souffler
blazen
liegen
mentir
pouvoir
kunnen
drijven
flotter
spuiten
jaillir (jet)
casser
breken
varen
naviguer
tresser
vlechten
commencer
beginnen
être assis
zitten
moudre
malen
blijven
rester
kunnen
pouvoir
vlechten
tresser
rester
blijven
imaginer
verzinnen
jeter
werpen
flotter
drijven
écrire
schrijven
blazen
souffler
breken
casser
repasser
strijken
vangen
attraper
zitten
être assis