SPEAKING Flashcards

(470 cards)

1
Q

’s Avonds doe ik mijn ring af. Ik leg mijn ring altijd…

A

op de tafel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Aaliyah pakt eerst een kopje koffie. Daarna gaat ze…

A

naar haar werk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Aaron gaat donderdag op reis. Hij vindt dat…

A

leuk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Aaron is dokter. Hij werkt…

A

veel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Aaron is schilder. Hij schildert meestal…

A

veel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Abdul stuurt zijn familie elke week een e-mail. Hij schrijft dan over…

A

zijn werk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Abel is op school. Hij heeft…

A

en toets

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Achmed is klaar met school. Hij gaat…

A

naar huis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Adam is aan het koken. Hij maakt…

A

rijst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Ahmed brengt zijn zoon naar het vliegveld. Zijn zoon gaat…

A

naar Amsterdam

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Aiden is bij de bakker. Hij wil…

A

brood kopen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Alec gaat naar school. Hij wil graag…

A

studeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Alex gaat altijd met de trein. Ik ga graag met…

A

de fiets

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Alex is ziek. Hij heeft pijn aan…

A

zijn voet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Alex wil nieuwe schoenen. Hij gaat naar…

A

de supermarkt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Ali kan niet goed lopen. Hij heeft pijn aan zijn…

A

been

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Ali werkt in een fabriek. Hij wil…

A

ander werk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Alice werkt in een ziekenhuis. Zij is daar…

A

dokter

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Amel sport graag. Sporten is…

A

gezond

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Ana is niet blij met haar huis. Ze vindt haar huis…

A

te out

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Ananda is aan het koken. Ze maakt…

A

pasta

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Andres werkt op het land. Het werk is…

A

zwaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Anisa maakt huiswerk op de computer. Ze doet dat…

A

elke dag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Anna is bij de dokter. Ze krijgt…

A

medicijnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Anna’s huis is te klein. Ze wil snel...
verhuizen
26
Anna wast de paprika. Ze gaat…
kopen
27
Arif wacht op de bus. De bus komt...
te laat
28
Arjun moet elke dag reizen naar zijn werk. Hij werkt in...
Amsterdam
29
Arnold is schoonmaker. Hij werkt in...
een restaurant
30
Ayla eet haar ontbijt snel op. Ze heeft...
honger
31
Aziz loopt elke dag. Hij loopt naar...
zijn werk
32
Barry is geslaagd voor zijn examen. Hij krijgt...
een diploma
33
Bart gaat bijna elke dag met de auto. Hij rijdt dan naar...
zijn werk
34
Berat geeft les. Hij vertelt over...
sport
35
Bilal gaat naar de bioscoop. Hij gaat met zijn...
vriendin
36
Bob houdt niet van zwemmen. Hij gaat liever...
rennen
37
Brenda doet een opleiding. Ze moet iedere avond...
studeren
38
Brian fietst naar zijn werk. Hij gaat liever niet…
lopen
39
Cai werkt met hout. Hij maakt...
een tafel
40
Carla drinkt een glas water. Ze doet dat...
snel
41
Carlos gaat vroeg slapen. Hij is...
moe
42
Carlos is vrij. Hij gaat...
naar buiten
43
Carlos maakt muziek. Hij doet dat...
elke dag
44
Carmen eet elke dag een banaan. Soms eet ze ook...
een appel
45
Caro eet vaak appels. Zij houdt ook van…
bananen
46
Caro gaat vaak met de bus naar school. Soms gaat ze...
met de fiets
47
Chen verkoopt bloemen. Ze doet dat...
elke week
48
Chris heeft een computer. Hij gebruikt de computer om te...
studeren
49
Chris neemt zijn pillen. Hij heeft pijn in zijn...
tand
50
Christina belt met haar moeder. Ze praten over...
haar werk
51
Christo heeft dorst. Hij drinkt een glas...
water
52
Claire kijk uit het raam. Ze kijkt naar...
de man
53
Claire leert Nederlands. Ze vindt Nederlands...
makkelijk
54
Dael heeft veel geld. Hij werkt...
elke dag
55
Dafne kan goed zingen. Ze kan ook goed...
dansen
56
Daniël heeft pijn aan zijn kies. Hij gaat naar...
de tandarts
57
Daniëlle gaat studeren. Ze pakt haar...
tas
58
Dany heeft hoofdpijn. Ze wil...
rusten
59
Dario zit op school. Hij maakt een...
toets
60
Dave is niet blij met zijn haar. Zijn haar is...
te lang
61
Dave lust geen koffie. Hij drinkt liever...
thee
62
Dave werkt in een café. Hij moet daar...
schoonmaken
63
David en Maria rijden naar de stad. Ze zoeken...
een winkel
64
David heeft een boot. Hij gebruikt de boot om te...
vissen
65
David is dik. Hij eet elke dag...
veel
66
David werkt in een ziekenhuis. Hij is...
dokter
67
De auto van Leah is kapot. Ze brengt de auto naar...
de monteur
68
De baas van Patrick is boos. Patrick vindt dat...
vervelend
69
De broer van Souad heeft een baby gekregen. Souad is...
blij
70
De bus is vaak te laat. Paul vindt dat...
vervelend
71
De bus rijdt langzaam. Lia wil...
snel naar huis
72
De dochter van Sophia kijkt veel tv. Ze kan beter gaan...
lezen
73
De dokter praat met Sofia. De dokter geeft Sofia...
medicijnen
74
De familie Wang woont in een leuke straat. Zij wonen naast...
het park
75
De kinderen lezen samen. In het boek staat...
een verhaal
76
De klas is leeg. Iedereen is...
weg
77
De koning is op het nieuws. Hij vertelt over...
zijn werk
78
De les begint om 11 uur. Hetty gaat...
naar school
79
De les is afgelopen. We willen nu...
naar huis
80
De man belt in de auto. Dat is...
gevaarlijk
81
De stoel is kapot. Jaimy gaat de stoel...
repareren
82
De trein is vol. Hanna moet...
staan
83
De zoon van Samira gaat naar school. Samira vindt dat...
leuk
84
Debra zit op school. Ze maakt veel…
huiswerk
85
Die sinaasappel is oud. Je moet de sinaasappel...
niet eten
86
Diego houdt van koken. Hij kookt graag voor...
zijn moeder
87
Dimitri werkt in een garage. Hij maakt...
autos
88
Dina wast haar handen. Haar handen zijn…
vies
89
Dunya gaat naar een feest. Het feest is van haar...
moeder
90
Dylan is bij de tandarts. Dat is...
nodig
91
Edgar en Joko koken samen. Ze doen dat...
elke week
92
Een mug heeft mij geprikt. Nu krijg ik...
jeuk
93
Eliza is morgen jarig. Haar vader…
bakt een taart
94
Ella bakt koekjes. Ze bakt de koekjes voor...
haar kinderen
95
Emma doet een opleiding. Dat is...
belangrijk
96
Emma schrijft alles op. Daarna gaat ze...
slapen
97
Emma wast haar handen. Ze gaat...
koken
98
Er is ingebroken bij Ben. Hij belt naar...
de politie
99
Er komen nieuwe huizen in onze buurt. Ik vind dat...
leuk
100
Er ligt rommel op straat. Dat is...
vies
101
Esma wil lerares worden. Zij gaat...
studeren
102
Esra is ziek. Ze vindt dat...
niet leuk
103
Fanya is op de markt. Ze zoekt...
verse vis
104
Farid is zanger. Hij moet vandaag...
zingen
105
Fatima koopt een fiets. Ze gaat met de fiets naar…
haar werk
106
Fausia stapt uit de boot. Ze loopt naar...
huis
107
Felipe houdt van lezen. Hij koopt elke maand...
een boek
108
Felix gaat elke dag zwemmen. Soms gaat hij ook...
rennen
109
Fico woont ver van zijn werk. Hij moet elke dag...
met de auto
110
Filip maakt de badkamer schoon. Hij vindt dat...
leuk
111
Filiz koopt een nieuwe jas. Ze koopt ook...
een sjaal
112
Finn kijkt nu televisie. Hij gaat straks...
slapen
113
Franco gaat verhuizen. Zijn nieuwe huis heeft een...
tuin
114
Frank leest de krant. Hij leest over..
het weer
115
Fred gaat naar school. Hij heeft les tot...
drie uur
116
Gabriel maakt een opdracht. Hij doet dat...
snel
117
Gary leest zijn dochter voor. Lezen is...
leuk
118
Gary woont bij het strand. Hij wil het liefst...
verhuizen
119
Gina kijkt vaak televisie. Ze houdt van programma's over...
koken
120
Grace houdt niet van groente. Ze vindt dat...
niet lekker
121
Halil rijdt in een vrachtwagen. Hij vindt dat...
leuk
122
Han heeft zijn diploma gehaald. Hij gaat nu...
werken
123
Hannah eet graag vis. Ze haalt die vis...
op de supermarkt
124
Hannah leert Nederlands. Ze leert ook...
engels
125
Hannah maakt haar huis schoon. Ze doet dat...
allen
126
Harold is niet alleen. Hij heeft...
een partner
127
Harry is gevallen. Hij heeft...
pijn
128
Hassan maakt zijn brommer. Het wiel is...
los
129
Hassan werkt in een restaurant. Hij leert daar...
koken
130
Het bord van Sahid is gevallen. Sahid is...
boos
131
Het eten is heel warm! Je moet...
wachten
132
Het fruit is op. Ik ga nu naar...
de supermarkt
133
Het huis van Tania is heel groot. Haar huis heeft...
een tuin
134
Het is donker. Ik reis dan liever niet met...
de fiets
135
Het is druk in de stad. Er zijn veel...
mensen
136
Het is druk op de weg. Emir vindt dat...
vervelend
137
Het is druk op het station. Er zijn veel...
mensen
138
Het is koud in het huis van Faiz. Hij wil...
slapen
139
Het is slecht weer. Gaan we met de...?
auto
140
Het is stil in de klas. De leerlingen...
maken een toets
141
Het is warm vandaag. Ana wil...
zwemen
142
Het is zondag. Eva gaat op zondag altijd naar...
de kerk
143
Het regent al de hele dag. William wil...
niet naar buiten
144
Het regent onderweg. Marta wil...
een paraplu
145
Het vliegveld is ver weg. We gaan naar het vliegveld met...
de auto
146
Hetty is klaar met koken. Ze roept...
haar kinderen
147
Hiba houdt van katten. Ze houdt niet van…
honden
148
Hue wil naar de markt. Ze gaat...
eten kopen
149
Ibrahim heeft een kar met spullen. Hij brengt de spullen...
naar buiten
150
Iedereen is blij. Het is...
vakantie
151
Ik ben op zoek naar het treinstation. Kunt u mij...
helpen
152
Ik ben ziek. Ik ga morgen niet...
werken
153
Ik drink geen alcohol. Ik drink wel graag...
water
154
Ik eet graag brood. Ik houd niet van...
kip
155
Ik eet nooit druiven. Ik vind druiven...
niet lekker
156
Ik eet nooit kip. Dat vind ik...
niet lekker
157
Ik ga een taart maken. Wil jij...?
helpen
158
Ik ga morgen brood kopen. Brood koop ik meestal...
in de supermarkt
159
Ik ga naar de huisarts. Hij geeft mij...
medicijnen
160
Ik ga naar mijn zus. Mijn zus woont...
in Amsterdam
161
Ik ga straks naar Hamza. Hij is...
in Amsterdam
162
Ik ga vaak met de bus. Ik ga dan naar...
Amsterdam
163
Ik heb deze krant gelezen. Wil jij de krant nu..?
lezen
164
Ik heb een computer met internet. Die gebruik ik...
elke dag
165
Ik heb een nieuwe tafel gekocht. Wil jij mijn oude tafel...?
hebben
166
Ik heb geen auto. Een auto is...
duur
167
Ik heb soep gemaakt. Wil jij mijn soep...?
proberen
168
Ik heb wortels gekocht. Ik koop de wortels voor...
mijn paard
169
Ik houd van tekenen. Ik teken...
elke dag
170
Ik lees het nieuws op mijn telefoon. Mijn man leest het nieuws...
in de krant
171
Ik lees vaak. Ik lees graag...
een boek
172
Ik wil zieke mensen helpen. Ik vind dat...
goed
173
Imani vindt school leuk. Zij houdt van...
studeren
174
In de stad rijden veel brommers. Ik vind dat...
vervelend
175
In een grote stad wonen veel mensen. Ik vind dat...
druk
176
In het eten zitten pepers. Ik vind dat...
lekker
177
Inez en Luis bouwen een huis. Het huis heeft nog geen...
ramen
178
Inez gaat naar een concert. Ze gaat...
allen
179
Is dat boek leuk? Ik wil het boek ook graag...
lezen
180
Isa heeft pauze. Ze belt met haar...
moeder
181
Isabel speelt graag met haar pop. Soms speelt ze ook met...
haar zus
182
Ismet heeft groenten in zijn tuin. Hij gaat de groenten...
eten
183
Ivan is niet blij met zijn werk. Hij vindt zijn werk te...
saai
184
Iwan wil gezond zijn. Hij drinkt geen...
alcohol
185
Jack koopt tomaten. Hij koopt ook...
bananen
186
Jack wil de muziek niet horen. Hij vindt de muziek...
saai
187
Jacques is leraar. Hij geeft...
les
188
Jada maakt pannenkoeken voor haar familie. Zij doet dat...
elke week
189
Jafar houdt niet van dansen. Hij vindt dansen...
saai
190
Jakob zoekt een taxi. Hij wil...
naar huis
191
Jamal heeft een nieuwe scooter. Hij kan nu...
werken
192
Jamal woont in een flatgebouw. Hij wil graag...
verhuizen
193
Jamila maakt kleding. Die kleding is voor...
haar kinderen
194
Jan heeft zijn arm gebroken. Hij moet nu...
sporten
195
Janek heeft koorts. Zijn moeder geeft hem...
medicijn
196
Janine leert Nederlands. Ze praat met de lerares over...
de les
197
Jara is zwanger. Ze krijgt...
een kind
198
Jasmine gaat naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis zijn...
veel mensen
199
Jason gaat graag naar school. Hij kan goed...
lezen
200
Jessie houdt van muziek. Ze speelt graag...
fluit
201
Jessie moet langer werken vandaag. Ze mag pas om acht uur...
naar huis
202
Jessy koopt een kaartje. Ze gaat…
op vakantie
203
Jie is op de markt. Hij ziet...
een vriend
204
Jim gaat naar het strand. Het is daar...
druk
205
Jim heeft haast. Hij moet snel naar...
werk
206
Jim staat voor de school. Hij wacht op…
zijn vriend
207
Jing maakt de borden schoon. Daarna gaat ze...
slapen
208
Joel heeft een vieze keuken. Hij moet...
schoonmaken
209
Johan heeft veel boeken. Hij houdt van…
lezen
210
Johanna doet suiker in haar koffie. Suiker is...
zoet
211
John en zijn dochter bakken samen taart. Ze vinden dat...
leuk
212
John houdt van paarden. Hij vindt paarden...
sterk
213
John woont bij een bos. Hij gaat daar elk weekend...
wandelen
214
Johnny is moe. Hij wil...
slapen
215
Johnny is vrij op zaterdag. Hij gaat...
wandelen
216
Jonas werkt altijd buiten. Dat is...
zwaar
217
Josh heeft de hele dag gelopen. Hij wil nu...
rusten
218
Josh koopt een krant in de winkel. Hij koopt ook...
een boek
219
Judy leest een tijdschrift. Soms leest ze ook...
een boek
220
Julio gaat verhuizen. Hij moet...
inpakken
221
Karim heeft pijn in zijn rug. Hij moet...
rusten
222
Karim leest het weerbericht. Het weer wordt...
goed
223
Karima gaat naar de dokter. Ze voelt zich...
ziek
224
Karin kijkt naar het journaal. Ze doet dat...
elke dag
225
Karl gaat met zijn dochter naar de dierentuin. Ze kijken naar...
de olifanten
226
Katya volgt een opleiding. Ze wil...
leraar worden
227
Kay zoekt een nieuw huis. Hij vindt zijn oude huis...
te oud
228
Kei eet 's avonds met zijn familie. Dat vindt hij...
leuk
229
Kenji rookt al twintig jaar sigaretten. Dat is...
ongezond
230
Kenny zoekt op internet. Hij zoekt naar...
informatie
231
Kevin eet een salade met paprika. In de salade zit ook...
tomaat
232
Kevin heeft huiswerk. Hij moet veel...
lezen
233
Kevin werkt in een restaurant. Hij maakt vandaag...
pasta
234
Kevin zit in de klas. Hij heeft een vraag over...
de les
235
Khalid is visser. Na het werk is hij vaak...
moe
236
Kris werkt in de tuin. Hij doet dat…
elke week
237
Kun je mij een lepel geven? Ik wil...
eten
238
Kun je mij naar het station brengen. Ik moet op tijd...
zijn
239
Kwasi is chauffeur. Hij rijdt...
snel
240
Laila moet elke dag vroeg opstaan. Soms is ze...
te laat
241
Laiqa werkt elke dag buiten. Ze houdt van...
de natuur
242
Laura heeft veel collega's. Ze gaan samen...
eten
243
Lea eet graag in een restaurant. Ze vindt dat...
leuk
244
Lea gaat naar haar kleinzoon. Ze geeft hem...
een kus
245
Lea is in het ziekenhuis. Ze wil...
naar huis
246
Lei speelt op straat. Dat is...
gevaarlijk
247
Leon is verkouden. Hij moet...
rusten
248
Leon speelt gitaar. Hij doet dat...
elke dag
249
Leyla slaapt samen met haar zus in een kamer. Zij vinden dat...
leuk
250
Li en Chen gaan iets drinken. Ze drinken...
thee
251
Lia wil meer geld voor haar werk. Dan kan ze...
op vakantie
252
Liam kan niet goed zien. Hij moet...
een bril
253
Lily gaat elke dinsdag sporten. Ze eet daarna altijd...
brood
254
Lin zoekt werk. Ze gaat naar...
het uitzendbureau
255
Ling wil iets eten. Ze eet liever geen...
groente
256
Linn heeft niet goed geslapen. Ze blijft...
moe
257
Liyen gaat vanavond koken. Ze gaat eerst...
eten kopen
258
Lizzie en haar moeder gaan met het vliegtuig. Lizzie vindt dat...
leuk
259
Loes is ziek. Zij gaat vandaag…
rusten
260
Louis gaat op de scooter naar zijn werk. Hij doet dat...
elke dag
261
Louis gebruikt de computer. Hij wil...
studeren
262
Lucia heeft haar been gebroken. Nu kan ze niet...
lopen
263
Lucia wil nieuw werk. Ze vindt haar oude werk...
saai
264
Madee heeft een auto. Ze gaat met de auto naar...
werk
265
Mae heeft een nieuwe auto. Ze kan nu...
rijden
266
Mag ik jouw brommer lenen? Mijn brommer is...
kapot
267
Mai kijkt niet naar het nieuws. Ze vindt het nieuws...
saai
268
Maja maakt soep. De soep is...
lekker
269
Malik gaat vandaag niet sporten. Hij heeft geen...
tijd
270
Malik heeft een nieuwe bank gekocht. De oude bank was...
kapot
271
Mandy eet vaak chips als ze een film kijkt. Ze eet soms ook...
pinda's
272
Manuel is buschauffeur. Hij rijdt...
snel
273
Marco heeft zin in koffie. Hij wil ook...
een taart
274
Marco is ziek. Hij belt...
zijn moeder
275
Maria heeft griep. Ze moet...
rusten
276
Maria kan goed koken. Ze kookt meestal...
niet lekker
277
Maria leest een boek. Ze vindt het...
leuk
278
Maria leest op zondag de krant. Ze leest soms...
een boek
279
Mariam praat met de leraar. Mariam praat ook met haar...
moeder
280
Martin eet elke ochtend een ei. Zijn vrouw eet meestal...
een brood
281
Martin stelt een vraag aan de docent. De vraag gaat over...
de les
282
Maryam kookt voor Dina. Maryam maakt...
pasta
283
Masha kan vandaag zitten in de bus. Soms moet ze...
staan
284
Max draagt een helm op zijn werk. Dat moet van zijn...
baas
285
Max voetbalt graag. Voetballen is…
gezond
286
Maya doet de gordijnen dicht. Ze gaat...
slapen
287
Megan gaat vandaag verhuizen. Ze woont straks...
in de stad
288
Melissa wacht op het station. Ze wacht op haar...
moeder
289
Mevrouw Perez heeft geen auto meer. Nu moet ze...
lopen
290
Mia maakt zelf kleren. Vandaag maakt ze een...
broek
291
Mia moet snel naar huis. Ze gaat met de...
auto
292
Michael houdt niet van tennis. Hij houdt meer van...
zwemmen
293
Michelle kijkt vaak films. Ze houdt van films over...
natuur
294
Michelle maakt huiswerk. Ze vindt het huiswerk...
makkelijk
295
Miguel stopt met werken. Hij is...
moe
296
Mijn auto is kapot. Nu moet ik...
lopen
297
Mijn baas fietst elke dag. Ik doe dat...
ook
298
Mijn benzine is op. Nu moet ik...
lopen
299
Mijn broer houdt niet van varen. Hij wordt altijd ziek op...
zee
300
Mijn broer zingt veel. Hij is...
zanger
301
Mijn buurman maakt graag muziek. Dat vind ik...
leuk
302
Mijn opa gaat elke dag wandelen. Dat is...
gezond
303
Mijn opa zit op de bank. Hij kijkt naar...
buiten
304
Mijn telefoon is kapot. Nu kan ik niet...
bellen
305
Mijn trein vertrekt over een half uur. Ik ga nu...
weg
306
Mijn vader heeft een paard. Hij gaat...
paardrijden
307
Mijn vader loopt met een stok. Mijn vader is...
oud
308
Mijn vader luistert graag naar het nieuws. Hij luistert ook naar...
muziek
309
Mijn zus rijdt altijd hard. Ik vind dat...
vervelend
310
Mike heeft pijn aan zijn been. Hij heeft ook pijn aan zijn...
voed
311
Mina werkt bij de supermarkt. Ze werkt daar…
elke dag
312
Ming rijdt vaak op zijn scooter. Hij wil niet...
lopen
313
Mira heeft zin in koffie. Ze drinkt koffie met...
melk
314
Mo en zijn familie spelen een spel. Daarna gaan ze...
eten
315
Mo zit aan tafel. Hij schrijft een brief aan zijn...
moeder
316
Mohammed maakt auto’s. Dat vindt hij...
leuk
317
Monica maakt graag foto's. Ze maakt het liefst foto's van...
de natuur
318
Monica wil graag een huis met een tuin. Ze vindt dat...
leuk
319
Myra en Liz gaan naar een café. Ze willen graag...
koffie drinken
320
Nadia heeft kip gekocht. Ze gaat de kip eerst...
wassen
321
Naima wil kapper worden. Ze leert...
snel
322
Nancy en Oscar zitten in de bioscoop. Ze vinden de film...
saai
323
Nasir zoekt een nieuw huis. Hij wil een huis met...
tuin
324
Nasira woont bij de supermarkt. Ze woont ook bij...
het park
325
Nick wil naar zijn familie. Hij reist met...
de auto
326
Nick zoekt werk. Hij wil graag werken bij...
de politie
327
Nicole gaat naar de tandarts. Ze heeft pijn aan haar...
tand
328
Nikki zoekt een nieuw huis. Ze wil graag...
verhuizen
329
Nina speelt in de tuin. Ze speelt met...
haar zus
330
Noah leest een bericht in de krant. Het bericht gaat over...
het weer
331
Noor werkt in een winkel. Ze verkoopt broeken en ook...
jassen
332
Nora en Souffian wonen in een dorp. Ze wonen liever...
in de stad
333
Odara ruimt het huis op. Ze legt de kleren...
in de kast
334
Olga is ziek. Ze moet...
rusten
335
Omar koopt vis. Hij koopt ook...
fruit
336
Omid leest 's ochtends altijd eerst de krant. Daarna gaat hij...
naar zijn werk
337
Ons dak is kapot. Wij moeten...
dak repareren
338
Orma heeft leuke buren. Ze gaat met haar buren...
praten
339
Pablo gaat vaak met de trein. Hij gaat dan naar...
zijn werk
340
Pablo speelt gitaar. Hij oefent...
elke dag
341
Pari gaat elke dag met de bus. Vandaag gaat ze...
met de fiets
342
Pascal vindt zijn werk moeilijk. Hij wil...
een niuwe baan
343
Paul gaat vroeg naar bed. Hij moet morgen...
werken
344
Paul heeft honger. Zijn moeder geeft hem...
brood
345
Paul viert zijn verjaardag. Hij is...
jarig
346
Paula heeft een brief gekregen. De brief is van...
haar moeder
347
Pedro doet de lamp aan. Het is...
donker
348
Pedro woont op een boerderij. Hij heeft daar...
kippen
349
Peter maakt machines. Hij werkt vaak...
allen
350
Peter speelt met zijn zoon. Ze zijn...
in de tuin
351
Philip fietst op de weg. De weg is...
druk
352
Philippa zit in de tuin. Ze zit ook vaak...
in de eetkamer
353
Pia woont naast een park. Ze gaat daar...
wandelen
354
Priya doet een opleiding. Later wordt ze...
een leraar
355
Priya maakt saus. Haar dochters willen...
eten
356
Quito eet vandaag niet thuis. Hij eet...
in een restaurant
357
Rachel zingt vaak alleen. Soms zingt ze ook...
met haar zus
358
Rafael heeft een telefoon. Hij belt elke dag met zijn...
moeder
359
Raheem heeft een fijn huis. Hij woont daar met...
zijn partner
360
Rahime heeft Nederlandse les. Ze vindt haar docent...
aardig
361
Rasha werkt op een kantoor. Het kantoor is...
klein
362
Remi werkt op de markt. Hij verkoopt…
bananen
363
Rhonda is haar sleutel kwijt. Nu moet ze...
zoeken
364
Rico eet vaak snoep. Snoep is slecht voor...
de tanden
365
Rico krijgt een prik. Hij is...
bang
366
Rima en haar dochter zijn in de keuken. Haar dochter wil...
helpen
367
Robin loopt snel naar school. Hij is...
te laat
368
Romeo werkt op een school. Hij geeft les aan...
kinderen
369
Roy wil zijn vriend spreken. Hij gaat...
hem bellen
370
Ryan heeft weinig geld. Hij werkt...
niet
371
Ryan wil een film zien. Hij gaat naar...
de bioscoop
372
Sabir heeft een nieuwe baan. Hij werkt bij...
een restaurant
373
Saïd heeft vakantie. Hij gaat...
naar Filipijnen
374
Saïd is te laat op zijn werk. Zijn baas is...
boos
375
Salih is bakker. Hij werkt meestal...
vroeg
376
Salim snijdt de uien. Zijn vrouw gaat...
koken
377
Sam is vandaag op school. Hij gaat straks naar…
huis
378
Sam loopt het lokaal uit. Hij gaat...
naar huis
379
Samir is te laat voor de trein. Hij moet nu...
snel lopen
380
Samira heeft een gesprek met haar baas. Ze praten over...
haar salaris
381
Samira gaat naar haar ouders. Ze gaan samen...
wandelen
382
Samira heeft pijn aan haar rug. Ze kan niet goed...
zitten
383
Samuel heeft vandaag les. Hij gaat morgen...
werken
384
Samuel praat met zijn baas. Hij vraagt...
over zijn salaris
385
Samuel vindt de pauze leuk. Hij gaat dan...
koffie drinken
386
Sandra moet vandaag veel doen. Ze moet...
werken
387
Sanne kan niet goed koken. Het eten is...
niet lekker
388
Sara lacht. Zij is…
blij
389
Sara praat met haar buurvrouw. Ze praten over...
hun kinderen
390
Sarah is nooit ziek. Zij voelt zich altijd...
goed
391
Sari zoekt een cursusboek. Ze gaat naar...
de boekwinkel
392
Sarina reist met de bus. Zij gaat naar…
Amsterdam
393
Sasha eet niet altijd thuis. Ze gaat vaak naar...
haar ouders
394
Sasha gaat naar de bioscoop. Ze kijkt...
een leuke film
395
Sasha heeft een hond. Ze heeft ook...
een kat
396
Savita gaat solliciteren. Ze wil...
werken
397
Scott doet een opleiding. Hij vindt leren...
leuk
398
Selim kan zijn broer niet bellen. Hij stuurt zijn broer een...
brief
399
Shaila draagt een rugzak naar school. In de rugzak zit...
een boek
400
Shanna heeft haar diploma. Ze is...
blij
401
Shing heeft zijn arm gebroken. Hij mag niet...
sporten
402
Shun wil niet eten. Hij wil liever...
drinken
403
Siham volgt een cursus. Ze leert...
Nederlands
404
Simon bouwt een huis. Het huis wordt..
mooi
405
Simon wil leraar worden. Hij moet veel...
studeren
406
Simone leest graag een krant. Ze koopt hem...
elke dag
407
Sita bakt een taart. Haar kinderen vinden…
dat lekker
408
Sita geeft taart aan haar opa. Hij vindt dat...
lekker
409
Sjaak werkt in een fabriek. Daar werkt hij...
elke dag
410
Sonia zit in de bus. Ze gaat naar...
Amsterdam
411
Sonya houdt van muziek. Ze luistert...
naar radio
412
Sophia houdt van rijst. Ze kookt dat...
elke dag
413
Sophie is vaak in het bos. Ze kijkt graag naar...
de boemen
414
Sou eet graag maïs. Ze eet maïs meestal met...
kip
415
Souad koopt bananen op de markt. Ze koopt ook...
appels
416
Stanley wil een groter huis. Hij wil ook...
een zwembad
417
Stefan belt met zijn zus. Zijn zus is...
blij
418
Stefana vindt wandelen leuk. Ze doet dat...
elke dag
419
Stephan moet sporten van de dokter. Hij gaat...
rennen
420
Steven is in het ziekenhuis. Hij gaat morgen...
naar huis
421
Sven komt uit het ziekenhuis. Hij is...
beter
422
Sylvia is kapper. Ze moet vandaag veel...
knippen
423
Tamal moet remmen. Hij ziet een...
kind
424
Tanya is bakker. Ze verkoopt...
brood
425
Tara wil een motor kopen. Een motor is...
duur
426
Tara zoekt werk. Ze kijkt in...
de krant
427
Tariq eet alleen. Hij vindt dat...
leuk
428
Tess eet veel fruit. Fruit is...
lekker
429
Thirza wil later in het ziekenhuis werken. Ze moet eerst...
studeren
430
Thomas ligt in het ziekenhuis. Hij vindt dat...
vervelend
431
Tim drinkt graag koffie. Hij drinkt liever koffie dan…
thee
432
Tim is jarig. Zijn zus geeft hem een...
cadeau
433
Tirza koopt een nieuw bed. Ze koopt ook...
een stoel
434
Tony eet brood. Hij eet het brood met...
kaas
435
Tuan zit op school. Hij heeft volgende week...
examen
436
Veel mensen praten in de les. Nena vindt dat...
vervelend
437
Vera doet suiker in haar thee. Haar thee wordt zo...
lekker
438
Victor heeft een nieuw huis. Hij gaat morgen...
inpakken
439
Wayan drinkt koffie met zijn buurman. Hij vindt dat...
leuk
440
We gaan mijn broer ophalen. Hij heeft geen...
auto
441
Wij willen wat leuks doen. We gaan...
kamperen
442
Wil je mijn huis zien? Ik woon hier...
tien jaar
443
Wil jij op mijn kinderen passen? Ik ga vanavond...
naar werk
444
William neemt een drankje. Dat helpt tegen...
dorst
445
Xuan is in de supermarkt. Ze wil...
eten kopen
446
Yaira werkt bij een apotheek. Ze werkt daar...
elke dag
447
Younes heeft veel vrienden. Hij gaat vaak met ze naar...
het park
448
Yun eet 's ochtends niet veel. Ze eet dan alleen...
brood
449
Yvonne doet haar spullen in dozen. Zij gaat morgen…
verhuizen
450
Zarina moet de vis eerst schoonmaken. Daarna gaat ze hem...
marineren
451
Zina kookt met veel kruiden. Zo wordt haar eten...
lekker
452
Zola maakt het huis schoon. Ze doet dat...
allen
453
Anna wast de paprika. Ze gaat…
koken
454
Brian fiets naar zijn werk. Hij gaat liever niet…
lopen
455
Caro eet vaak appels. Zij houdt ook van…
bananen
456
Dina wast haar handen. Haar handen zijn…
vies
457
Eliza is morgen jarig. Haar vader…
koopt een cadeau
458
Fatima Koopt een fiets. Zij gaat met de fiets naar
werk
459
Hiba houdt van katten. Ze houdt niet van…
honden
460
Jessy koopt een kaartje. Ze gaad…
reizen
461
Johan heeft veel boeken. Hij houdt van..
lezen
462
Kris werkt in de tuin. Hij doet dat…
Elke week
463
Loes is ziek. Zij gaat vandaag…
rusten
464
Max voetbalt graag. Voetballen is…
leuk
465
Mina werkt bij de supermarkt. Ze wert daar..
Elke dag
466
San vandaag op school. Hij gaat straks naar…
huis
467
Sara lacht. Zij is…
Blij
468
Sarina reist met de bus. Zij gaat naar…
Amsterdam
469
Site bakt een taart. Haar kinderen vinden…
het lekker
470
Tim drinkt graag koffie. Hij drinkt liever koffie dan…
thee