bio 3 Flashcards

(10 cards)

1
Q

beenverbindingen waarbij geen beweging mogelijk is

A

vergroeid
door een naad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

verbindingen waarbij er wel beweging mogelijk is

A

kraakbeen (een beetje)
gewricht (veel)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

de bouw van een gewricht

A
  • bij een gewricht draait de gewrichtskogel in de gewrichtskom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

kraakbeenlaagjes

A
  • geen slijtage tegen
  • maken de bewegingen soepeler
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

gewrichtskapsel

A
  • houdt de botten op hun plaats
  • geeft gewrichtssmeer af, waardoor de botten soepeler kunnen bewegen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

kapselbanden

A

extra versteviging om een gewricht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

kogelgewricht

A

draaiende beweging mogelijk (bijv. schoudergewricht, heupgewricht)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

rolgewricht

A

het ene bot draait in de lengteas om het andere bot (bijv. spaakbeen en ellepijp)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

scharniergewricht

A

alleen beweging heen en terug mogelijk (bijv. ellebooggewricht, kniegewricht)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly