Weefsels Flashcards

(50 cards)

1
Q

Wat is differentiatie van cellen?

A

Uitschakelen van gen zorgt voor specialisatie van de cel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is histologie?

A

De leer van de weefsels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Noem de vier basisweefseltypen.

A
  • Dekweefsel of epitheel
  • Bindweefsel
  • Spierweefsel
  • Zenuwweefsel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is de functie van dekweefsel?

A
  • Fysieke bescherming
  • Doorlaatbaarheid reguleren
  • Zintuigfunctie
  • Vorming gespecialiseerde klierproducten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat betekent ‘avasculair’ in de context van dekweefsel?

A

Afwezigheid van bloedvaten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de functie van de basaalmembraan?

A
  • Verbindt het epitheel met onderliggend bindweefsel
  • Barrière tegen verplaatsing van eiwitten en andere grote moleculen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn exocriene klieren?

A

Klieren die hun product afgeven aan het oppervlak van dekweefsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn endocriene klieren?

A

Klieren die hun product afgeven aan omringend weefselvocht of bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn microvilli?

A

Speciale structuren op epitheel die zorgen voor sterke oppervlaktevergroting

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is de functie van kliercellen?

A

Vormen klierproducten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn de twee typen gelaagdheid van epitheel?

A
  • Eenlagig
  • Gelaagd
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de drie celtypen van dekweefsel?

A
  • Plaveiselepitheel
  • Kubisch epitheel
  • Cilindrisch epitheel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de fundamentele onderdelen van bindweefsel?

A
  • Gespecialiseerde cellen
  • Extracellulaire eiwitvezels
  • Grondsubstantie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de functie van vloeibare bindweefsels?

A

Fungeert als transportmedium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de functies van bindweefsel?

A
  • Stevigheid en bescherming
  • Transport van stoffen
  • Opslag van energiereserves
  • Verdediging van het lichaam
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn de soorten bindweefsels op basis van fysieke eigenschappen?

A
  • Bindweefsel in strikte zin
  • Vloeibare bindweefsels
  • Steunweefsel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zijn de kenmerken van bindweefsel?

A
  • Komen overal voor behalve aan uitwendig milieu
  • Sterk vasculair
  • Bevatten vaak sensorische receptoren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is de rol van gespecialiseerde bindweefselcellen in de verdediging van het lichaam?

A

Bestrijden binnendringende micro-organismen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat zijn macrofagen?

A

Type WBC die bacteriën opeten via fagocytose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat zijn de functies van collageenvezels?

A

Zorgt voor stevigheid en kracht in bindweefsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Vul in: Dekweefsel bestaat bijna volledig uit _______.

22
Q

Wat is de functie van adipocyten?

A

Slaan vetten op tot ze nodig zijn

23
Q

Wat zijn de drie mechanismen van uitscheiding van exocriene klieren?

A
  • Merocrien
  • Apocrien
  • Holocrien
24
Q

Wat gebeurt er bij merocriene uitscheiding?

A

Afgeven van stoffen naar buitenwereld via exocytose

25
Wat is de functie van elastische vezels?
Krijgen oorspronkelijke lengte terug na uitrekking
26
Wat is de functie van reticulaire vezels?
Vormen een vertakt en verweven raamwerk
27
Wat zijn de belangrijkste componenten van bindweefsel in strikte zin?
Extracellulaire vezels: collagene vezels, elastische vezels, reticulaire vezels ## Footnote Collagene vezels zorgen voor stevigheid, elastische vezels voor rekbaarheid, en reticulaire vezels ondersteunen zachte weefsels.
28
Wat is de functie van collagene vezels in bindweefsel?
Zorgen voor stevigheid en kracht ## Footnote Voorbeelden zijn huid, bloedvaten, pezen en kraakbeen.
29
Wat zijn elastische vezels en waar komen ze voor?
Vezels die vertakt en krom zijn, en de oorspronkelijke lengte terugkrijgen na uitrekking ## Footnote Voorbeelden zijn in de huid, bloedvaten en longen.
30
Wat is de rol van reticulaire vezels in bindweefsel?
Vormen een vertakt en verweven raamwerk in verschillende organen ## Footnote Ondersteunen vooral zachte weefsels zoals lever en beenmerg.
31
Wat zijn de typen bindweefsel op basis van % cellen, vezels en grondsubstantie?
* Losmazig bindweefsel * Vetweefsel * Reticulair bindweefsel * Dicht bindweefsel ## Footnote Dicht bindweefsel kan verder worden onderverdeeld in regelmatig en onregelmatig.
32
Wat is de functie van losmazig bindweefsel?
Scheiding van huid van dieper gelegen structuren, stootkussen en maakt huid beweeglijk ## Footnote Het heeft een ruime bloedtoevoer voor stofwisselingsbehoefte.
33
Wat is vetweefsel en welke functie heeft het?
Losmazig bindweefsel met adipocyten ## Footnote Functies zijn bescherming, schokdemper, isolatie en energievoorraad.
34
Wat is dicht bindweefsel en waar is het rijk aan?
Rijk aan collagene vezels ## Footnote Voorbeelden zijn pezen en banden.
35
Wat is het verschil tussen dicht regelmatig en dicht onregelmatig bindweefsel?
* Dicht regelmatig: collagene vezels lopen evenwijdig en dicht opeengepakt * Dicht onregelmatig: netwerk van onderling verbonden collagene vezels zonder consistent patroon
36
Wat zijn vloeibare bindweefsels en geef voorbeelden?
Bindweefsels met duidelijk te onderscheiden cellen in vloeibare matrix ## Footnote Voorbeelden zijn bloed en lymfe.
37
Wat is de functie van kraakbeen als steunweefsel?
Ondersteunt het lichaam en vormt de kapstok van het lichaam ## Footnote Bevat een stevige gelmatrix en kraakbeencellen (chondrocyten).
38
Hoeveel soorten kraakbeen zijn er en noem deze?
* Hyalien kraakbeen * Elastisch kraakbeen * Vezelig kraakbeen
39
Wat zijn de kenmerken van hyalien kraakbeen?
Meest voorkomend, opeengepakte collagene vezels, taai en enigszins buigzaam ## Footnote Voorbeeld: costae en sternum.
40
Wat zijn de kenmerken van elastisch kraakbeen?
Bevat elastische vezels, buitengewone veerkracht en buigzaamheid ## Footnote Voorbeeld: oorschelp.
41
Wat is vezelig kraakbeen en waar komt het voor?
Bevat weinig grondsubstantie, vooral collagene vezels, sterk en duurzaam ## Footnote Voorbeelden zijn tussenwervelschijven en schaambeenderen.
42
Wat zijn de kenmerken van beenweefsel?
Zeer sterk door harde calciumverbindingen en collagene vezels ## Footnote Volume van grondsubstantie is zeer klein.
43
Wat zijn de drie typen spierweefsel?
* Skeletspierweefsel * Hartspierweefsel * Glad spierweefsel
44
Wat is de functie van skeletspierweefsel?
Gespecialiseerd om samen te trekken (contracties) ## Footnote Bestaat uit zeer grote, veelkernige cellen.
45
Wat zijn de kenmerken van hartspierweefsel?
Uitsluitend in het hart, kleinere vezels en snelle prikkeloverdracht ## Footnote Amper regeneratievermogen.
46
Wat is glad spierweefsel en waar komt het voor?
Klein, dun, spoelvormig, in wanden van bloedvaten en holle organen ## Footnote Herstellend vermogen, niet-gestreept onwillekeurig spierweefsel.
47
Wat is de rol van zenuwweefsel?
Stuurt elektrische signalen doorheen het lichaam ## Footnote 98% van zenuwweefsel bevindt zich in de hersenen en ruggenmerg.
48
Wat zijn de twee typen zenuwweefsel?
* Zenuwcellen of neuronen * Ondersteunende cellen of neuroglia
49
Wat zijn de vier soorten weefsels in het lichaam?
* Dekweefsel * Bindweefsel * Spierweefsel * Zenuwweefsel
50
Wat is de functie van dekweefsel?
Bekleedt lichaamsoppervlakken, holten en buisvormige structuren ## Footnote De vorm van de cellen en het aantal lagen bepalen het type dekweefsel.