het paar
= het koppel (-s)
het geslacht
het familielid (-leden)
de crèche (-s)
de kinderopvang (-)
de behoefte
de maatschappij
letten op = passen op
oppassen
verzorgen
zorgen voor
zich zorgen maken over
loslaten*
de alleenstaande
alleenstaand
kruipen*
de kleuter (-s)
de jeugd (-)
de tiener (-S)
de puber (-s)
de puberteit (-)
volwassen
de volwassene (-n) opgroeien