groothuishouding
in grote instellingen of organisaties ( ziekenhuizen, hotels, scholen) Schoonmaak, onderhoud en voedselbereiding voor veel mensen
prive huishouding
In een privéwoning (huis, appartement, vakantiehuis). Dagelijks huishouden voor jezelf of je gezin,
arbeidsgericht
Je leert vooral door te werken en taken uit te voeren. Het gaat om resultaat en productief zijn.
belevingsgericht
dat de focus ligt op ervaringen en gevoelens en hoe iemand iets beleeft.
ontwikkelingsgericht
Je leert door te groeien en nieuwe dingen te oefenen. Het gaat om jezelf verbeteren en het leerproces.
ruw schoon
Basis schoonmaak, oppervlakkig: stof verwijderen, vuil zichtbaar weg.
smetschoon
Grondig schoon: alles is hygiënisch, oppervlakken glanzen, geen vuil of vlekken te zien.
huishoudelijk schoon
Niveau zoals bij normaal dagelijks huishouden: schoon, maar niet perfect glanzend.
Voorbeeld: stofzuigen, dweilen, afstoffen in een huis.
Autoritaire opvoedstijl
Streng, regels staan centraal, weinig ruimte voor overleg. Kind moet gehoorzamen; emoties en meningen van het kind krijgen weinig aandacht.
Effect: vaak gehoorzaam, maar minder zelfstandig en creatief.
Democratische opvoedstijl
Ouders leggen regels uit en luisteren naar het kind.
Kinderen leren meebeslissen en verantwoordelijkheid te nemen.
Effect: vaak zelfstandig, sociaal vaardig en zelfverzekerd.
Laissez-faire opvoedstijl
Ouders laten veel vrijheid, weinig regels of sturing.
Kind kan zelf beslissingen nemen, maar mist soms grenzen en structuur.
Effect: creatief en onafhankelijk, maar soms ook onzeker of ongehoorzaam.
Profitorganisatie
Bedrijf dat als doel heeft winst te maken.
Voorbeeld: supermarktketens, techbedrijven.
Non-profitorganisatie
Organisatie die geen winst als doel heeft, maar maatschappelijke doelen nastreeft.
Voorbeeld: goede doelen, sportclubs, culturele instellingen.
4 schoonmaakregels
Altijd van schoon naar vuil
Altijd van boven naar beneden
droog naar nat
Gebruik schoonmaakmaterialen op de juiste manier
Volg de juiste schoonmaakmiddelen en dosering
evalueren
terugkijken, beoordelen, leren verbeteren, vormen van evaluatie
water en zeep
algemene reinig van oppervlakken, afwassen, handen wassen
wasmiddel
reiniging van kleding en beddengoed in de wasmachine
glasreiniger
schoonmaken van ramen, spiegels en oppervlakken van glas
Allesreiniger
algemene reiniging van verschillende oppervlakken zoals vloeren en meubels
natuurlijke grondstoffen
katoen, linnen, bamboe, wol, zijde
kunstmatige grondstoffen
nylon, polyester, acryl, lycra
rekening houden met natuur wassen
waterontharder
waterontharder in wasmiddel is om hard water zachter te maken, zodat het wasmiddel beter kan werken.
wasactieve stoffen
wasactieve stoffen in een wasmiddel is het verwijderen van vuil en vlekken van kleding.