broer/zus
hermano/a
getrouwde man/vrouw
marido/mujer
opa en oma
abuelo/a
mama en papa
madre/padre
zoon/dochter
Hijo/a
neef nicht van de broer van uw ouders (van uw oom tios)
primo/a
kinderen van broers en zussen
sobrino/a/s
beste vrienden
mejores amigos
oom/ tante (nonkel/tante)
tio/a/s
beste vriend
mejor amigo
vriend
compañero
oudere/jongere broer
hermano mayor/menor
alleen zijn
soltero/a
weduwnaar
viudo/a
enig kind
hijo/a único/a
tweelingen
gemelos/as
getrouwd
casado/a
gescheiden
divorciado/a
uit elkaar
separado/a
een relatie hebben
una relación
een jong iemand
un/a chico/a alguien
een jong iemand
un/a chico/a alguien
avontuurlijk
aventurero
plezierig
divertido