Diabetes Mellitus Type 1 (DMT1)
Auto-immuunziekte die op jonge leeftijd ontstaat, waarbij bètacellen in de alvleesklier worden vernietigd en er geen insuline meer wordt geproduceerd.
Symptomen DMT1
Acuut en flink ziek zijn, met symptomen als dorst, gewichtsverlies en verhoogde vatbaarheid voor infecties.
Pathofysiologie DMT2
Een combinatie van insulineresistentie en een relatief tekort aan insulineproductie, vaak gerelateerd aan levensstijl en genetische aanleg.
Microvasculaire complicaties DM
Complicaties in de kleine bloedvaten, zoals neuropathie (zenuwschade) en nefropathie (nierschade).
Macrovasculaire complicaties DM
Complicaties in de grote bloedvaten, wat leidt tot een 2-4x hogere kans op cardiovasculaire aandoeningen zoals een hartinfarct of CVA.
Perifere neuropathie bij DM
Schade aan de sensibele zenuwen, wat leidt tot tintelingen, een dof gevoel, gevoelloosheid of pijn, meestal beginnend in de voeten of tenen.
Stil hartinfarct
Een hartinfarct dat niet wordt gevoeld door de patiënt, een cardiovasculaire complicatie bij diabetes.
HbA1c-waarde
Een maat voor het gemiddelde bloedglucosegehalte over de afgelopen 2-3 maanden; een waarde > 53 mmol/mol leidt tot meer complicaties.
Streefwaarden bloedglucose (DM)
Een bloedglucose (BG) tussen 4 en 10 mmol/l.
Hypoglykemie symptomen
Autonome (zweten, trillen, hartkloppingen) en neuroglycopene (verwardheid, vreemd gedrag, slaperigheid) symptomen door een te lage bloedsuiker.
Invloed alcohol op bloedglucose
Alcohol remt de gluconeogenese in de lever, wat later kan leiden tot een hypoglykemie, ondanks een initiële stijging van de bloedglucose.
Hypoglykemie unawareness
Het niet meer voelen van de waarschuwingssignalen van een naderende hypoglykemie.
Continue Glucose Meter (CGM)
Een sensor die continu de glucose in het interstitiële vocht meet en trends en alarmen kan geven bij hoge of lage waarden.
Werking Metformine
Verhoogt de insulinegevoeligheid en vermindert de gluconeogenese (glucoseproductie) in de lever.
Werking SU-derivaten (bv. gliclazide)
Stimuleren de alvleesklier om meer insuline af te geven, met als risico hypoglykemie.
LADA (Type 1,5 Diabetes)
Latent Autoimmune Diabetes in Adults; een langzaam progressieve vorm van auto-immuun diabetes die op latere leeftijd (> 30 jaar) begint.
MODY
Maturity Onset Diabetes of the Young; een erfelijke vorm van diabetes die begint tussen 10-25 jaar, waarbij de alvleesklier te weinig insuline afgeeft.
Diabetische Ketoacidose (DKA)
Een levensbedreigende toestand, vooral bij DMT1, waarbij het lichaam vetten verbrandt en zure ketonen produceert door een absoluut insulinetekort.
Symptomen DKA
Misselijkheid, braken, uitdroging, Kussmaul-ademhaling (snelle, diepe ademhaling), en een geur van aceton in de adem.
Hyperosmolair Hyperglykemisch Syndroom (HHS)
Een levensbedreigende toestand bij DMT2 met extreem hoge bloedglucose (>40 mmol/l) en ernstige uitdroging, meestal zonder ketoacidose.
Diaboulimia
Het opzettelijk weglaten van insuline om gewicht te verliezen, een levensgevaarlijke eetstoornis die vaker voorkomt bij DMT1.
Atherosclerose
Een geleidelijk en progressief proces van slagaderverkalking en -vernauwing, wat leidt tot functieverlies en ziekte.
Endotheeldysfunctie
Een voorloper van atherosclerose waarbij de binnenbekleding van de slagader (endotheel) niet goed functioneert.
Symptomen hart- en vaatziekten (HVZ)
Pijn op de borst (angina pectoris), hartkloppingen (palpitaties), kortademigheid (dyspneu), oedeem en vermoeidheid.