wat is trombocytenactivatie?
bij beschadiging van de vaatwand komen mediatoren vrij, zoals von Willebrand factor. dit bindt zich aan glycoproteïnen op bloedplaatjes (GPIa en b). door die bindingen worden stoffen afgegeven door bloedplaatjes
welke stoffen worden afgegeven door de bloedplaatjes en wat doen deze stoffen?
tromboxaan en ADP zorgen voor vasoconstrictie en aantrekking bloedfactoren
welke trombocytenaggregatieremmers zijn er?
wat is cyclo-oxygenase (COX)?
is verantwoordelijk voor afgifte tromboxaan. COX-remmers zijn NSAID’s. typen COX:
welke verklaringen zijn er voor aspirine resistentie?
wat is clopidogrel?
een ADP-antagonist. het is een prodrug: moet eerst in het lichaam worden omgezet door het CYP2C19 enzym in de lever. als vervanging is nu ook prasugrel, wat onafhankelijk van het gen kan worden geactiveerd, ontwikkeld
wat zijn coumarinederivaten?
vitamine K-antagnonisten. je hebt fenprocoumon of acenocoumarol. het bindt zich aan coumarine receptoren, waardoor de stolling helemaal geremd kan worden. de stollingsdienst moet wel blijven controleren.
hirudine en dabigatran remmen ook de trombine, maar hierbij hoeft de stollingsdienst niet te controleren. het werkt ook direct.
heparine bindt irreversibel aan antitrombine III en remt trombine en factor Xa.
wat zijn fibrinolytica/trombolytica?
tPA is nodig voor fibrinolyse/trombolyse. dit is een omzetting van fibrine in afbraakproducten. middelen die dit stimuleren zijn:
hoe wordt een acuut myocardinfarct behandeld?
wat is acuut coronair syndroom?
probleem met bloedtoevoer naar het hart, waardoor zuurstoftekort optreedt. er treedt myocardiale schade op.
opgedeeld in:
hoe wordt ischemie gedetecteerd?
klachten komen pas als het te laat is. hart gaat minder goed functioneren –> zichtbare ECG-veranderingen –> angina klachten.
wat kun je zien aan het ST-interval?
ST-elevaties: volledige afsluiting coronair.
ST-depressies: partiële afsluiting coronair
hangt af van waar je elektrodes plaatst. elevaties zijn de baas (bij elevaties + depressies –> depressies omgekeerde elevaties)
wat zijn de verschillen tussen STEMI en NSTEMI?
STEMI: ST-elevaties, pijn op borst, ACS:
NSTEMI: geen ST-elevaties, ACS:
hoe worden STEMI en NSTEMI behandeld?
STEMI:
NSTEMI:
hoe wordt een myocardinfarct geclassificeerd?
welke factoren zorgen voor een reductie in overlijden aan hartinfarcten?
welke complicaties kunnen er bij een ACS/MI voorkomen?
tijdens:
- elektrische onbalans en beschadiging
- pompfunctiestoornis
- ruptuur
- pericard problemen
na:
welke klachten zijn te herkennen bij hartritmestoornissen?
welke kenmerken van hartritmestoornissen zijn te ondervinden bij lichamelijk onderzoek?
niks, behalve als het gaat om atriumfibrilleren:
welke mechanismen kunnen leiden tot hartritmestoornissen?
wat voor soorten versnelde ritmes heb je?
tachyaritmieën: HF > 100 bpm:
hoe werkt een normale sinusknoop functie?
gedenerveerd hart –> 90-110 BPM
geïnnerveerd hart –> 60-100 BPM
een sinusknoop functie kan veranderen bij in- en expiratie, door drukverandering. inspiratie –> negatieve thoracale druk –> meer bloed aanzuigen door hart
welke verschillende sinusknoopdisfuncties zijn er?
hoe worden tachycardieën onderverdeeld?
supraventriculaire tachycardieën:
ventriculaire tachycardieën
smal complex tachycardieën
breed complex tachycardieën: