objectief
meten, indelen en structureren
subjectief
perceptie, beleving van tijd
lineair
tijd volt elkaar op, leeftijd
cyclish
elk jaar opnieuw, siezoenen, dag, jaar
dagelijkse tijd
dicht bij de leerlingen, realistisch, kalender, planning
historische tijd
gebeurtenissen chronologisch ordenen, periodes in de geschiedenis
periodes Europese geschiedenis
Fasen van Piaget
Fasen Roth
preoperationeel denken
concreet operationeel denken
formeel operationeel denken
Das naive Zeiterleven
zeitwissen
zeitverständis
belang van tijdslijnen
kennis ordenen en zich te oriënteren in de tijd
expanding horizons=
horizonten verruimen –> klein beginnen en de wereld vergrootten
werkdefinitie voor geschiedenis
historisch besef=
meerwaarde van het historisch besef
het actuele/heden beter begrijpen door
causaliteit=
oorzaak/gevolg
continuïteit
terugkerende processen
discontinuïteit
verandering