Vanaf welke PSA waarde is er indicatie voor een biopsie?
4 ng/ml
Uit welke 2 onderdelen bestaat wetenschap?
Wat zijn 3 belangrijke aspecten in de wetenschap?
Wat zijn de 6 fases van een wetenschappelijke methode?
Wat zijn de 3 demonen van de wetenschap?
● De dataduivel: data is slecht gearchiveerd;
○ Data verzamelen, meetkwaliteit, meetniveau;
● Het replicatieprobleem: studieresultaten moeten door andere studies gecheckt
worden;
○ Populatie tegenover steekproef (betrouwbaarheidsinterval);
● De verificatiekramp: te hard proberen het gewenste resultaat te krijgen;
○ Toetsen van hypothesen (mogelijke fouten).
Wat is het verschil tussen discreet en continu?
Discreet: Aantal kinderen, aantal dagen ziek
Continu: Lengte, gewicht
Wanneer gebruik je chi-kwadraat?
Bij nominale variabelen
Wanneer wordt de nulhypothese niet verworpen als de nulhypothese wel of niet in het betrouwbaarheidsinterval zit bij een verschil?
Als de nul in het betrouwbaarheidsinterval zit wordt de nulhypothese niet verworpen.
Wat is een type I fout?
Een type I fout is het geval als de nulhypothese verworpen wordt als deze in
werkelijkheid correct is.
Wat is een type II fout?
Bij een type II fout wordt de nulhypothese niet verworpen als deze in
werkelijkheid niet correct is.
Wat is eerlijker een fixed effects model of een random effects model?
Random effects model
Wat doet het eiwit PSA?
Het maakt het ejaculaat vloeibaar
Wat zijn 4 kenmerken bij de diagnose prostaatkanker?
Wat zijn 4 manieren voor detectie van prostaatkanker?
PSA-test (prostaat specifiek antigeen) in het bloed. Deze is verhoogd bij zowel BPH,
prostatitis als een prostaatcarcinoom;
● Rectaal toucher: lichamelijk onderzoek, voelen aan de prostaat → voor de patiënt
minder prettig;
● Transrectale echo: als iemand een grote prostaat heeft, mag het PSA ook hoger zijn.
Met een echo kan het volume van de prostaat bepaald worden;
● Prostaatbiopten en pathologisch onderzoek: deze zijn nodig om de diagnose kanker
te kunnen stellen, maar zijn vervelend als diagnostisch middel (5% krijgt prostatitis na
prostaatbiopten). Indicaties voor een prostaatbiopt:
○ Kans op PCA > 12.5-20%;
○ Kans op agressieve tumor > 4-7%.
Bij welke 4 kenmerken bij prostaatcarcinoom is er een verhoogde kans op metastasen?
● PSA > 2 ng/ml;
● Gleason > 4+3;
● Stadium T3 of hoger;
● Intraductale groei of cribiforme groei.
Welke 2 opties voor niet behandelen zijn er bij prostaatcarcinoom?
● Watchfull waiting: er kan gekozen worden om niet curatief te behandelen en palliatie
te geven indien nodig;
● Active surveillance: regelmatige controles, uitstel van curatieve behandeling tot de
tumor progressie toont. Dit is geïndiceerd bij tumoren met een Gleason 3+3, laag PSA en
T1/T2-stadium. 60% van de patiënten is na vijf jaar nog steeds niet curatief behandeld.
Welke 3 curatieve opties zijn er bij prostaatcarcinoom?
● Radiotherapie: verschillende soorten:
○ External beam (cyberknife): uitwendige bestraling. Cyberknife is een
robotgestuurde methode van bestraling. Bij grote tumoren of een hoge
Gleasonscore (>8) wordt hormoontherapie toegevoegd;
○ Brachytherapie: inwendige bestraling, waarbij met een naald in de tumor
gestoken wordt, waarna deze verhit wordt. Met behulp van LDR-jodiumzaadjes
of HDR-iridium kan de ligging van de prostaat aangegeven worden. De ligging
van de prostaat varieert veel vanwege de vulling van rectum en blaas;
● Radicale prostatectomie: open chirurgie of laparoscopisch met een robot. Bij een kans
op positieve klieren van >5-10% wordt ook een lymfklierdissectie gedaan;
● Andere fysische methoden: cryotherapie, bestralen met protonen, HIFU-methode (high
intensity focal ultrasonography, verhitten als een soort van magnetronstraling).
Wat is de eerste keuze therapie bij gemetastaseerd prostaatcarcinoom?
Hormoontherapie (Androgeen deprivatie therapie (ADT)
Wanneer kun je spreken van microscopische hematurie?
Meer dan 3 erytrocyten per gezichtsveld, op 2 verschillende momenten bepaald.
Wat is de kans op een maligniteit bij microscopische en wat bij macroscopische hematurie?
Microscopisch: 2-5%
Macroscopisch: 30%
Wat is de vorm van de erytrocyten bij een nefrogene oorzaak?
Dysmorf
In welke spier groeit de tumor in bij blaaskanker?
M. detrusor
Wat zijn de 4 grootste risicofactoren voor blaaskanker?
● Roken (intoxicaties): belangrijkste risicofactor! De amines die vrijkomen door het roken
verlaten het lichaam via de urine en zorgen zo voor kwaadaardige aandoeningen van de
blaas (dient als reservoir);
● Voorgeschiedenis en medicijngebruik: bestraling in bekkengebied, chronische
urineweginfecties (UWI, vooral bij vrouwen), verblijfskatheter, fenacetine (pijnstiller),
immunosuppressie, cyclofosfamide, schistosomiasis;
○ Chronische UWI’s, verblijfskatheters en schistosomiasis zijn geassocieerd met
plaveiselcelcarcinomen;
● Familieanamnese (al is er geen erfelijke vorm van blaascarcinoom): Balkan-nefropathie;
● Omgevingsfactoren: spelen tegenwoordig steeds minder een rol, omdat er steeds meer
restricties zijn in het gebruik van chemicaliën zoals aromatische amines (schilders,
verfindustrie, rubberindustrie, mijnwerkers, kappers) geassocieerd met blaaskanker. Bij
roken komen de toxines in het bloed, waarna ze uitgescheiden worden door de nieren.
In de blaas zorgen ze voor irritatie en zo uiteindelijk voor een blaascarcinoom.
Aan de hand van welke 2 dingen wordt de therapie van blaaskanker bepaald?
TUR (transurethrale resectie) en blaasbiopsie