Week 1 Flashcards

HC's & VO's (80 cards)

1
Q

Hormoon uit hypothalamus aansturen cyclus

A

GnRH

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

De belangrijkste bron vanprogesteron in het vrouwenlichaam is het

A

gele lichaam

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Oorzaken van een cyclusstoornis

4 oorzaken

A
  • Uterus myomatosus (fibroids)
  • Endometrium/ cervix pathologie
  • Stollingsafwijking
  • Iatrogeen: (antistolling; IUD)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Oligo menorroe

A

Onregelmatig en minder frequente menstruaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Amenorroe

A

Afwezigheid van menstruaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hevig menstrueel bloedverlies

A

Regelmatige, langdurige en overvloedige menses, tot Hb ondermijnend

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Metrorrhagie

A

Bloedingen zonder cycluspatroon herkenbaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Anovulatie

A

Afwezigheid van ovulatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Dysmenorrhoea

A

Pijnlijke menstruatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Oorzaken van oligo-/amenorroe geschat ten gevolge van

Van meet naar minst voorkomend

A
  • Endocriene disbalans
  • Ovarieel
  • Uterien
  • Hypothalaam
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Anamnese vragen specifiek bij oligo-/amenorroe

A
  • Mastodynie
  • Stemmingsschommelingen
  • Afscheiding mid-cyclisch
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Onderzoek bij secundaire amenorroe na hoeveel tijd?

A

3-4 maanden

Meestal is dit als de patiënte al aan de bel trekt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Onderzoek bij primaire amenorroe na

2 voorvallen

A
  • Uitblijven menarche na 14e jaar bij afwezigheid van groei of ontwikkeling sec. geslachtskenmerken
  • Uitblijven menarche op 16e jaar bij aanwezigheid van groei of ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Anamnese diagnostiek cyclusstoornissen

8 onderdelen

A
  • Leefitjd
  • Cyclusanamnese
  • Puberteit & ontwikkeling
  • Lichaamsgewicht
  • Stress en exercitie
  • Hirsutisme/ hudiafwijkingen
  • Medicatie, chronische ziekte, schildklierlijden, galactorroe, visusklachten, hoofdpijn
  • Familie anamnese
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

LO bij diagnostiek cyclusstoornissen

4 onderdelen

A
  • Anatomie aanleg
  • Ontwikkeling en leefitjd
  • Lichaamsgewicht
  • Hirsutisme/ huidafwijkingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Scoringslijsten diagnstiek cyclusstoornissen LO

2 lijsten

A
  • Ferriman-Galway (beharingspatroon over gehel lichaam)
  • Tanner scoring (pubisbeharing en borstontwikkeling)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Galactorroe

A

Productie van borstvoedingachtige vloeistof tijdens periode waarin geen borstvoeding gegeven wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

WHO I: hormoonniveaus

Hoe vaak komt het voor bij anovulatie?

A
  • FSH & LH laag
  • Oestradiol: laag

10%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

WHO II: hormoonniveaus

Hoe vaak komt het voor bij anovulatie?

A
  • FSH: normaal
  • LH: normaal / hoog
  • Oestradiol: normaal

80%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

WHO III: hormoonniveaus

Hoe vaak komt het voor bij anovulatie?

A
  • FSH & LH: hoog
  • Oestradiol: laag

10%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Kenmerken hyperprolactinemie

A
  • Er is niet altijd galactorroe: vaak is er laag oestrogeen
  • Tepeluitvloed: waterig, beiderzijds, spontaan of bij milde compressie
  • Laterale gezichtsvelden
  • CT of MRI-scan
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Therapie bij hyperprolactinemie

Medicatienamen

A

Dopamine agonisten

Parlodel, Norprolac, Dostinex

Binnen enkele weken herstel ovariële functie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Oorzakelijke factoren WHO I

A
  • Hypothalamus aanleg/ anatomisch (trauma, tuor Kallmann-syndroom)
  • Hypothalame functiestoornis (idiopathisch, stress, gewichtsreductie, exersitie, eetstoornissen)
  • Hypofyse functiestoornis: aanleg, tumor
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Korte termijn gevolgen WHO I
Infertiliteit/ anovulatie
26
Lange termijn gevolgen WHO I
- Osteoporose - Cardiovasculaire complicaties
27
Therapie WHO I
- Cyclusherstel (OAC, HST) - Psychiater/ psycholoog (Bij oorzaak van stress oid)
28
Fertiliteitstherapie bij WHO I
- Herstel ovulatie met **GnRH** of **gonadotrofines**
29
Verschijnselen bij WHO II
- Oligo- of amenorroe - Overgewicht - Hyperandrogenisme: hirsutisme, acne, virilisatie - PCOS
30
Oorzakelijke factoren WHO II
- Multifactorieel - Familiair - Genetisch
31
Korte termijn gevolgen WHO II
- Subfertiliteit/ anovulatie - Hyperandrogenisme
32
Lange termijn gevolgen WHO II
- Type II diabetes - Endometrium carcinoom - Cardiovasculaire aandoeningen - Depressiviteit
33
Therapie WHO II
- Overgewicht reduceren - Cyclus herstel (OAC) - Borstkanker risico inschatten
34
Fertiliteitstherapie WHO II
Ovulatie inductie middels **gonadotrofinen, oestradiol-receptor modulatie**
35
Oorzakelijke factoren WHO III
- Natuurlijke veroudering - Turner syndroom - Iatrogeen (bestraling, chemotherapie) - Zeldzame mutaties
36
Korte termijn gevolgen WHO III
- Infertiliteit/ anovulatie
37
Lange termijn gevolgen
- Osteoporose - Bijnier insufficientie - Cardiovasculaire complicaties
38
Therapie WHO III
- Hormoonsubstitutietherapie (OAC) - Preventie osteoporose (oestradiol, bifosfanaten, lifestyle)
39
Fertiliteitstherapie WHO III
- IVF - Eiceldonatie
40
Wat gebeurt er in **meiose I** | 3 stappen
- Homologe chromosomen over de dochtercellen verdelen - Chromatiden blijven aan elkaar - Cel wordt haploïd
41
Wat gebeurt er in **meiose II** | 2 stappen
- Homologe chromatiden worden uit elkaar getrokken - Meiose is een reductiedeling: de hoeveelheid gentisch materiaal neemt bij elke deling af
42
Chromosoomparing afhankelijk van | 2 onderdelen
1. Beweging van chromosomen (**bouquet formation**) 2. Maken van dubbelstrengs DNA-breuken
43
Waar in de testis vindt **spermatogenese** plaats
Tubuli seminiferi
44
Functie **sertolicellen**
Ontwikkeling van **germinale cellen** to **spermacellen** ondersteunen
45
Spermatogonia
Stamcellen, zitten op basale lamina onder de bloed-testis barrière
46
Volgorde ontwikkeling tot zaadcel
spermatogonia --> primaire & secundaire spermatocyten --> spermatiden --> spermatozoa
47
Waardoor kunnen X- en Y- chromosomen toch aan elkaar vastbinden, ondanks dat ze niet op elkaar lijken?
Door de **pseudo-autosomale regio**
48
Spermiogenese
Ontwikkeling van de ronde spermatide tot een rijpe zaadcel
49
Acrosine
Enzym dat geproduceerd wordt in **acrosoom**, essentieel voor zaadcel om **zona pellucida** af te breken en binnen te dringen
50
Protamine
Enzym dat geproduceerd wordt in **kern zaadcel** wat DNA in zaadcel compacter maakt
51
ICSI | NADEEL
Intracytoplasmatische sperma-injectie; zaadellen worden opgezogen en geïnjecteerd in cel | Geen natuurlijke selectie van spermacel
52
Zolang er geen ovulatie optreedt blijft de oöcyt in
diplotene arrest
53
Metafase II arrest | oögenese
Ontstaat na deling tot rijpe oöcyt en ontstaan poollichaampje
54
Wat doet de oöcyt in de **diplotene arrest**?
Hij groeit
55
Wat ontstaat tijdens de **diplotene arrest**? | Oöcyt
Synthese maternaal **mRNA** en **rRNA** | Voorraaad materiaal voor de klievingsdelingen
56
Vorming **zona pellucida** is belagrijk om
polyspermie te voorkomen
57
Functie **gap junctions** oöcyt
Tussen de **granulosacellen** van follikel en de **eicel**, zodat de oöcyt niet te snel verder gaat ontwikkelen
58
**Corticale granula** oöcyt
Blaasjes met enzymen die een rol spelen bij bevruchting | Onder **zona pellucida**
59
Een stijging van de ? concentratie zorgt voor het opheven van het arrest in **metafase II**
calcium
60
Reciprocal translation
Niet-homologe chromosomen die materiaal uitwisselen | Abnormaal proces
61
Anticipatie-repeat expansie ziekten
Wordt steeds erger per generatie
62
**Inhibine** inhibeert
**FSH** zodat maar één follikel ontwikkelt
63
**Oestradiol** inhibeert
FSH
64
**Hypothalamus** en **GnRH** gestimuleerd door
puls
65
Als hypothalamus **progesteron** signalen ontvangt
Gaat **hypothalamus** erg langzaam signaleren
66
Als hypothalamus geen **progesteron** signalen ontvangt
Gaat **hypothalamus** sneller pulseren
67
Wanneer **ovulatie** moet komen pulseert de **hypothalamus**
heel snel
68
**Granulosacel** heeft ? receptoren
FSH
69
De **FSH-receptoren** op de granulosecel zijn voor
Oestrogene in de bloedstroom te maken
70
Wat heeft de granulosecel nodig om oestrogenen in de bloedstroom te kunnen maken?
- **Gearomatiseerd** androsteendion
71
Wat maakt de **thecacel**
- Androsteendion - Testosteron
72
Via waar komt **androsteendion** de granulosacel in?
Basaalmembraan
73
**Oestrogeen** effecten | Tijdens folliculaire fase
- Pijnlijke borsten - Cervicaal slijm
74
**Periovulatoire fase** fenomenen
Mittelschmerz (buikpijn tijdens ovulatie)
75
**Progestageen** effecten | Tijdens luteale fase
- Temperatuur - PMS - Mastalgie - Abdominale discomfort
76
Kenmerken PCOS
- Hirsutisme (klinische of microbiologische androgene kenmerken) - Anovulatie (kleine onrijpe follikels, plycysteyze ovaria) - Oligomenorroe, amenorroe
77
Bijzondere aan **FSH** spiegels bij PCOS
Een normale **FSH** spiegel krijgt de follikels niet aan de praat voor een ovulatie
78
**Sertolicellen** functies | 3 functies
- Voeding - Resorptie van cytoplasma - Vorming van bloed testis-barrière
79
Welke twee oorzakelijke groepen van azoöspermie woorden onderscheiden bij ongewenste kinderloosheid?
- Niet-obstructieve azoöspermie - Obstructieve azoöspermie
80