Op weg Flashcards

(21 cards)

1
Q

Voetgangers

A
  • Wie zich te voet verplaatst
  • Een kruiwagen, rolstoel, fiets gemotoriseerd voertuig of tweewielige bromfiets voortduwt/aan de hand stapt
  • een step, skateboard,.. niet sneller dan stapvoets gebruikt
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Bestuurder

A
  • een fiets, bromfiets, motorfiets, auto, vrachtwagen,… bestuurt
  • trek-,rijdier geleidt
  • skateboard, step,… sneller dan stapvoets gebruikt
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

afstand tussen voetganger, (brom)fietser en je auto

A
  • binnen de bebouwde kom: minstens 1 m
  • buiten de bebouwde kom: minstens 1,5 m
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Gedrag bus

A

binnen bebouwde kom voorrang geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Straat

A

geheel of gedeeltelijk omgeven met bebouwing

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

pad

A

smalle openbare weg, laat alleen voetgangers toe en voertuigen die geen bredere ruimte nodig hebben dan een voetganger

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

aardeweg

A

niet verhard
breder dan een pad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

middenberm

A

scheidt verschillende rijbanen van elkaar
niet verwarren met wegmarkeringen russen rijstroken of rijrichtingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

gelijkgrondse berm

A

gelijke hoogte rijbaan
meestal niet verhard

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

verhoogde berm

A

hoger dan rijbaan
meestal niet verhard en onderscheidt zich van het trottoir of fietspad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

trottoir

A

ingericht voor voetgangers
altijd verhard en kan verhoogd of niet verhoogd zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

fietspad

A

voorbehouden voor fietsers en bestuurders van bromfietsen klasse a (soms b)
geen deel van rijbaan, auto mag er niet op rijden, stilstaan of parkeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

fietssuggestiestrook

A

maakt deel uit van de rijbaan en auto mag er over rijden zonder de andere weggebruikers te hinderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Verkeersgeleider

A

leid verkeer in bepaalde richting
kan wegmarkering, verhoging van rijbaan of beide zijn
je moet altijd rechts voorbij rijden tenzij bord

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Werkelijke rand

A

witte doorlopende streep op de rijbaan, de trottoirband of de boordsteen van een verhoogde berm maakt de rand beter zichtbaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

denkbeeldige rand

A

brede witte doorlopende streep op de rijbaan
aan de andere kant van de denkbeeldige rand mag je stilstaan en parkeren behalve op auto(snel)wegen

17
Q

onderbroken streep

A

enkel overschrijden om
in te halen
links af te slaan
terug te keren
van rijstrook te veranderen

18
Q

Voetgangers zebrapad

A

verplicht gebruiken als die op minder dan 20 meter ligt

19
Q

Busstrook en bijzonder overrijdbare bedding

A

geen deel van rijbaan, stilstaan en parkeren verboden
schoolvervoer, bussen, taxi’s en prioritaire voertuigen
auto bestuurder enkel gebruiken om rond hindernis te rijden, van richting te veranderen in onmiddelijke nabijheid van kruispunt, parkeerplaats langs busstrook nemen of verlaten, eigendom oprijden of verlaten

20
Q

Uiterst rechts rijden

A

overal behalve op pleinen en alle rotondes

21
Q

ongeval

A

verplaats auto onmiddellijk
europees aanrijdingsformulier