Wat is het slot-sleutel model? Wat voor sleutels zijn er?
De slot is de receptor, sleutel de farmacon(stof). Als de stof aan de receptor bindt reedt een effect op.
- agonist: stimuleert effect
- antagonist: blokkeert bij binding de binding v agonist, maar veroorzaakt geen effect -> remming
Een stof kan aan meerdere receptoren binden met een verschillend effect per locatie.
Welke soorten receptoren zijn er(snel - langzaam)? Noem ook een voorbeeld.
Welke maten zijn er voor het effect van een farmacon?
Wat voor soorten agonisten zijn er?
Wat voor soorten antagonisten zijn er? Wat gebeurt er met de curve? Is dit wel of niet afhankelijk v/d receptor?
Waarom en hoe bepaal je een schildplot?
Wat zijn de symptomen van aortaklepziekte?
Wat is pericarditis contrictiva? Wat zijn de oorzaken van pericarditis?
Ook wel pantserhart, een zeldzame complicatie waarbij pericard verkalkt en verstijft.
Hoe kan de hartas afwijken?
Door uitval van lokale bijdragen waardoor de richting van de hartvector verandert.
Wat is het long QT-syndrome?
Verlenging QT-segment d verlate ventriculaire repolarisatie. Gemakkelijk bewusteloos bij inspanning/emotie d activatie symphaticus en afgifte adrenaline. Mutatie in HCN4-eiwit waardoor er t repolarisatie If-stroom is(geen complete inactivatie Na-kanaal).
Wat is het effect van het (para)sympathische systeem op organen?
Sympathisch/parasympatisch
- oog: mydriase/miose
- speekselklieren: minder secretie/secretie
- HF: +/-
- longen: bronchodilatie/constrictie
- mobiliteit spijsvertering: -/+
- blaas: relaxatie/constrictie
- penis : ejaculatie/erectie
- clitoris: -/erectie, zwelling
Hoe wordt info uit de organen verwerkt? Waartoe behoort zweten?
Afferente info via n. X/IX -> nucl tractus solitarii -> hypothalamus, hersengebieden -> efferente info n eindorganen.
Zweetsecretie hoort bij de symphaticus, maar de postganglionaire nt is toch ACh
Hoe werkt de pupilreflex? Waaruit bestaat de (para)sympathische spierreflex
Licht valt op oog: retina -> ganglioncelllen -> thalamus -> nucl pretectalis -> nucl Edinger-Westphal -> N. III -> ganglia cilliare -> m sfincter pupillae
Wat is co-transmissie? Met welke stoffen gebeurt dit in het (para)sympathische systeem?
Vesicles bevatten meerdere nt’s/stoffen die tegelijk afgegven, maar werken m vers snelheid -> lager effect
Sympatisch: ATP(depolarisatie, openen LCC), NA(extra Ca uit ER) en neuropeptide Y([Ca]i omhoog)
Parasympatisch: ACh(activeert eNOS), NO & VIP(verlate dilatatie)
Hoe werkt de (para)sympathische innervatie van het hart? Hoe beïnvloed symphaticus de contractiliteit?
In de SA/AV-knopen
Parasympatisch: -LCC & If-kanalen, +K-kanalen
Sympatisch: +LCC(Ca2+) & If-kanalen
Via de excitatie-contractiekoppeling: d activatie v/d sympaticus via b-receptor hogere Ca-piek -> betere samentrekking(+ ionotroop effect)
Wat voor sensoren zijn er in het cardiovasculaire systeem? Waar bevinden ze zich en wat doen ze?
Wat is dysautonomie?
Een ziekte waarbij AZS degenereert(MSA, Shy-Drager), beeld lijkt op cerebellaire ataxie/Parkinson. symptomen zijn hypotensie, incontinetie, impotentie, verlies transpirtatievermogen. Kan ook voorkomen als onderdeel v bv MS, diabetes, beschadiging ruggenmerg.
Hoe kun je farmaca v/h autonome zenuwstelsel indelen?
Functie
- (para)symphaticomimetica
- (para)symphaticolytica
Op welke stof ze chemisch lijken
- cholinerge
- adrenerge
- dopaminerge
- purinerge
Welke soorten efferente zenuwbanen zijn er? Welke neurotransmitter, doelorgaan en receptor hebben deze?
Hoe werkt de cholinerge synaps? Hoe kan hierop worden ingegrepen?
Welke soorten cholinerge receptoren zijn er?
Hoe werkt de noradrenerge synaps? Hoe kun je hierop ingrijpen?
Welke soorten adrenerge receptoren zijn er? Wat is het farmacologische effect?
Welke soorten adrenoreceptoren agonisten zijn er? Welke therapeutische gebruiken hebben deze?
A-adrenoreceptor
- a1: (nor)adrenaline, fenylephrine
Lokale bloeding, verkoudheid, inductie mydriasis, verlenging werking lokale verdoving, shock
- a2: (nor)adrenaline, clonidine(ook pre synap)
B-adrenoreceptor
- b1: (nor)adrenaline, isoprenaline, dobutamine
Hartstilstand, tijdelijke hartblok
- b2: salbutamol, adrenaline, isoprenaline
Astma, dreigende vroeggeboorte
Tyramine, efedrine: indirect effect, bij a1/2 meer NA afgifte