Untitled Deck Flashcards

(32 cards)

1
Q

Werk jij?

A

Nee, ik werk niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn je werktijden?

A

Ik werk van 8 uur tot 5 uur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Rook jij?

A

Nee, ik rook niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat doe je in je vrije tijd?

A

ik kook graag en ik fiets

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat vind jij belangrijk in een huisgenoot?

A

Mijn huisgenoot moet schoon, rustig en aardig zijn. Hij moet schoonmaken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Heb jij huisgenoten?

A

Nee, ik heb geen huisgenoten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Met wie woon jij?

A

Ik woon met mijn gezin

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Studeer jij? Wat studeer je?

A

Nee, ik studeer niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Ga jij naar school? Wat leer je?

A

Ja, ik ga naar school. Ik leer Nederlands.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Ga jij naar een taalcafé? Waarom?

A

Nee, ik ga niet naar een taalcafé, want ik heb geen tijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Heb jij een taalcoach? Waarom?

A

Nee, ik heb geen taalcoach, want ik heb een docent

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Woon je in een fijne buurt?

A

Ja, ik woon in fijne buurt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat vind jij van je buurt?

A

Ik vind mijn buurt leuk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat voor huizen staan er in je buurt?

A

In mijn buurt staan appartement

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Zijn er veel winkels in jouw buurt?

A

Nee, er is geen winkel in mijn buurt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Is er een bus of een tram in je buurt?

A

Er is een bus in mijn buurt

17
Q

Heb je contact met je buren?

A

Ja, ik heb contact met mijn buren

18
Q

Ken je veel mensen in je buurt? Wie ken je?

A

Nee, ik ken niet veel mensen in mijn buurt. Alleen een buurvrouw.

19
Q

Is er veel of weinig verkeer in je buurt?

A

Er is veel verkeer in mijn buurt

20
Q

Is er groen in je buurt?

A

Ja, er is veel groen in mijn buurt (bomen, bloemen, grasveld, planten, struiken)

21
Q

Is het een leuke buurt voor kinderen? Waarom?

A

Ja, mijn buurt is heel leuk voor kinderen, want er is een speeltuin

22
Q

Vind je de buurt mooi? Waarom?

A

Ja, ik vind mijn buurt mooi, want de huizen zijn mooi en er is veel groen

23
Q

Kun je in je buurt uitgaan? Geef een voorbeeld.

A

Ja, ik kan in mijn buurt uitgaan. Er zijn restaurants en cafés

24
Q

Welk openbaar vervoer heeft je buurt?

A

Mijn buurt heeft een bushalte.

25
Wat mis je in je buurt?
Ik mis een goedkope winkel in mijn buurt
26
Ben je tevreden met je buurt? Waarom?
Nee, ik ben niet tevreden met mijn buurt, wants er is geen winkel
27
Wat is je ideale buurt?
Mijn ideale buurt is rustig en groen
28
Wat vind je leuk in je buurt?
Ik vind veel groen in mijn buurt leuk
29
Wat vind je niet leuk in je buurt?
Er zijn veel auto's in mijn buurt. Dat is niet leuk. (Er is veel verkeer in mijn buurt)
30
Heb je weleens last van je buren? Zo ja, wat doen je buren?
Nee, ik heb geen last van mijn buren.
31
Hebben je buren weleens last van jou? Waarom?
Nee, mijn buren hebben geen last van mij, want ik ben aardig en geduldig
32
Is het contact met buren in Nederland anders dan in jouw geboorteland?
Ja, in mijn land hebben we meer contact met de buren