sociale media

A

alle internetmedia waarop je zelf informatie kunt delen met anderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

data

A

verzameling van gegevens

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

selectieve waarneming

A

je kiest zelf wat je wilt zien of wilt horen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

redactie

A

een professionele groep mensen die bepaalt wat er in een krant, tijdschrift of programma komt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

doelgroep

A

een groep mensen met gemeenschappelijke kenmerken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

informatieve functie

A

het verspreiden van informatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

educatieve functie

A

iets onbewust of bewust leren van de informatie die je via media ontvangt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

opinierende functie

A

door de media te volgen kun je je eigen mening vormen over maatschappelijke kwesties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

amuserende functie

A

zorgen voor vermaak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

infotainment

A

de combinatie van informatie en amusement

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

sociale functie

A

het onderhouden van contacten met vrienden of kennissen via media

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

politieke agenda

A

de onderwerpen waarmee de politiek zich bezig houdt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

controle- of waakhondfunctie

A

het volgen en controleren van de politici in de media

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

cultuur

A

alle waarden en normen en andere aangeleerde kenmerken van een groep

22
Q

socialiserende functie

A

het doorgeven en verspreiden van cultuur

23
Q

wat zijn de functies voor het individu

A
  • de informatieve functie
  • de educatieve functie
  • de opinierende functie
  • de amuserende functie
  • de sociale functie
24
Q

wat zijn de functies voor de samenleving

A
  • democratische besluitvorming
  • cultuuroverdracht
25
vrijheid van meningsuiting
je mag zeggen en schrijven wat je wilt, prive of openbaar
26
persvrijheid
de media in ons land mogen bijna alles schrijven en laten zien.
27
censuur
artikelen van journalisten worden vooraf gecontroleerd en soms aangepast
28
pluriformiteit
veel verschillende media bestaan waarin veel verschillende meningen aan bod komen
29
imago
het beeld dat je bij dat product in je hoofd hebt
30
persbureau
bedrijven die nieuws verzamelen via hun eigen journalisten
31
selectiecriteria
de regels die de journalisten hanteren om een keuze te maken uit het aanbod van nieuws
32
commercieel belang
zo veel mogelijk geld willen verdienen
33
objectiviteit
een beschrijving van gebeurtenissen die klopt met de werkelijkheid en niet gekleurd is door een eigen mening
34
hoor en wederhoor
journalisten laten de verschillende partijen aan het woord
35
bron
degene die de journalist informatie geeft
36
selectieve perceptie
het feit dat iemand bewuste of onbewuste keuzes maakt bij het waarnemen
36
welke dingen letten redacties op bij een selectie maken van nieuws
- de actualiteit - de bijzonderheid van een gebeurtenis - de nabijheid van een nieuwfeit - de doelgroep en het commerciele belang
37
noem de criteria om objectief te blijven
- een scheiding tussen meningen en feiten - passende woorden en beelden kiezen - hoor en wederhoor toepassen - meerdere bronnen gebruiken
38
injectienaaldtheorie
een medium wordt voorgesteld als een injectienaald, die het publiek volspuit met bepaalde ideeen
39
manipulatie
vervormde informatie geven zonder dat het publiek dit merkt
40
indoctrinatie
het systematisch en voortdurend opdringen van bepaalde opvattingen en meningen aan het publiek
41
framingtheorie
er vanuit gaan dat de media een onderwerp op een bepaalde manier belicht
42
theorie van de selectieve perceptie
benadrukt de macht van mediagebruikers
43
agendatheorie
zegt dat de media bepaald waarover mensen denken en gesprekken voeren
44
wat zijn de verschillende beinvloedingstheorieen
- de injectienaald theorie - de framing theorie - de theorie van de selectieve perceptie - agendatheorie
45
verbale communicatie
gesproken en geschreven woorden
46
non-verbale communicatie
bijv. een schilderij, tatoeage, stoplicht of lichaamstaal
47
eenzijdige communicatie
je kunt niet direct reageren op de informatie die je ontvangt
48
tweezijdige communicatie
je bent de zender en ontvanger tegelijk
49
persoonlijke communicatie
zender en ontvanger(s) kennen elkaar
50
massacommunicatie
communicatie waarbij grote groepen mensen op hetzelfde moment een boodschap ontvangen