kennen
connaitre
weten
savoir
kunnen, mogen
pouvoir
willen
vouloir
gaan
aller
zeggen
dire
zien
voir
maken,doen
fair
zijn
etre
hebben
avoir
leggen
mettre
komen
venir
moeten
devoir
geloven
croire
schijnen, lijken
paraitre
houden
tenir
nemen
prendre
voelen, ruiken
sentir
teruggeven
rendre
buitengaan
sortir
begrijpen
comprendre
schrijven
ecrire
drinken
boire
verkopen
vendre