boven
above
over (bv. over iets lopen/passeeren)
across
(walked across the field)
langs (langs de rivier/ naast de rand van)
along
rond
(a)round
aan, bij
at
achter (achter een voorwerp)
behind
naast (2)
beside/ next to
tussen
between
achter (een bepaald punt van locatie)
beyond
nabij/ dicht bij (vlak bij
by (by the station)
naar beneden
down
in (toestand) (waar een voorwerp ligt
in
in/binnen
inside (of)
voor
in front of
in (handeling) (wat gebeurt er)
into
nabij (in de buurt van)
near
van…af
off
op (plaat/locatie waar het voorwerp zich bevind)
on
op (gericht op de handeling)
onto
bovenop
on top of
buiten
outside (of)
tegenover
opposite
over (over iet anders gebouwd)
over
voorbij
past