bevruchting
kern van een eicel smelt samen met de kern van een zaadcel
eeneiige tweeling
tweeling die ontstaat uit 1 bevruchte eicel
embryo
zich ontwikkelend ongeboren kind
foetus
embryo vanaf de derde maand van de zwangerschap
innesteling
een klompje cellen zet zich vast in het baarmoederslijmvlies
navelstreng
weefsel van het embryo waardoor bloed stroomt van het embryo naar de placenta en weer terug
placenta (moederkoek)
orgaan bestaande uit weefsel van de moeder en het ongeboren kind
twee-eiige tweeling
tweeling die ontstaat uit 2 bevruchte eicellen
vruchtvliezen
vliezen die om het embryo liggen
vruchtwater
vloeistof die het embryo omgeeft