boven
above
over
across
langs
along
rond
around
aan
at
achter
behind / beyond
naast
beside
tussen
between
nabij
by/ near
naar beneden
down
in
in / into
binnen
inside
voor
in front of
naast
next to
van….af
off (to fall off)
op
on / onto
bovenop
on top of
buiten
outside
tegenover
opposite
over
over
voorbij
past
door
through
naar
towards / to
onder
under