Wijsgerige antropologie
De tak van filosofie die onderzoekt wat de mens is, vaak door een vergelijking te maken tussen mens en dier.
Biologische antropologie
Bekijkt de mens als soort (fylogenetisch) en stelt dat de mens als ‘cultuurwezen’ principieel verschilt van het dier als ‘natuurwezen’.
Homo sociologicus
Bekijkt de mens als individu (ontogenetisch) die wordt geboren in een bestaande cultuur en via socialisatie leert wat ‘hoort’.
Opvoedbaarheid
Een wezenskenmerk van de mens; het vermogen om te leren van responsen van anderen en aangespreekbaar te zijn op gedrag.
Excentrische positionaliteit
Het vermogen van mensen om te reflecteren op hun eigen handelen.
Zelfbewustzijn (Bewustzijn van de tweede orde)
Bewust zijn van het eigen bewustzijn, de omgeving en hoe anderen over je denken.
Zelfbepaling
Het proces waarbij de mens zijn eigen identiteit bepaalt en de wereld interpreteert vanuit een eigen perspectief.
Vrije wil
Het vermogen om in een situatie anders te kunnen handelen; het bestaat uit spontaniteit en controle.
Solipsisme
De aanname dat alleen het eigen bewustzijn bestaat en de rest een voorstelling is.
Dualistisch interactionisme
De visie dat de onstoffelijke geest en het stoffelijke lichaam met elkaar in verbinding staan.
Homo educandus
De opvoedbare mens.
Praktische kennis
“Weten hoe” (bijv. fietsen of koken).
Propositionele kennis
“Weten dat” (feitelijke kennis, zoals 3x3=9).
Logisch positivisme (Naïef empirisme)
De overtuiging dat ware, objectieve kennis uitsluitend voortkomt uit zintuiglijke waarneming en verificatie.
Constructivisme
De visie dat kennis een actieve constructie of uitvinding is en objectieve waarneming onmogelijk is.
Rationalisme
De stroming die stelt dat de rede de meest betrouwbare bron van kennis is.
Empirisme
De stroming die stelt dat de zintuiglijke ervaring de enige bron van kennis is.
Scepticisme
De positie dat zekere kennis onmogelijk is.
A priori kennis
Kennis die onafhankelijk van ervaring (vooraf) vastgesteld kan worden.
A posteriori kennis
Kennis die gebaseerd is op zintuiglijke ervaring (achteraf).
Analytische uitspraak
Een uitspraak die waar is op basis van de definitie van de termen.
Synthetische uitspraak
Een uitspraak die nieuwe informatie over de werkelijkheid verschaft.
Inductieprobleem
Het logische probleem dat men uit een beperkt aantal waarnemingen nooit een algemeen geldende wet kan afleiden.
Falsificatie
Het kenmerk van wetenschap volgens Popper; een theorie moet weerlegbaar zijn.