Separable Verba Flashcards

(7 cards)

1
Q

Separable Verba - Situaties

A

1) hoofdzin - ik STA elke dag vroeg OP
2) bijzin - [Als ik vroeg OPSTA,] kan ik snel douchen
3) twee verba - ik WIL OPSTAAN
4) Imperatif - STA eens OP
5) perfectum - ik ben vroeg opgestaan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Separable Verba - Wat is het

A

prefix + basisverbum
prefix - eerste deel van het word
accent op de prefix

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Separable Verba - Situatie 1

A

hoofdzin - prefix gescheiden
Ik doe mijn shoenen uit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Separable Verba - Situatie 2

A

bijzin - Prefix niet gescheiden, compleet separabel verbum aan het einde van de zin

[Als ik mijn shoenen uitdoe,] krijg ik kouden voeten

SVR - Willem loopt op straat.
SV [SRV] - Ik zie [dat Willem op straat loopt.]
[SRV] VSR - [Omdat ik moe ben], ga ik naar bed.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Separable Verba - Situatie 3

A

twee verba - Modaal verbum + prefix niet gescheiden, separabel verbum als infinitief.

Wil jij je schoenen uitdoen?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Separable Verba - Situatie 4

A

imperatief - Prefix is gescheiden, aan het eind van de zin.

Doe je schoenen uit!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Separable Verba - Situatie 5

A

perfectum - Prefix niet gescheiden + is het eerste deel van het verbum.

Gisteren heeft hij zijn schoenen niet uitgedaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly