aanstande
next [day]
komende
next/upcoming [day]
de vergadering
meeting
het overleg
[short] meeting/consultation
de bespreking
[short] meeting/discussion
afgelopen
past/last [day, period, etc]
vorig(e)
last/previous (week, month, year)
volgend(e)
next (week, month, year)
overdag
during the day
door de week
over the week, on weekdays
vanmorgen
this morning
vanmiddag
this afternoon
vanavond
this evening
vannacht
tonight, last night
ervaring
experience
bedrijf
company
de kapstock
coatrack
de prullenbak
trashcan
begrijpen
to understand (mind)
verstaan
to understand (ears)
het specialisme
specialism
toetje
dessert
druk
busy
regelen
to arrange