aanbidden
aanbad
hebben aanbeden
to worship, adore
sometimes separable prefix
bezitten
bezat
hebben bezeten
to own, possess
bidden
bad
hebben gebeden
to pray, entreat
liggen
lag
hebben gelegen
to lie, be situated
voor-zitten
zat voor
hebben voorgezeten
to preside over, chair
zitten
zat
hebben gezeten
to sit, be sitting