Waar bestaat het algemene bouwplan uit?
Op welke manieren kun je anatomie bestuderen
Welke verschillende systemen zijn er?
Waardoor zijn eukaryote cellen ontstaan?
Door endsymbiose van prokaryoten cellen.
Waar staat de eenheid ‘S’ voor? (bijvoorbeeld 80S ribosomen)
Svedberg eenheid voor de sedimentatiesnelheid. Hoe zwaarder en groter een deeltje is, des te hoger sedimentatiesnelheid.
Wat is de endosymbiont theorie van eukaryote cellen?
Deze theorie stelt dat vanuit prokaryoten vooroudercellen, anaerobische eukaryote vooroudercellen zijn ontstaan. Dit gaat gepaard met endosymbiose.
Noem de vier belangrijkste endosymbiotische gebeurtenissen.
Wat is verticale gentransfer?
Uitwisseling van genetisch materiaal van ouder op nakomeling binnen dezelfde soort.
Wat is horizontale gentransfer?
Uitwisseling van genetisch materiaal tussen individuen van verschillende soorten.
Noem de eerste stappen van eukaryotisering.
Wat is het verschil tussen cytoplasma en cytosol?
Het cytoplasma is alles binnen het plasmamembraan behalve de nucleus.
Cytosol is de inhoud van cytoplasma maar niet organellen met membranen.
Geef een omschrijving van het celmembraan.
Dit is een fosfolipiden laag die de cel omgeeft. De staartkant is hydrofoob en de kopkant is hydrofiel.
Geef een omschrijving van de celkern/nucleus.
De celkern is omgeven door een membraan met poriën en verbonden met het ruwER. Hierin ligt het DNA.
Wat is de nucleolus?
Een structuur in de kern waar transcriptie van rRNA plaatsvindt en waar ribosomale subunits worden geassembleerd: RNA + eiwit.
Geef een beschrijving van het ER.
Geef een beschrijving van het Golgi-apparaat.
Hier worden eiwitten en vetten verwerkt en verpakt in blaasjes (post translationele modificatie. Soms voegt worden er nog suikers of fosfaatgroepen toegevoegd. Vergelijkbaar met een postkantoor.
Geef een beschrijving van mitochondriën.
Herkenbaar door vouwing van het binnenste membraan. Hierin APT-synthese d.m.v. oxidatieve fosforylering
Geef een beschrijving van lysosomen.
Deze zijn verantwoordelijk voor de afvalverwerking van de cel d.m.v. allerlei enzymen. Een lysosoom heeft een zuur milieu waardoor enzymen geactiveerd worden.
Beschrijf de functie van het cytoskelet.
De intermediaire filamenten geven structuur aan de cel. De actine microfilamenten spelen een rol bij de beweging van de cel. Microtubuli filamenten spelen een rol bij het transport in de cel.
Wat is de functie van membranen rondom organellen?
Het mogelijk maken van transport.
Welke vormen van transport zijn er? (binnen een cel)
Welke typen basisweefsel zijn er?
Noem de belangrijkste functies van de kern.
Benoem de microstructuur van de kern.
Rondom de kern zit de kernenvelop. Dit is een dubbel membraan rond de kern met kernporiën.