l’enfant
het kind
la plage
het strand
le (super)marché
de (super)markt
le rendez-vous
de afspraak
le problème
het probleem
demain
morgen
célèbre
beroemd
important(e)
belangrijk
maintenant
nu
aider
helpen
j’ai besoin de
ik heb nodig
regarder
bekijken
trouveer
vinden
chercher
zoeken
aimer
houden van
mais
maar
avec
met
beaucoup
veel
toujour
altijd
combien
hoeveel
je voudrais deux croissants
ik wil graag twee croissants
je ne comprends pas
ik begrijp het
oui, voila
ja, alstublieft