Wat voor slechte stoffen zitten er in een sigaret?
Hoe krijg je van roken longkanker?
Wat is belangrijk om te vragen bij de rook anamnese?
Pack-Years: aantal pakjes sigaretten per dag x aantal jaren of aantal sigaretten per dag/20 x aantal jaren
- duur veel belangrijker dan aantal sigaretten per dag
- risico op longkanker = (duur)^4,5 = (aantal sigaretten)^1
- 1 pakje = 20 sigaretten
Hoeveel roken mensen en wat voor personen zijn dit?
Wat is het relatieve risico van roken en is stoppen met roken zinvol?
Relatieve risico: risico van de blootgestelde t.o.v. niet-blootgestelde populatie; hoe hoger de RR, hoe groter de sterkte van de relatie
- voor een actieve roker: RR > 20 (= 2000%)
- voor een passieve roker: RR = 1,2 (= 120%)
Verwijderen van blootstelling doet de RR dalen; op individueel vlak en in de maatschappij
- Bij longkanker: RR neemt exponentieel af na stopzetten blootstelling; wordt nooit gelijk aan nooit-roker, echter heeft stoppen met roken binnen 5 jaar al een veel betere overleving dan doorgaan! Ook al stopt iemand pas al hij al 60 is, toch heeft stoppen altijd zin.
- Primaire preventie is in hoge mate kosten-effectief!
Wat is de slagingskans bij stoppen met roken?
De percentages zijn dus het precentage mensen wat dan nog steeds gestopt is.
Wat is het verschil tussen roken en een waterpijp of E-sigaretten?
Is longkanker of roken erfelijk?
Rokers zitten vaker in een sociale omgeving waarin mensen ook roken, mogelijk zijn mensen vatbaarder voor roken dan anderen (niet bewezen)
Longkanker zelf is niet erfelijk, er zijn wel mensen die meer kans hebben op mutaties dan anderen
Wie krijgt er dan longkanker?
Wat zijn risicofactoren voor longkanker?
Hoe is de epidemiologie van longkanker?
Waarom ontstaan de symptomen van longkanker pas laat?
Ontstaan vaak pas heel laat, door de volgende oorzaken:
- longweefsel heeft geen zenuwen en geeft daarom geen pijn
- longtumoren zijn niet palpabel
- er is vaak een grote reservecapaciteit door de 2de long
- klachten worden vaak aan een andere diagnose gekoppeld (bijv. moeheid en hoesten)
- longtumoren metastaseren erg snel
Wat zijn lokale klachten van tumorgroei?
Kortademig: Dit gebeurt vaak pas in een laat stadium aangezien de long een enorme overcapaciteit heeft. Een tumor van ±5cm neemt maar 1/10e van de long in, daar krijg je geen kortademigheid van. Dit krijg je pas al bijvoorbeeld een hele long is uitgeschakeld door atalectase
(Bloed) ophoesten: bij hele centrale tumoren, vaak plaveiselcarcinomen, patiënten hebben vaak ook pijn (bij uitzaaiing). Dit is vaak bij tumoren in de grotere luchwegen
Pleurapijn: dit krijgen mensen als de tumor doro de thoraxwand heen groeit, de longen zelf hebben geen gevoel
Voorbeelden van pijn bij ziektebeelden:
- (Centrale) luchtweg: hoesten, sputum, infectie, hemoptoe, dyspnoe
- Pleuravocht: dyspnoe, hoest, pijn (pleuravocht: dan zijn er al pleurale uitzaaiingen)
- Pleura/thorxwand ingroei: pijn
- Ingroei nervus recurrens: heesheid (n. recurrens innerveert de stembanden, linker stemband kan stil komen te staan)
- Oesophagus compressie: passagestoornissen
–> pijn en dyspnoe pas in later stadium = delay in diagnose
Wat zijn systemische symptomen van tumorgroei?
Wat is het Vena Cava Superior Syndroom (VCSS)?
Wat is het Syndroom van Horner/Sulcus superior tumor?
Syndroom van Horner/Sulcus superior tumor:
- Sulcus superior is het hoogste gedeelte van de long, een tumor in de long top heeft redelijk vrij spel om door te groeien
- Bij de longtop loopt de plexus brachialis (onder clavicula), via welke de sympatische en parasympathische zenuwen lopen
- Tumor groeit in de sympathische grensstreng
- Klachten: (meestal eenzijdig aanwezig)
- Schouderpijn
- Miosis (vernauwde pupil)
- Ptosis (hangend ooglid)
- Anhidrosis (niet kunnen zweten
- Enoftalmie (terugzakken van oogbos
- Soms ook atypische pijn
- Eventueel arm uitval
- Door de lokale klachten wordt deze tumor vaak zonder metastase gevonden, hierdoor is een curatieve behandeling vaak mogelijk
(- Houdt deze diagnose bij rokende patiënten met vage schouderklachten in het achterhoofd)
Wat is het Pancoast syndroom?
Wat doen bij verdenking op longcarcinoom?
Welke dingen vraag je uit en doe je bij lichamelijk onderzoek bij een verdenking op een longcarcinoom?
Anamnese:
- moeheid
- klachten door de tumor (hoest etc.)
- vraag naar voorkomende metastasen (hersenen, botten, lever, bijnier)
- neurologische klachten/botpijn
- WHO-PS (performance status); ligt u op bed overdag en of dit meer dan de helft van de dag is
Lichamelijk onderzoek: checken voor;
- gewichtsverlies > 10% in afgelopen 3 maanden
- lymfadenopathie (supraclaviculair, oksels)
- heesheid
- vena cava superior syndroom
- hepatomegalie
- weke delen zwelling
- kloppijn van de wervelkolom
Wat is de functie van laboratorium onderzoek bij longcarcinoom?
Hoe is de radiologische presentatie van een longcarcinoom en welke manieren van beeldvorming zijn hiervoor in te zetten?
Manieren van beeldvorming
- CT-scan: voorkeur boven X-thorax (hierbij tot 30% gemist, vooral kleine centrale), met contrast onderscheid tussen bloedvat en lymfeklier, iets zeggen over grootte, ligging, aspect en doorgroei, kleinere tumoren waarneembaar, vaak bovenbuik mee scannen voor metastasen in lever/bijnieren
- PET-scan: radioactief suiker moleculen (opgenomen door weefsel met hoger metabolisme), bijna total body scan (niet voor CZS), bij 10% een onverwachte metastase gevonden, mediastinum beter beoordeelbaar dan op CT-scan, detectiedrempel van 7 mm (mogelijk nog uitzaaiingen gemist)
Welke soorten thoracale weefseldiagnostiek gebruiken we en welke methoden zijn er om dit weefsel te verkrijgen?
Methoden: sputum cytologie, bronchusaspiraat, bronchiale brushing, transbronchiale punctie, bronchiaal biopt, transthoracale punctie, transoesophageale punctie, VATS (kijkoperatie), thoractomie
Soorten onderzoek:
- Bronchoscopie: kijkonderzoek in grotere luchtwegen, voor centrale tumoren (gevoeligheid 85%, voor perifeer 33% sensitiviteit), het is veilig (morbiditeit (0,12%) en mortaliteit 0,04%), informatie over uitbreiding tumor, onder lokale verdoving, videochip op de tip (diameter ong. 5 mm), via de neus/mond, nuchter zijn ervoor (behalve medicatie), in Nl gedaan door longarts, gedaan onder doorlichting (bij 1,7% bloedingen en bij 0,7% een pneumothorax)
- Endoscopic ultrasound system (EUS): punctie via de slokdarm onder endoscopie, stadiëring, linkerdeel bovenste deel mediastinum, subcarinale klier, onderste deel mediastinum beiderzijds, linker (en rechter) bijnier (via de maag)
- Endobronchial ultrasound system (EBUS): punctie via de trachea onder endoscopie, stadiëring, bovenste deel mediastinum beiderzijds, subcarinale klier, hilaire klieren
Hoe is de gehele Work-Up bij de verdeking op longkanker?
Hoe is de TNM-classificatie van longkanker?
T: tumorgrootte en ligging
N: lymfekliermetastasen, hoe verder van de tumor hoe slechter de prognose
- N1: in hilus van zelfde long als tumor
- N2: tussen longen, maar andere kant als tumor
- N3: tussen longen, maar aan andere kant als tumor of in andere longhilus en/of supraclaviculair/lage halsklieren
- Andere lymfeklieren worden M1 genoem
M: uitzaaiingen naar andere organen (bot, lever, hersenen)
- M0: geen metastasen op afstand
- M1: metastasen op afstand, vaak ik hersenen, bot, bijnieren, lever