taallab Flashcards

p 159 (4 cards)

1
Q

onvoltooid verleden tijd

A

regelmaige werkwoorden voeg je -te(n) of -de(n) toe aan de stam
bv; ik lachte, jij wachtte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

voltooid deelwoord (VD)

A

een zijn je bij een VD meestal een vorm van de hulpwerkwoorden hebben, zijn of worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

naamwoordelijk gezegde (NWG)

A

beschrijft wat iets of iemand is (een toestand) en bestaat uit een koppelwerkwoord. bestaat uit werkwoorden van ZWoBBeLS (zijn, worden, blijven, lijken, schijnen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

uit welke delen bestaat NWG

A

NWG= PV + NWD
NWG= PV + NWD + VD
NWG= PV + NWD + te + INF
NWG= PV + NWD + aan het + INF

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly