2.7 Flashcards

(11 cards)

1
Q

aids

A

veroorzaakt door hiv; genezen niet mogelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

anticonceptiepil (de pil)

A

dagelijks in te nemen pil zodat geen ovulatie plaatsvind

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

chlamydia

A

meest voorkomende soa met weinig klachten; zonder behandeling kans op onvruchtbaarheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

condoom

A

latex hoesje dat om de penis word gerold; een vrouwen condoom word in de vagina in gebracht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

gonorroe

A

soa die zorgt voor vieze afscheiding uit vagina of penis; zonder behandeling kans op onvruchtbaarheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

pessarium

A

rubberen koepeltje dat de baarmoedermond afdekt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

soa (seksueel overdraagbare aandoening)e

A

ziektje die je kunt krijgen door contact met penis vagina anus of mond van een besmet persoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

spiraaltje

A

wordt in de baarmoeder ingebracht voorkomt ovulatie (hormoonspiraaltje) of innesteling (koperspiraaltje)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

sterilisatie

A

blijvende ingreep waarbij de zaadleiders of eileiders worden onderbroken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

syfilis

A

zweertjes rondom de vagina penis of anus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

voorbehoedsmiddelen

A

middelen die zwangerschap voorkomen, een condoom beschermt ook tegen soas

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly