Actieve kritiek
Kritiek waarbij de opponent zelf een tegengesteld standpunt inneemt.
Amorele uitspraak
Uitspraak zonder norm of waardeoordeel.
Argumentatiestructuur
Het patroon van ondersteuningsrelaties tussen argumenten en standpunt.
Authenticiteit
Balans tussen interne (karakter) en externe (verwachtingen) bronnen van identiteit.
Autonomie
Vermogen om zelfstandig en kritisch eigen keuzes en oordelen te vormen.
Beraadslaging
Discussie over hoe te handelen of welke koers te volgen.
Bewijskrachtkritiek
Kritiek op de mate waarin argumenten het standpunt ondersteunen.
Categorisch imperatief
Universele morele wet die voor iedereen moet gelden.
Causale argumentatie
Argumentatie op basis van oorzaak-gevolgrelaties.
Common school
Openbare school waar leerlingen met verschillende achtergronden samen onderwijs volgen.
Community
Sociale context waarin mensen relaties aangaan op basis van gedeelde waarden.
Confessionele school
School gebaseerd op religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen.
Contraire proposities
Proposities die niet tegelijk waar kunnen zijn, maar wel tegelijk onwaar.
Cultuur
Gedeelde waarden, praktijken en inzichten binnen een gemeenschap.
Deductieve argumentatie
Als premissen waar zijn, moet de conclusie waar zijn.
Deontologie
Ethiek die uitgaat van plichten en vaste morele principes.
Deugd
Moreel waardevolle karaktereigenschap.
Discussie
Geordende uitwisseling van standpunten.
Drogreden
Overtreding van een discussieregel.
Drogredenkritiek
Beschuldiging dat de ander een drogreden gebruikt.
Enkelvoudig geschil
Geschil over één kwestie.
Enkelvoudige argumentatie
Argumentatie met één zelfstandig argument.
Formeel onderwijs
Onderwijs gericht op ontwikkeling van kritische vaardigheden en autonomie.
Formeel logisch geldig
Geldig volgens een logisch redeneerschema.