WERKENDE-CEL Flashcards

(31 cards)

1
Q

assimilatie

A

Opbouw van complexe organische stoffen van eenvoudige anorganische stoffen.
-Assimilatie kost energie en deze komt van lichtenergie of chemische energie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

oxidatie

A

het verlies van elektronen waarbij energie vrijkomt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

reductie

A
  • Het opnemen van elektronen waarbij het energieniveau toeneemt.
  • Voorbeeld: CO2 wordt gereduceerd tot C6H12O6
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is de relatie tussen het oxidatiegetal en het energieniveau van een molecuul?

A

Hoe lager het oxidatiegetal des te meer energie bezit het molecuul.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat doen autotrofen?

A

Koolstofassimilatie en halen energie uit zonlicht of uit oxidatie
van anorganische stoffen zoals NH3 H2S etc. (= chemosynthese)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Geef voorbeelden van voortgezette assimilatie

A

aanmaak van:
vetten
aminozuren
koolhydraten
etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat is dissimiliatie?

A

stofwisseling:
- grote moleculen worden omgezet in kleine moleculen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe ontstaat er een protonen concentratie gradiënt

A

Doordat protonen via protonpompen naar het lumen worden gepompt hierdoor ontstaat er een hoge protonen concentratie in de binnenkant van het lumen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

lichtreactie

A

In de lichtreactie wordt lichtenergie omgezet en opgeslagen in twee energierijke moleculen.
Namelijk ATP en NADPH. Beide moleculen worden gebruikt in de donkerreactie om
energiearm CO2 om te zetten in energierijk glucose. ATP en NADPH zijn dus tijdelijke
opslagvormen voor energie. Een soort oplaadbare batterij dus.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe lopen de stromen van de elektronen

A

van chlorofyl naar NADP+

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe worden het geoxideerde chlorofyl weer van elektronen voorzien

A

door splitsing
van 2 water in 4H+, 4e- en O2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe ontstaan ATP en NADPH en waar komt de energie vandaan

A

door de lichtreactie wordt lichtenergie omgezet en opgeslagen in twee energierijke moleculen:
ATP en NADPH.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is donkerreactie (Calvincyclus)

A

De donkerreactie gebruikt ATP en NADPH om
koolstofdioxide om te zetten in glucose.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de input en output van de calvincyclus

A

in CO2, out glycose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welke moleculen worden in de voorgezette assimilatie gemaakt

A

Alle moleculen die een
autotroof organisme nodig heeft.

(bv aminozuren voor eiwitsynthese, vetten zoals
fosfolipiden voor membraanopbouw, nucleotiden voor DNA en RNA etc.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Welke polymeren van glucose ken je?

A

Zetmeel, cellulose, chitine

17
Q

Waarom maakt een plant een polymeer van glucose (zetmeel)?

A

Wordt gebruikt door de plant
als energie opslag en om
andere organische
verbindingen te maken, zoals
aminozuren, en vetten

18
Q

de 3 stappen bij aerobe ademhaling + de paalts

A
  1. Glycolyse = cytoplasma
  2. Citroenzuurcyclus = mitochondriën
  3. Eindoxidatie = mitochondriën
19
Q

Glycolyse

A

Na de glycolyse is glucose omgezet in 2 moleculen
pyruvaat. De elektronen en protonen zitten op de
energiedrager NADH2 CO2 wordt in de glycolyse niet
gevormd. Er zijn twee moleculen ATP gevormd.

20
Q

citroenzuurcyclus

A

Na de citroenzuurcyclus is pyruvaat omgezet in CO2, de
elektronen en protonen zitten op de energiedragers
NADH2 en FADH2.

21
Q

Eindoxidatie of oxidatieve fosforylering.

A

De energiedragers NADH2 en FADH2 geven hun protonen
en elektronen af. De elektronen drijven de protonpompen
aan en komen na gebruik op O2 terecht. De protonen
worden naar de tussenruimte gepompt en komen door
het ATP-synthase terug, waarbij ATP wordt gemaakt. De
protonen worden ook opgenomen door O2 en vormen
H20. Er wordt veel ATP gemaakt.

22
Q

Dissimilatie

A

Het proces waarbij macromoleculen afgebroken worde tot kleinere moleculen
en waarbij energie vrijkomt onder de vorm van ATP.

23
Q

Osmose

A

Het verplaatsen van water door een semipermeabel membraan in de richting van
de hoogste osmolariteit. (concentratie alle opgeloste stoffen samen)

24
Q

Diffusie

A

Het verdelen van de opgeloste stoffen over de beschikbare ruimte.

25
Chemosynthese
een proces waarbij organismen energie verkrijgen door de oxidatie van anorganische stoffen
26
Methaanbacteriën
- Koolstofdioxide wordt gereduceerd tot methaan. Methaan bevat energie, deze komt uit diwaterstof. CO2 + 4 H2 + CH4 + 2 H2O * Methaanbacteriën oxideren het energierijke methaan, de vrijgekomen energie onder de vorm van ATP wordt gebruikt voor allerlei assimilatiereacties
27
De nitrificerende bacteriën
De nitrificerende bacteriën zetten ammoniak om in nitraat. Er komt energievrij, deze wordt gebruikt in de chemosynthese
28
wat zijn de twee stappen van nitrificerende bacterien.
De nitrietbacterie haalt energie uit de omzetting van ammoniak tot nitriet. De nitraatbacterie haalt energie uit de omzetting van nitriet tot nitraat
29
aerobe ademhaling
Glucose in aanwezigheid van zuurstof geoxideerd tot CO2 en H2O
30
Alcoholische gisting
Glucose wordt in de glycolyse omgezet tot pyrodruivenzuur. Onder afsplitsing van CO2 ontstaat ethanal (acetaldehyde). Ethanal wordt door NADH2 gereduceerd tot ethanol.
31
Melkzuurgisting
Glucose wordt in de glycolyse omgezet tot pyrodruivenzuur (restzuur pyruvaat). Pyrodruivenzuur kan direct worden gereduceerd tot melkzuur (restzuur lactaat).