wat is de rol van de CD4+ cel in de activatie van andere cellen?
APC activeert CD4+ cel door HLA-II matching, hierop gevolg:
- deling en activatie CD4+
- helpen en activeren CD8+
- helpen B-cellen –> geheugenvorming
- activeren macrofagen in weefsel
uit welke signalen bestaan de transiënte interacties tussen de dendritische cel en een T-cel bij activatie?
hierbij raken zowel de dendritische cel als de T-cel geactiveerd
wat gebeurt er als er alleen HLA-II binding aan de cellen ontstaat, maar er verder geen signalen doorgegeven worden?
tolerantie van de cel door apoptose of anergie
hoe wordt de T-cel activatie gereguleerd?
CTLA-4 wordt gestimuleerd als zowel signaal 1 als signaal 2 geactiveerd zijn –> CD80 en CD86 kunnen ook binden aan CTLA-4 in plaats van aan CD28 –> CTLA-4 hogere affiniteit, waardoor immuun-respons stopt
hoe wordt de differentiatie van Th0 cellen aangestuurd?
het APC is sturend, omdat dit cytokinen aanmaakt. maar de omgeving beïnvloeden ook
welke verschillende immuuneffectormechanismen onderscheiden we?
antistoffen:
- Fab –> neutralisatie (agglunitatie)
- Fc –> complement activatie, opsonisatie, sensitisatie (van mestcellen, NK-cellen en fagocyten)
cellulaire mechanismen:
- activatie macrofagen, NK-cellen, gamma-delta T-cellen en CD8+ T-cellen
- activatie Th1 met macrofagen hyperactivatie
hoe migreren de B-cellen in het lichaam?
recirculatie bloed-lymfe bloed –> lymfeklier follikel –> activatie –> deling –> differentiatie als plasmablasten naar merg van lymfeklier, of als antistoffen
follikelcentrumreactie zorgt voor geheugencellen (recirculatie in bloed), langlevende plasmacel –> terug naar beenmerg
hoe migreren T-cellen in het lichaam?
in recirculatie als naieve T-cel. geactiveerde T-cel:
- effector T-cel naar weefsel
- effector geheugen T-cel in circulatie
- centrale geheugencel in circulatie
- centrale geheugencel naar weefsel (secundaire respons)
in weefsel: apoptose, of residente geheugen T-cel
wat doet S1P voor de lymfeklier emigratie?
T-cellen hebben een receptor voor dit molecuul, waardoor ze uit de lymfeklier getrokken worden naar de plek waar de S1P concentratie het hoogst is
welke gegevens zijn belangrijk voor het opstellen van de differentiaal diagose van infectieziekten?
patiëntgegevens:
- demografische gegevens
- voorgeschiedenis
- immuunstatus
- anamnese
- lichamelijk onderzoek
epidemiologische gegevens en aanvullend onderzoek
welke soort onderzoeken worden (voornamelijk) gebruikt bij een verdenking op een bacteriologische infectie?
welke onderzoeken worden gebruikt bij een verdenking op een virologische infectie?
welke onderzoeken worden gebruikt bij een verdenking op een parasitaire infectie?
welke onderzoeken worden gebruikt bij een verdenking op een fungale infectie?
wat zijn de voordelen van een direct preparaat?
wat zijn de nadelen van een direct preparaat?
welke twee vormen van kweekmethodes onderscheiden we?
hoe wordt een kweek gemaakt?
door de kweek uit te smeren in verschillende entstrepen op bijvoorbeeld een agarplaat. hiermee kan worden ingeschat hoeveel er van de bacterie/schimmel in het patiëntmateriaal zit
wat zijn de voordelen van een kweek?
wat zijn de nadelen van kweek?
hoe werkt serologie?
de immunologische respons van de patiënt wordt gemeten in de tijd. wordt gedaan met indirecte assay: antilichaam van patiënt wordt op antigeen geplaatst, daar secundair antigeen aan met sustraatbinding
wat zijn de voordelen van serologie?
wat zijn de nadelen van serologie?
wat is de werkdefinitie van auto-immuunziekten?
een ontsteking van langere duur met:
- infiltratie van mononucleaire ontstekingscellen
- geen (of weinig) neutrofiele granulocyten
- weefseldestructie
- bindweefselformatie