Gebruik een veilige helm =
Homologatiteken, label E
Algemene regel
Als mogelijk rij je zo dicht mogelijk op de rechterrand van de rijbaan.
Uitzondringen algemene regel
Op pleinen en rotondes
Als een verkeersbord het verplicht/toelaat
Binnen de bebouwde kom
Eenrichtingsverkeer gedeeld in rijstroken
Rijbaan met 4 rijstroken
Druk en sterk vertraagd verkeer is op een
Eenrichtingsverkeer
Tweerichtingsverkeer met meerdere richtingen
Rijbanen met rijstroken met naar beneden gerichte, groene pijlen.
Als het gevaarlijk is
Door slechte straat
Als je daarmee andere in gevaar brengt
Wanneer het fietspad moet/mag.
Mag als de snelheid op de weg beperkt is tot 50km/u
Verplicht indien de snelheid van de weg hoger is dan 50 km/u
fietspad Aangeduid met wegmarkeringen en rechts in de rijrichting =>
Mag als de snelheid op de weg beperkt is tot 50km/u
Verplicht indien de snelheid van de weg hoger is dan 50 km/u
Onderborden
De betekenis van sommige verkeersborden kunnen gewijzigd worden door onderborden. Deze kunnen specifiek zijn voor A en B als de letters op het bord staan.
NAsst elkaar
mag niet op de rijbaan maar wel op het fietspad als het niemand hindert.
wat mag niet
Verboden te doen
-Zonder het sturr vast te houden
-Zonder de voeten op de pedalen of ondersteunen te hebben
-Terwijl je een fietser voortrekt
-Terwijl je een dier op de leiband trekt
Verhoogde inrichting
Max 30 km/u
Verboden:
Een voertuig links in te halen (fietser inhalen mag wel)
Stil te staan of parkeren
Fietszone
Max 30 km/u
Mag fietsers en speedpedelecs niet inhalen
Voorbehouden wegen
Enkel de weggebruikers die op het bord staan mogen het gebruiken.
Bijzonder overrijdbare bedding
Als het symbool van je voertuig niet op het verkeersbord of onderbord staat, mag je er niet op rijden.
Je mag ze enkel gebruiken om:
-Een hindernis te vermijden
-Een aanpalende eigendom of parkeerplaats op en af te rijden.
-Een kruispunt over te steken.
Bijzondere verkeerslichten
Vanboven streep = rood
Bol in het midden = oranje
Driehoek van onder = groen
Streep vanonder = groen in bepaalde richtingen.
Snelheid
Binnen de bebouwde kom 45
Fietszone, verhoogde inrichting, Voorbehouden wegen, schoolmogeving, vakantiezone, zone 30 = 30
Woonerf = 20
Voetgangerszone of speelstraat = stapvoets
relatieve snelheidsbeperkingen
-Weersomstandigheden
-Andere weggebruikers
-Verkeersdrukte
-Zichtbaarheid
-Staat van de weg / voertuig
-lading
volgafstand
2 seconde regel (3 als nat)
Stappen noodrem
gashendel terug.
Koppeling aantrekken
Achterrem gebruiken
Voorrem snel maar geleidelijk
Eventueel achterrem los
Mogelijks terugschakelen
Inhelen en uitzondering andere kant
Een voertuig inhalen doe je links Wanneer veilig
Uitzonderingen rechts inhalen.
Als voorganger met licht aangeeft dat ze links gaan.
Spoorvoertuig haal je altijd rechts in behalve als er geen plaats is.
wat tel niet als inhalen
Aanwijzigingen volgen voor een bestemming.
Vrije rijstrookkeuze in bebouwde kom.
Bij druk verkeer in verschillende files rijden.
Filefilteren
Inhaalverbod
Bij een overweg zonder lichten of slagboom
Op alle kruispunten waar je voorrang moet verlenen.
Als je zichtbaarheid beperkt is
Een doorlopende witte lijn
In een fietsstraat
Tripleren bij een rijbaan met minder dan 3 rijstroken.
Op een oversteekplaats
Verkeersbord inhaalverbod
Zelf staat er een auto “het verbiedt elke bestuurder een voertuig met meer dan 2 wielen in te halen”
Die met vrachtwagen is enkel voor hun
Voorrang fietsers/ fietspad
Doorlopend fietspad = voorrang aan gebruiker
Geen voorrang op oversteekplaats voor fietsers
Fietssuggestiestrook = geen voorrang
Einde van fietspad op baan rijden = je hebt voorrang
Voorrang
Je heeft bij het links afslaan altijd voorrang
Een autobus binnen de bebouwde kom heeft voorrang.
Prioritaire voertuigen met sirenes of zwaailichten hebben voorrang
Ritsen = voorrang
regels afhankelijk van geen voertuig
Je mag buiten de rijbaan parkeren want zonder bestuurder is het geen voertuig.
Er zijn ook speciale parkeerplaatsen
Geen parkeerschijf nodig
Moet niet betalen