debt
schuld
liable for
aansprakelijk voor
to go bankrupt/to go broke/to go bust
failliet gaan
bankruptcy
faillissement
setback
tegenslag
from scratch
vanaf het begin
value
waarde
valuable (2)
kostbaar/waardevol
valuables
kostbaarheden
to beg
bedelen
beggar
bedelaar
generous (2)
gul/vrijgevig
to deduct
aftrekken
to transfer (into)/to remit (into) (2)
overmaken/overboeken naar
to boil down to
neerkomen op
to maintain
onderhouden
maintenance
alimentatie
proceeds
opbrengst
auction
veiling
to play down
bagatelliseren
quest
zoektocht
to soar/to rocket
omhoogschieten
to cash in (on)
financieel profiteren van
schuld
debt