unus
una, unum
één, enig
tres
tres, tria
drie
primus
prima, primum
eerste, het eerste van
decem
tien
duo
duae, duo
twee
quattor
vier
centum
honderd
secundus
secunda, secundum
tweede, gunstig
mille
duizend
contra
+ACC
tegenover
a of ab
+ABL van, door
pro
+ABL
voor, in plaats van
super
+ACC.
boven
inter
+ACC.
tussen, tijdens
per
+ACC.
door, gedurende
ob
+ACC.
tegenover, wegens
sub +acc
+ACC.
tot onder, omstreeks
sub +abl
+ABL
onder, omstreeks
e of ex
+ABL
uit, vanaf
ad
+ACC.
naar, tot bij
in +acc
+ACC.
naar, tegen
in+ abl
+ABL
in, op
ante
+ACC.
voor
sine
+ABL
zonder