errer
zwerven
guérir
genezen
zwellen
enfler
zwerven
errer
enfler
zwellen
lezen
lire
scheren
raser
zenden
envoyer
weten
savoir
bergen
ranger, abriter
raser
scheren
savoir
weten
gelden
valoir
rijden
rouler, aller (véhicule)
louer, vanter
prijzen
valoir
gelden
bakken
cuire
pouvoir
vermogen
ranger, abriter
bergen
nemen
prendre
vliegen
voler (air)
houden
tenir
voler (air)
vliegen
mogen
pouvoir (permission)