Fill in, fill out
Invullen
Write down
Opschrijven
Go out
Uitgaan
Put down
Neerzetten
Leave, go away
Weggaan
Stand up, get up
Opstaan
Arrive
Aankomen
Read (to somebody)
Voorlezen
Agree on something
Afspreken
Stop
Ophouden
Take with
Meenemen
Encounter, run into
Tegenkomen
Hold (on to)
Vasthouden
Continue, go on
Doorgaan
Fall over
Omvallen
Think
Nadenken
Join in, participate
Meedoen
Let go
Loslaten
Explain
Uitleggen
Touch
Aanraken
Add, include
Toevoegen
Cooperate, work with
Samenwerken
Recover, pick up
Ophalen
Return
Terugkeren