onbegrip
iets niet snappen.
onbeschaafd
Niet goed opgevoed, zonder goede manieren.
onhandig
iets niet goed kunnen.
onoverzichtelijk
Niet duidelijk, rommelig.
onverstandig
Niet slim.
onvoldoende
Niet genoeg.
onvoltooid
Niet klaar, niet af.
onvrede
Ruzie, ontevredenheid.
onzeker(heid)
iets wat niet vaststaat.
onzelfstandig
Van iets of iemand afhankelijk.
wandaad
Slechte daad.
wanhoop
Gevoel dat er geen enkele hoop meer is.