Duits 1 > voorzetsels > Flashcards
zonder
ohne
rond
um
tegen
gegen
voor (bericht)
für
door (iets)
durch
uit
aus
bij
bei
met
mit
naar
nach
sinds
seit
van
von
naar/in richting van
zu
aan
an
op
auf
achter
hinter
in
naast
neben
onder
unter
over/boven
über
voor
vor
tussen
zwischen