NT2 Flashcards

(558 cards)

1
Q

to apply for a job

A

solliciteren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

to have a meeting

A

vergaderen (morgen moeten we vergaderen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

guidance / supervision

A

begeleiding (ik kreeg een vegeleiding van mijn docent)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

salary / wages

A

het loon (zijn loon is hoger dan dat van zijn collega)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

mandatory / required

A

verplicht (het dragen van een helm is verplicht)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

add smth

A

erbij doen (ik doe zuiker erbij)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

put it on top

A

eop doen (wat doe je erop op je brood?)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

simple

A

eenvoudig.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

consultation / meeting

A

het overleg (na veel overleg hebben we besloten …)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

promise

A

beloven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

assess

A

beoordelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

I advice you to decide fast

A

Ik adviseer u om snel te beslissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

If I were you, I would put more warm clothes

A

Als ik jou was zou ik iets warmers aantrekken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

first after after finally

A

eerst daarna vervolgens ten slotte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

in addition.

A

bovendien, verder, ook

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

opsommingswoorden

A

bovendien
daarnaast
verder

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

walk

A

lopen (loop ten slotte het laatste stukje)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

throw away garbage

A

het vuilnis buiten zetten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

ручка

A

de pen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

карандаш

A

het potlood

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

ластик

A

de gum

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

скрепки

A

de paperclips

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

маркеры

A

de markers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

ножницы

A

de schaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
линейка
de liniaal
26
калькулятор
de rekenmachine
27
тетрадь (в кт писать в школе)
het schrift
28
клавиатура
het toetsenbord
29
мышка
de muis
30
монитор
het beeldscherm
31
агенда, планировщик
de agenda
32
стикер, этикетка
het etiket
33
headphones
de koptelefoon
34
телефон
de telefoon
35
register for the course
Inschrijven Ik wil me inschrijven voor de cursus
36
sign the doс
ondertekenen
37
написать на бумаге, write down
Opschrijven Kun je je naam opschrijven?
38
добавить, расширить
Aanvullen Kun je haar tips aanvullen? Ik moet mijn woordenlijst aanvullen.
39
заполнить
invullen (formulier invullen)
40
напечатать на клавиатуре, занести
intypen
41
описать
beschrijven (de persoon beschrijven)
42
записать
noteren (ik zal uw naam noteren)
43
записки
aantekeningen
44
сдать examen
examen halen
45
сдавать examen
examen doen examen maken
46
делать пометки
aantekeningen maken
47
урок
de les
48
classroom
het lokaal
49
домашняя работа
het huiswerk
50
обращаться с, лечить
behandelen
51
кухня
de keuken
52
школьная доска
het bord
53
тарелка
het bord
54
парта, writing desk
het bureau
55
офис
het kantoor
56
класс (именно дети)
de klas
57
oficieel aantekeningen maken tijdens een vergadering
notuleren
58
митинг в офисе
de vergadering
59
помешивать в кастрюле
roeren
60
звонить (формально)
telefoneren
61
ходить на митинг (в офисе)
te vergaderen
62
заботиться
verzorgen
63
рана
de wond
64
провести обсуждение
het gesprek voeren
65
ввести данные
gegevens invoeren
66
ответить на звонок
de telefoon opnemen
67
велик
DE fiets
68
склад помещение
het magazijn.
69
рука (не кисть)
de arm
70
рука (кисть)
de hand
71
пальцы
de vingers
72
локоть
de elleboog
73
запястье
de pols
74
нога
het been
75
колено
de knie
76
стопа
de voet
77
пальцы ног
de tenen
78
щиколотка
de enkel
79
грудь
de borst
80
живот
de buik
81
шея
de nek
82
голова
het hoofd
83
рот
de mond
84
нос
de neus
85
спина
de rug
86
плечо
de schouder
87
лоб
het voorhoofd
88
глаз
het oog
89
ухо
het oor
90
результат
de uitslag (uitslag van het bloedonderzoek)
91
принимать (таблетки)
tabletten innemen
92
меня тошнит
ik ben misselijk
93
она простудилась
Ze is verkouden
94
у него температура
hij heeft koorts
95
у неё кашель
Zij moet hoesten.
96
лестница
de trap
97
лекарство
het medicijn
98
лысый
kaal
99
хвостик pony tail
de paardenstaart
100
кудряшки
de krullen
101
прямые волосы
steil haar
102
шляпа
de hoed
103
шапка
de muts
104
кепка
de pet
105
кроссовки
de gympen
106
каблуки
de hoge hakken
107
сапоги
de laarzen
108
толстый
dik
109
маленького роста
klein
110
высокий
lang
111
худой
slank
112
куртка
de jas
113
платье
de jurk
114
рубашка
het overhemd
115
юбка
de rok
116
ожерелье, бусы
de ketting
117
ремень
de riem
118
рюкзак.
de rugzak
119
штаны
de broek
120
серьги
de oorbellen
121
осень
de herfst
122
свитер
de trui
123
красный в чёрную полоску
rood met zwarte verticale strepen
124
выключить телек
de tv uitzetten
125
закрыть дверь
de deur dichtdoen
126
их ноутбуки
HUN laptops
127
здоровье
de gezondheid
128
одеться
zich aankleden
129
Прогуляться с ними
met HEN lopen
130
Я вижу их.
Ik zie HEN
131
Ты должен им дать еды
Je moet hen eten geven
132
you will
je ZULT
133
комната
de kamer (de badkamer, etc.)
134
посудомойка
de afwasmachine
135
балкон
het balkon
136
диван, скамья
de bank
137
кровать
het bed
138
стол (desk)
het bureau
139
крыша
het dak
140
плита
het fornuis (Ik kook pasta op het fornuis)
141
коридор
de gang
142
шторы
de gordijnen
143
вешалка - крючки
de kapstok
144
шкаф
de kast
145
кухня
de keuken
146
микроволновка
de magnetron
147
стена
de muur
148
печка
de oven (Ik doe de lasagne in de oven.)
149
окно
het raam
150
стул
de stoel
151
утюг
de strijkbout
152
стол (поесть)
de tafel
153
туалет
het toilet
154
лестница
de trap
155
стиральная машина
de wasmachine
156
чердак
de zolder
157
заправлять постель
het bed opmaken
158
выгулять собаку
de hond uitlaten
159
гладить рубашки
de overhemden strijken
160
протирать окна
de ramen zemen
161
убирать хлам
de rommel opruimen
162
накрыть стол
de tafel dekken
163
протирать пол (mop)
de vloer dweilen
164
стирать
de was doen
165
мыть посуду
de afwas doen
166
повесить картину
het schilderij ophangen.
167
Я вставляю вилку в розетку
Ik doe de stekker in het stopcontact
168
зарядить телефон
telefoon opladen
169
зарядник
de oplader
170
шнур (кабель)
de kabel
171
push door
duwen
172
pull door
trekken
173
включить
aanzetten
174
выключить.
uitzetten..
175
одежда
de kleding
176
комната, комнаты
de kamer, de kamers
177
подушки
kussens
178
тумбочка
nachtkastje
179
ночной светильник
nachtlampje
180
картина
het schilderij
181
Вставь шнур в телефон
Steek eerst de kabel in je telefoon
182
общественный транспорт
het openbaar vervoer
183
шина велика
de band
184
звонок велика
de bel
185
расписание
de dienstregeling
186
велодорожка
het fietspad
187
остановка автобусная
de halte
188
check in check out
inchecken, uitchecken
189
обгонять
inhalen
190
цепь велика
de ketting
191
перекрёсток
het kruispunt
192
перейти дорогу
oversteken
193
тормозить
remmen
194
шоссе
de rijbaan
195
светофор
het stoplicht
196
get in, get out (bus)
instappen, uitstappen
197
дорожный знак
het verkeersbord
198
emergency lane
de vluchtstrook
199
задержка транспорта
de vertraging
200
проколотая шина
de lekke band
201
авария, столкновение
de botsing
202
станция
het station
203
топливо, у меня нет топлива
de benzine, mijn benzine is op
204
штраф
de boete.
205
самолёт
het vliegtuig
206
выбор
de keuze
207
интонация
de intonatie
208
расстроенный
teleurgesteld
209
я зол на тебя
ik ben boos op je
210
ключ
de sleutel
211
go ahead!
ga je gang
212
я с тобой не согласен.
ik ben het niet met je eens
213
текст
de tekst
214
у нас большой ассортимент
We hebben een groot assortiment
215
магазин
de winkel
216
задание
de opdracht
217
фраза.
de zin
218
несчастный случай
het ongeluk
219
образование
de opleiding
220
как по мне...
volgens mij
221
достоинство
het voordeel
222
недостаток
het nadeel
223
он блондин
hij is blond
224
он брюнет
hij is brunet
225
он шатен
hij is bruinharig
226
он рыжий
hij is roodharig
227
он высокий
hij is lang
228
он низкий
hij is klein
229
он толстый
hij is dik
230
он худой
hij is mager
231
карман куртки
de jaszak
232
футболка
het t-shirt
233
капюшон
de capuchon
234
у меня есть несколько вариантов
ik heb verschillende opties
235
опция
de optie
236
вы будете (вежливо)
U ZULT (U zult hard moeten werken)
237
стекло
het glas
238
машина сломалась
De auto is kapot.
239
форма
de vorm
240
цвет
de kleur
241
усы
de snor
242
борода
de baard
243
ты делаешь
jij doet
244
я делал
ik deed
245
он делал
hij deed
246
мы делали
wij deden
247
год
het jaar
248
остаток
de rest
249
пятница
DE vrijdag (deze vrijdag)
250
В эту пятницу иду с заниматься
Deze vrijdag ga ik X hebben
251
утро
de morgen
252
полдень
de middag
253
вечер
de avond
254
ночь
de nacht
255
Во сколько начинается экзамен?
Hoe laat begint het examen?
256
That's correct
Dat is correct.
257
Во сколько кончается экзамен?
Hoe laat eindigt het examen?
258
удалить
verwijderen
259
блюдо
het gerecht
260
Можно пройти?
Mag ik er even langs?
261
заказ
de bestelling
262
Официант берёт заказ
De ober neemt de bestelling op.
263
Взять заказ
de bestelling opnemen
264
выходные
het weekend
265
между 19:30 en 22:30
tussen half acht en half elf
266
с 09:00 до 12:30
van negen tot half een
267
вилка
de vork
268
вилки
de vorken
269
ложка
de lepel
270
ложки
de lepels
271
нож
het mes
272
ножи
de messen
273
рецепт лазаньи
het recept voor lasagne
274
перчатка
de handschoen
275
каска
de helm
276
мотоциклетный шлем
de motorhelm
277
велосипедный шлем
de fietshelm
278
костюм повара.
het kostuum van een kok
279
месяц
de maand
280
неделя
de week
281
год
het jaar
282
день
de dag
283
цель
het doel
284
заведи будильник на 7 утра
zet de wekker op 7 uur 's ochtends
285
информация
de informatie.
286
шкафчик
de kluis
287
зал
de zaal
288
экзамен
het examen
289
ваши вещи
uw spullen.
290
я рекомендую вам решить быстро
ik adviseer u om snel te beslissen
291
you must immediately go to doctor
je moet meteen naar de dokter gaan
292
you should go to vacation
je zou op vakantie moeten gaan
293
you could try to call her
u zou kunnen proberen haar te bellen
294
if i were you, I would...
als ik jou was, zou ik...
295
should we take a train?
zullen we de trein nemen?
296
do you want to go to the movies?
heb je zin om naar de bioscoop te gaan?
297
It looks nice to me
Dat lijkt me leuk
298
Honestly, I don't want it much
Eerlijk gezegd heb ik daaar niet zo'n zin in
299
I don't know yet
Nou, ik weet het nog niet
300
I have to think about it yet
Daar moet ik nog even over nadenken.
301
Можешь в пятницу?
Kun je op vrijdag?
302
When should we go?
Wanneer zullen we gaan?
303
What about saturday?
Wat vind je van zaterdag?
304
Which day works for you?
Welke dag komt jou goed uit?
305
В 11 часов
OM 11 uur
306
What about one o clock?
Wat vind je van een uur?
307
That sounds great to me!
Dat lijkt me prima.
308
I'm on the station
Ik ben op het station
309
where shall we meet?
waar spreken we af?
310
Shall I pick you up?
Zal ik je ophalen?
311
At what time do you come?
Hoe laat kom je?
312
часы
de klok
313
Come to my place
kom maar naar mij toe
314
Я прослежу, чтобы всё прошло хорошо
Ik zal zorgen dat het in orde komt
315
Я сделаю для тебя всё возможное
Ik zal mijn best voor je doen
316
Я обещаю, что
Ik beloof u dat
317
Я гарантирую что всё пройдёт хорошо
Ik garandeer u dat het in orde komt
318
Я сделаю это как можно быстрее
Ik zal het zo snel mogelijk doen
319
Прости, я полностью забыл
Ik ben het helemaal vergeten
320
I've not done it yet, but I'll do it next week
Het is er nog niet van gekomen, maar ik doe het volgende week.
321
I'm sorry
Het spijt me
322
Я полностью неудовлетворён ...
Ik ben helemaal niet tevreden over...
323
Я купил
Ik heb GEKOCHT
324
Я приготовил пасту
Ik heb pasta GEKOOKT..
325
Меня бесит, что ты до сих пор не сделал это
Ik vind het vervelend dat je het nog niet gedaan hebt.
326
что ты думаешь о ...
wat denk je over ...
327
как тебе Х?
Hoe vind je X?
328
Я полностью с этим согласен
Ik ben het er helemaal mee eens
329
Ты прав
Je hebt gelijk
330
Я полностью не согласен (met vind)
Dat vind ik helemaal niet
331
От души поздравляю с рождением ребёнка
Van harte gefeliciteerd met de geboorte van uw kleindochter
332
C днём рождения!
Gefeliciteerd met je verjaardag!
333
Соболезную вашей утрате
Gecondoleerd met het overlijden van X
334
Как ужасно для вас
Wat afschuwelijk voor u
335
I wish I could do smth for you
Ik wou dat ik iets voor je kon doen!
336
Как фигово для тебя! (klein verdriet)
Wat vervelend voor je!
337
How nice of you!
Wat lief van je!
338
Thank you very much that you've done it!
Hartstikke bedankt dat je dat gedaan hebt!
339
I'm looking forward to it!
Ik verheug me erop!
340
What a good idea!
Wat een goed idee!
341
I desire it a lot!
Daar heb ik veel zin in!
342
I'm certainly not happy with this!
Daar ben ik bepaald niet blij mee!
343
Я не могу поверить в это (formeel)
Ik kan het niet geloven
344
Я в это не верю! (informeel)
dat geloof ik gewoon niet!
345
значение
de betekenis
346
Добрый день, вы говорите с Томом
Goedemiddag, u spreekt met Tom
347
Что я могу для вас сделать?
Wat kan ik voor u doen?
348
Осторожно!
Pas op!
349
Смотри по сторонам!
Kijk uit!
350
Лучше не ходи в тот ресторан!
Je kunt beter niet naar dat restaurant gaan.
351
Язык
DE taal
352
жизнь
het leven
353
функция
de functie
354
опыт
de ervaring
355
стратегия
de strategie
356
фотокамера
het fototoestel
357
на вебсайте
op de website.
358
усталый
moe
359
I don't feel well
Ik voel me niet lekker
360
наличка
het contant geld
361
on the other side
aan de andere kant
362
fall asleep
in slaap vallen
363
disappear
verdwijnen
364
remove / delete
verwijderen
365
пожалуйста
alstublieft
366
task
de taak
367
change appointment
de afspraak wijzigen
368
u heeft OR u hebt
U hebt
369
monday
de maandag
370
tuesday
de dinsdag
371
wednesday
de woensdag
372
thursday
de donderdag
373
friday
de vrijdag
374
saturday
de zaterdag
375
sunday
de zondag
376
she is absent that day
zij is op die dag afwezig
377
cancel subscription
het abonnement opzeggen
378
дата
de datum
379
chance
de kans
380
cat
de kat
381
soil
de bodem
382
cassa
de kassa
383
я стою в очереди
ik sta in de rij
384
тест, экзамен niet examen
de toets
385
reduced form jullie
je (jullie moeten je hasten)
386
аппарат
het apparat
387
код
de code
388
шлагбаум
de slagboom
389
костюм
het pak
390
promotion
de promotie
391
school
de school
392
possessief van jullie
jullie (jullie fiets is snel)
393
история
de geschiedenis
394
карточка
de kaart
395
кол-во
het aantal
396
ресепшн
de receptie
397
бэйджик носить
de badge dragen
398
компьютер
de computer
399
space, area
de ruimte
400
in comparison with
in vergelijking met
401
in this way
op deze manier
402
мужской пол
Het mannelijk geslacht
403
учителя
leraren
404
чемодан
de koffer
405
пуговица
de knoop
406
on the left side
aan de linkerzijde
407
on the right side
en aan de rechterzijde
408
liggen past form
lag / lagen
409
возможность
De mogelijkheid
410
cупермаркет
de supermarkt
411
сезон
het seizoen
412
температура
de temperatuur
413
снег
de sneeuw
414
весна
de lente
415
лето
de zomer
416
зима
de winter
417
degrees
graden
418
on average
gemiddeld (gemiddeld achttien graden)
419
alle maanden
de januari de februari de maart de april de mei de juni de juli de augustus de september de oktober de november de december
420
иногда
af en toe
421
the skies
de luchten
422
пример
het voorbeeld
423
equal
gelijk
424
book
het boek
425
situation.
de situatie.
426
письмо
de brief
427
идея
het idee
428
end.
het einde
429
апартаменты.
Het appartement
430
мягкая игрушка
de knuffel
431
помощь
de hulp
432
операция
de operatie
433
успокоить
geruststellen
434
причина
de reden
435
шум
het lawaai
436
запретить
verbieden
437
первый раз
de eerste keer
438
скутер
de scooter
439
remember
onthouden
440
ding.
HET ding
441
первая вещь, которую я должен рассказать
Het eerste ding dat ik moet vertellen is...
442
бассейн
het zwembad
443
аппарат включён.
het apparaat is ingeschakeld
444
на моей улице
in mijn straat
445
целый день
de hele dag
446
сад огород
de tuin
447
где ваш (множ) чай?
waar is JULLIE thee?
448
я мою себя
Ik was ME
449
Ты моешь себя
Jij wast JE
450
Вы (единств) моете себя
U wast zich
451
Он моет себя
Hij wast zich
452
Она моет себя
zij wast zich
453
мы чувствуем себя
wij voelen ons
454
вы (множ) моете себя
Jullie wassen je
455
Они моют себя
Zij wassen zich
456
фильм
de film
457
случай
het geval
458
слово
het woord
459
хорошая погода
Het is mooi weer.
460
Структура
de structuur
461
ланч
de lunch
462
Bread
Het brood
463
Он хочет, она хочет
hij wil, zij wil
464
плохая / хорошая погода
het is slecht / mooi weer
465
часть
het deel
466
I'm going to the hairdresser, even though I don't have much money.
ik ga naar de kapper, HOEWEL ik weinig geld heb
467
i was happy when they came
ik was blij TOEN zij kwamen
468
in the same way
op dezelfde manier
469
Я иду в постель
Ik ga naar bed
470
проблема
het probleem
471
целую неделю
de hele week
472
Ночью был сильный шторм
Er was VANNACHT een harde storm
473
this morning
vanmorgen
474
время
de tijd
475
it smells not good
het ruikt niet lekker
476
did you hear the news?
heb je HET nieuws gehoord?
477
молоко
de melk
478
зонт
de paraplu
479
professional field
het vakgebied
480
zeg / zeggen verleden tijd
zei / zeien
481
my best friend
mijn beste vriend
482
я потерял паспорт
ik ben mijn paspoort kwijt
483
regarding the form...
wat vorm betreft
484
улица
de straat
485
кольцо на дороге
de rotonde
486
иди налево на светофоре
Ga links bij het stoplicht.
487
go straight until the square
Ga rechtdoor tot het plein.
488
в конце улицы
aan het eind van de laan
489
дамба
de dijk.
490
look at each other
elkaar aankijken
491
job
de baan
492
they are going to get married
ze gaan trouwen
493
Their wedding was prachtig
Hun huwelijk was prachtig.
494
wedding
het huwelijk
495
you're fired
Je bent ontslagen.
496
cheese
de kaas
497
garbage bin
de prullenbak
498
имя
de naam
499
работать за кассой
achter de kassa werken
500
replace
vervangen
501
table lamp
de tafellamp
502
It's too warm
Het is veel te warm
503
шаг
de stap
504
sleeve
de mouw.
505
world
de wereld.
506
I have a lot of kids myself
Ik heb ZELF veel kinderen.
507
We've seen it ourselves
We hebben het ZELF gezien.
508
Чашка
De beker
509
практичный, реалистичный
praktisch
510
красивый, прекрасный
prachtig
511
That's it!
Dat is het!..
512
ошибка
de fout
513
паспорт
het paspoort
514
ответ
het antwoord
515
лист
de lijst
516
this friday (2)
op vrijdag deze vrijdag
517
что-то тёплое
iets warmerS ("s" altijd)
518
thanks that you've done it! (2)
Bedankt dat je dat gedaan hebt! Bedankt dat je dat hebt gedaan!
519
in the end of the week (2)
aan het eind van de week aan het einde van de week
520
первый раз
de eerste keer
521
там хорошая погода (statement)
het is goed weer
522
хорошая погода (no statement)
het goede weer
523
напоследок...
als laatste
524
ферма
de boerderij
525
правило
de regel
526
фото
de foto
527
point
het punt
528
I take a shower
Ik douche me
529
удостоверение личности.
Het legitimatiebewijs
530
18
Achttien
531
80
Tachtig.
532
Wash your hands carefully!
Was je handen zorgvuldig
533
решение
de oplossing
534
буква
de letter
535
I've interviewed him
Ik heb hem geïnterviewd.
536
disciplined
gedisciplineerd
537
предложение
het voorstel
538
пляж
het strand
539
место
de plek
540
sport
de sport
541
кафушка
het cafe
542
окружающая среда
het milieu
543
загрязнение окружающей среды
de milieuvervuiling
544
документ
het document
545
issue
de kwestie
546
to sail
varen
547
to offer
te bieden
548
vacancy
de vacature
549
lose weight
afvallen
550
fried food
gefrituurd eten
551
potato
de patat
552
торт
de taart
553
leter intro (dear Mr Scott)
Beste meneer Scott,
554
почтовый ящик
De brievenbus
555
письмо
de brief
556
адрес
het adres
557
objection
het bezwaar
558