ser
zijn
tener
hebben
llamarse
heten
hablar
praten
estar
zich voelen, zich bevinden
querer
willen
gustar
houden van
ir
gaan
decir
zeggen
dar
geven
hacer
doen, maken
poder
kunnen, mogen
saber
weten
salir
uitgaan
ponerse
worden
volver
teurgkeren
ver
kijken
vivir
leven
escuchar
luisteren
escribir
schrijven
leer
lezen
encontrar
vinden
pasar por
doorheen gaan, doorsteken
perder el tiempo
tijd verdoen