College 3 Flashcards

(7 cards)

1
Q

Categorische variabelen

A
  • Nominaal: variabelen sluiten elkaar uit, gaat om het benoemen van iets (bijv. geslacht).
  • Ordinaal: volgorde van variabelen staat vast en is zinvol. De ene waarde is ‘meer’ of ‘hoger’ dan de andere waarde, gaat om de natuurlijke ordening van iets.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Numerieke variabelen

A
  • Interval: gelijke afstanden tussen waarden representeren gelijke afstanden in de werkelijkheid.
    (bijv. 10 meter is 2x zoveel als 5 meter).
  • Ratio: de variabele heeft een werkelijk nulpunt (bij 0 is echt niets).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Weergave categorische variabelen

A

Taartdiagram of staafdiagram

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Weergave numerieke variabelen

A

Histogram

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Vorm verdeling: unimodaal

A

1 top

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Vorm verdeling: bimodaal

A

Meerdere toppen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Uitbijters

A

Resultaten die afwijken van het algehele patroon.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly