Untitled Deck Flashcards

(45 cards)

1
Q

Wijsgerige antropologie

A

De tak van filosofie die onderzoekt wat de mens is, vaak door een vergelijking te maken tussen mens en dier.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Biologische antropologie

A

Bekijkt de mens als soort (fylogenetisch) en stelt dat de mens als ‘cultuurwezen’ principieel verschilt van het dier als ‘natuurwezen’.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Homo sociologicus

A

Bekijkt de mens als individu (ontogenetisch) die wordt geboren in een bestaande cultuur en via socialisatie leert wat ‘hoort’.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Opvoedbaarheid

A

Een wezenskenmerk van de mens; het vermogen om te leren van responsen van anderen en aangespreekbaar te zijn op gedrag.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Excentrische positionaliteit

A

Het vermogen van mensen om te reflecteren op hun eigen handelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Zelfbewustzijn (Bewustzijn van de tweede orde)

A

Bewust zijn van het eigen bewustzijn, de omgeving en hoe anderen over je denken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Zelfbepaling

A

Het proces waarbij de mens zijn eigen identiteit bepaalt en de wereld interpreteert vanuit een eigen perspectief.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Vrije wil

A

Het vermogen om in een situatie anders te kunnen handelen; het bestaat uit spontaniteit en controle.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Solipsisme

A

De aanname dat alleen het eigen bewustzijn bestaat en de rest een voorstelling is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Dualistisch interactionisme

A

De visie dat de onstoffelijke geest en het stoffelijke lichaam met elkaar in verbinding staan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Homo educandus

A

De opvoedbare mens.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Praktische kennis

A

“Weten hoe” (bijv. fietsen of koken).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Propositionele kennis

A

“Weten dat” (feitelijke kennis, zoals 3x3=9).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Logisch positivisme (Naïef empirisme)

A

De overtuiging dat ware, objectieve kennis uitsluitend voortkomt uit zintuiglijke waarneming en verificatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Constructivisme

A

De visie dat kennis een actieve constructie of uitvinding is en objectieve waarneming onmogelijk is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Rationalisme

A

De stroming die stelt dat de rede de meest betrouwbare bron van kennis is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Empirisme

A

De stroming die stelt dat de zintuiglijke ervaring de enige bron van kennis is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Scepticisme

A

De positie dat zekere kennis onmogelijk is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

A priori kennis

A

Kennis die onafhankelijk van ervaring (vooraf) vastgesteld kan worden.

20
Q

A posteriori kennis

A

Kennis die gebaseerd is op zintuiglijke ervaring (achteraf).

21
Q

Analytische uitspraak

A

Een uitspraak die waar is op basis van de definitie van de termen.

22
Q

Synthetische uitspraak

A

Een uitspraak die nieuwe informatie over de werkelijkheid verschaft.

23
Q

Inductieprobleem

A

Het logische probleem dat men uit een beperkt aantal waarnemingen nooit een algemeen geldende wet kan afleiden.

24
Q

Falsificatie

A

Het kenmerk van wetenschap volgens Popper; een theorie moet weerlegbaar zijn.

25
Evidence-based
Werken op basis van via wetenschappelijk (vaak gerandomiseerd) onderzoek bewezen effectieve interventies.
26
Paradigma
Een raamwerk van gedeelde vooronderstellingen over de werkelijkheid.
27
Theoriegeladenheid van observatie
Het idee dat waarneming altijd wordt beïnvloed door voorkennis en wereldbeeld.
28
Utilitarisme
Ethische stroming die handelen beoordeelt op de positieve gevolgen voor de grootste groep.
29
Deontologie
Ethiek gebaseerd op morele principes en de Categorische Imperatief.
30
Natuurlijke selectie
Het mechanisme van evolutie waarbij de best aangepasten overleven.
31
Anomalieën
Tegenvoorbeelden die binnen een paradigma opduiken.
32
Strawson
Stelt dat een persoon een wezen is dat reageert op een morele oproep, waarbij verantwoordelijkheid centraal staat.
33
Frankfurt
Introduceerde de hiërarchische structuur van de wil (eerste en tweede orde verlangens) gekoppeld aan vrije wil en verantwoordelijkheid.
34
Descartes (Rationalisme)
Gebruikte de methodische twijfel om tot het onbetwijfelbare fundament te komen: "Ik denk, dus ik besta".
35
Locke (Empirisme)
Stelde dat de menselijke geest bij de geboorte een tabula rasa (onbeschreven blad) is.
36
Hume (Scepticisme)
Betoogde dat we geen causale verbanden kunnen waarnemen, alleen regelmaat in verschijnselen.
37
Kant (Synthese)
Verzoende rationalisme en empirisme door te stellen dat het verstand de zintuiglijke indrukken actief structureert met filters.
38
Karl Popper (Realisme)
Wetenschap is een proces van gissingen en weerleggingen via falsificatie; we kunnen nooit de waarheid bewijzen, alleen onwaarheden elimineren.
39
Thomas Kuhn (Relativisme)
Beschreef wetenschap als een proces van paradigmawisselingen en revoluties in plaats van cumulatieve groei.
40
Slavin
Een vurig pleitbezorger van evidence-based onderwijs via gerandomiseerde experimenten om de praktijk te verbeteren.
41
Biesta
Criticus van de "wat werkt"-benadering; hij ziet onderwijs als een morele praktijk in plaats van een technische interventie.
42
Darwin
Grondlegger van de evolutietheorie door natuurlijke selectie.
43
Mendel
Ontdekte de wetten van de erfelijkheid, wat later werd verenigd met Darwins werk in de moderne synthese.
44
Lakatos
Verfijnde het falsificatie-principe en introduceerde criteria voor het evalueren van onderzoeksprogramma's.
45
Feyerabend
Stelde dat er geen universele wetenschappelijke methode bestaat ("anything goes").