Werk jij?
Nee, ik werk niet
Wat zijn je werktijden?
Ik werk van 8 uur tot 5 uur
Rook jij?
Nee, ik rook niet
Wat doe je in je vrije tijd?
ik kook graag en ik fiets
Wat vind jij belangrijk in een huisgenoot?
Mijn huisgenoot moet schoon, rustig en aardig zijn. Hij moet schoonmaken.
Heb jij huisgenoten?
Nee, ik heb geen huisgenoten
Met wie woon jij?
Ik woon met mijn gezin
Studeer jij? Wat studeer je?
Nee, ik studeer niet
Ga jij naar school? Wat leer je?
Ja, ik ga naar school. Ik leer Nederlands.
Ga jij naar een taalcafé? Waarom?
Nee, ik ga niet naar een taalcafé, want ik heb geen tijd
Heb jij een taalcoach? Waarom?
Nee, ik heb geen taalcoach, want ik heb een docent
Woon je in een fijne buurt?
Ja, ik woon in fijne buurt
Wat vind jij van je buurt?
Ik vind mijn buurt leuk
Wat voor huizen staan er in je buurt?
In mijn buurt staan appartement
Zijn er veel winkels in jouw buurt?
Nee, er is geen winkel in mijn buurt
Is er een bus of een tram in je buurt?
Er is een bus in mijn buurt
Heb je contact met je buren?
Ja, ik heb contact met mijn buren
Ken je veel mensen in je buurt? Wie ken je?
Nee, ik ken niet veel mensen in mijn buurt. Alleen een buurvrouw.
Is er veel of weinig verkeer in je buurt?
Er is veel verkeer in mijn buurt
Is er groen in je buurt?
Ja, er is veel groen in mijn buurt (bomen, bloemen, grasveld, planten, struiken)
Is het een leuke buurt voor kinderen? Waarom?
Ja, mijn buurt is heel leuk voor kinderen, want er is een speeltuin
Vind je de buurt mooi? Waarom?
Ja, ik vind mijn buurt mooi, want de huizen zijn mooi en er is veel groen
Kun je in je buurt uitgaan? Geef een voorbeeld.
Ja, ik kan in mijn buurt uitgaan. Er zijn restaurants en cafés
Welk openbaar vervoer heeft je buurt?
Mijn buurt heeft een bushalte.