5 hoofdfuncties spijsverteringskanaal
3 lagen mucosa duodenum
Wat bevat de submucosa van duodenum?
Klieren, bloedvaten en galgangen, maar voornamelijk bindweefsel
Opbouw lagen colonwand (5)
Contractie gladde spiercellen
Werking second-messenger systeem met G-eiwitten
2 soorten gladde spiercellen
Multi-unit
Te vinden in o.a iris. Per spiercel is er één zenuwvezel. Meer signalen nodig om beweging uit te voeren. Zorgt voor een verfijnde motoriek.
Unitary
Één zenuw heeft een uiteinde op meerdere spiercellen. Tussen de spiercellen zitten gap-junctions die de elektrische stroom geleiden. 1 signaaltje zorgt voor contractie van heel veel spiervezels. Verfijne motoriek niet van belang, komt vooral voor bij MD-kanaal.
Ook in afwezigheid van de __________ gaat de peristaltiek gewoon door.
parasympathicus
Voor slow-wave contracties zijn twee soorten kanalen nodig: _____________________ en ____________________________.
Ca-kanalen, Ca-afhankelijke chloride kanalen
Slow wave werking
EPSP’s
Exciterende postsynaptische potentialen
Ritme van maagdarm actiever maken
IPSP’s
Inhiberende postsynaptische potentialen
Darm in rust
Innervatie van de gladde spiercellen vindt plaats via de ______________________.
parasympathicus
Plexus entericus
Intrinsieke neuronen van de darmen
Plexus submucosa
plexus van Meissner en plexus van Auerbach
Plexus van Auerbach
Secretie processen
Dankzij de ________ kan peristaltiek geheel zelfstadnig plaatsvinden.
plexi
De lengte spieren maken de oesophagus ________.
korter
Samentrekking kringspieren oesophagus geregeld door plexus _________.
entericus
Onderste oesophageale sphincter loopt via n. _____.
vagus