Communication Flashcards

(135 cards)

1
Q

marketing mix

A

4P’s

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

marketing communicatie

A

de P van promotie/communication

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

communicatie mix

A

mix van zowel corporate comm als marketing comm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

corporate communicatie

A

reclame over bedrijf om vertrouwen op te wekken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

marketing communicatie

A

reclame over specifiek product om te doen kopen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

thema/imago communicatie

A

ATL, bekendheid, loyaliteit, duur (kerst commercial Delhaize)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

actie communicatie

A

BTL, koopgedrag beïnvloeden (bonusfolder Delhaize)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

self-reference criterion

A

opletten! onbewust met eigen cultuur vergelijken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

globaliseren

A

1 reclame voor heel de wereld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

lokaliseren

A

reclame per cultuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

glocaliseren

A

combinatie, global overnemen MAAR lokale aanpassingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

hiërarchie van effecten (1)

A

oud, consument doorloopt 3 fases bij confrontatie reclame: cognitief, affectief, conatief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

cognitief

A

denken (merkbekendheid, kennis over merk)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

affectief

A

een bepaalde attitude creeren rond merk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

conatief

A

het product kopen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

AIDA (1)

A

attention, interest, desire, action = cognitief, affectief, conatief –> kennis + mening dan kopen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

hiërarchie van effecten MET LAGE BETROKKENHEID (1)

A

conatief, cognitief, affectief –> kopen dan mening

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

ervaringsmodel van hiërarchie van effecten (1)

A

affectief, conatief, cognitief –> mening + kopen en pas dan kennis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

FCB (1)

A

Foote-cone-belding model, veel/weinig betrokkenheid vs voelen/denken, positioneringsinstrument!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

TOM

A

Top-of-mind, eerste merk waaraan je denkt bij specifiek productcategorie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

attitude vormgeving en verandering (2)

A

mening over product, om attitude te veranderen richten op affectief, conatief, cognitief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

ELM (3)

A

Elaboration Likelihood Model, = verwerkings waarschijnlijkheid, verklaart hoe boodschap kan leiden tot attitudeverandering, welke route (centraal/perifere) hangt af van motivatie, bekwaamheid en mogelijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

6 types attitudes veranderingen

A

volgens 2 assen: hoge/lage VW vs cognitief/conatief/affectief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

effie awards

A

prijzen rond effectieve marketingcommunicatie ideeen (mobile vikings + foodbag)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
concentratie op 1 segment (targetting)
1 product - 1 markt (carglass)
26
selectieve specialisatie (targetting)
versch product - versch markten
27
product specialisatie (targetting)
1 product - versch markten (microscoop)
28
markt specialisatie (targetting)
versch product - 1 markt (zwitsal)
29
volledige marktdekking (targetting)
alle producten - alle markten (general moto's)
30
positioning map
map waarbij je het merk kan differentiëren tov concurrenten
31
positionering dmv culturele symbolen
karaktertjes: mr proper
32
communicatie doelstellingen
hoe boodschap overbrengen? (vooral bereik) SMART
33
marketing doelstellingen
hoe product verkopen? (vooral verkoop, winst) SMART
34
DAGMAR model
= defining advertising goals for measured Advertising Results, model waarbij je de communicatie doelstellingen kan formuleren en ziet of ze gehaald zijn, uitgangspunt: consument ervaart 9 effecten tijdens aankoopproces
35
categorie behoefte (dagmar)
consument heeft aankoopmotieven en product antwoordt op behoeften van consument (veel voor voedsel, weinig voor pijnstillers)
36
merkbekendheid (dagmar)
product herkenen door merkherkenning + merkherinnering
37
merkherkenning - bekendheid (dagmar)
= brand recognition, geholpen door slogan/verpakking (passief)
38
merkherinnering - bekendheid(dagmar)
= brand recall, ongeholpen, noemt merken TOP op zonder geheugensteuntje (actief)
39
merkkennis (dagmar)
consument kent merk + waarom A ipv B
40
merkattitude (dagmar)
wat consument voelt over merk
41
koopintentie (dagmar)
intentie van consument om te kopen
42
koopondersteuning (dagmar)
consument overtuigen dat er GEEN obstakels zijn --> beschikbaarheid
43
aanschaf (dagmar)
daaadwerkelijk aankopen
44
tevredenheid (dagmar)
merk voldoet aan verwachtingen, stop niet met communiceren na aankoop!
45
merkloyaliteit (dagmar)
mentale toewijding van klant ≠ merkgewoonte
46
doel in introductie fase (PLC)
categoriebehoefte en merkbekendheid
47
doel in groei fase (PLC)
merkvoorkeur door opkomst concurrenten
48
doel in volwassenheids fase (PLC)
merkloyaliteit door concurrenten en tevredenheid
49
doel in neergangs fase (PLC)
promoties door minder verkoop
50
marginale budgetanalyse (budgetten)
reclame maken ALS meer opbrengt dan dat de promoties kost
51
inertie methode (budgetten)
jaar na jaar zelfde budget voor reclame
52
willekeurige toekenning
wat kunnen we missen?
53
sluitpost methode (budgetten)
alle middelen die na alle kosten nog overblijven gebruiken voor reclame
54
omzet percentage (budgetten)
percentage van verwachte omzet gebruiken voor reclame
55
concurrentie pariteiten methode (budgetten)
evenveel aan reclame besteden als dat concurrenten doen
56
taak stellende methode
BESTE, vertrekkende vanuit de doelstellingen en kijken hoeveel budget er daarvoor nodig is
57
doel reclame
merkkennis + merkattitude + aanschaf
58
selectieve boodschap
specifiek merk promoten (campina)
59
generieke boodschap
productcategorie promoten (melk)
60
USP
= unique selling proposition, functionele bonus van product (kwaliteit, prijs, technologie)
61
ESP
= emotional selling proposition, psychologische associatie (dove = echte schoonheid)
62
briefing
uitgangspunt van reclamebureau met gewenste positionering, alle P, missie/vissie
63
rationele appeals
feiten met cognitieve respons: talkings heads, getuigenissen, "uit het leven gegrepen"
64
emotionele appeals
humor, warmte met affectieve respons: vanaf bepaald punt gaan mensen afhaken, soms niet effectief
65
endorsers (appeals)
specialisten, beroemdheden
66
ambient advertising (reclameformat)
wow factor, bank is deel van kitkat
67
gemende appeals
mengeling, vaakst gebruikt
68
advertorials (reclameformat)
lijkt op artikels door schrijfstijl in krant/tijdschrift MAAR is een advertentie
69
infomercials (reclameformat)
lijkt op informerend filmpje MAAR is een advertentie
70
native advertising (reclameformat)
lijkt op normale post MAAR is betalende advertentie
71
content marketing (reclameformat)
communiceren met doelgroep zonder bedoeling te verkopen
72
stealth advertising
product promoten zonder dat publiek weet dat dit marketing is
73
buzz marketing
richten op opwinding (nieuwtje in de mol door publiek klaar te stomen)
74
mediaplan
document met welke media, de kosten & wanneer?
75
communicatieplan
creatieve voorstellen
76
paid media (mediaplan)
bedrijf betaalt media om reclame te kunnen posten (tv, insta, magazine)
77
owned media (mediaplan)
bedrijf plaatst reclame die hij zelf beheert (eigen website)
78
earned media (mediaplan)
gratis aandacht van fans (reviews, mond-tot-mond)
79
CIM (mediaplan)
Centrum voor Informatie over Media, geeft weer hoeveel bereik per medium
80
frequentie (mediaplan)
aantl keer dat doelgroep de reclame ziet
81
tweefactoren model (mediaplan)
omgekeerde U-relatie tussen frequentie en effectiviteit!
82
wear-in (tweefactorenmodel)
na enkele blootstellingen --> positieve reactie (stijgt), zorgt voor merkherkenning en TOP
83
wear-out (tweefactorenmodel)
na enkele blootstellingen --> negatieve reactie (daalt)
84
Morgensztern (mediaplan)
optimale frequentie reclame berekenen, herinnering VS aantal blootstellingen
85
totaal bereik (mediaplan)
% mensen die worden blootgesteld aan reclame
86
bruikbaar bereik (mediaplan)
% mensen binnen doelgroep die worden blootgesteld aan reclame
87
bruto bereik (mediaplan)
alle mensen die alle media hebben gezien (x + y = 2)
88
netto bereik (mediaplan)
alle mensen die minsten 1 media hebben gezien (x + y = 1)
89
OTS (mediaplan)
elke persoon heeft gemiddeld X keer de reclame gezien
90
GRP (mediaplan)
gross rating point, totaal blootstellingen van doelgroep, 1GRP = 1% van doelgroep
91
continu schema (mediaplan)
altijd en continu reclame
92
puls schema (mediaplan)
altijd en bij belangrijke periodes meer reclame
93
discontinu schema (mediaplan)
enkel in belangrijke periodes reclame
94
double spotting (mediaplan)
2 commercials in hetzelfde tv programma
95
road blocking (mediaplan)
dezelfde commercial overal tegelijk uitzenden --> moeilijk ontwijken
96
CPM/CPT
cost per mille/thousand, kosten om 1000 man te bereiken
97
CPM target market
kosten om 1000 man binnen doelgroep te bereiken
98
media VS mediakanalen
tv, krant, radio VS vrt, hln, radio 1
99
outdoors (mediaplan)
billboards op openbare plekken
100
door-to-door (mediaplan)
brievenbus reclame
101
VRT
canvas - MNM
102
DPG
VTM - HLN
103
PLAY
NRJ
104
Roularta
De tijd - Libelle
105
Mediahuis
Nostalgie - Nieuwsblad
106
direct marketing
klanten direct benaderen met doel directe respons te krijgen (website bezoeken na campagne), 2 richtingen
107
self mailer (direct marketing)
brochure dat van zelf toe kleeft (prive)
108
lead
iemand die interesse in product heeft
109
upselling (direct marketing)
proberen duurdere versie verkopen aan bestaande klant (nieuwste IPhone verkopen met duurste opties)
110
cross-selling (direct marketing)
proberen extra product verkopen bij eerdere aankoop (hoesje verkopen want net nieuwe gsm gekocht)
111
repeat-selling (direct marketing)
proberen hetzelfde product opnieuw te verkopen (herinnering nieuwe lenzen)
112
direct mail (direct marketing)
persoonlijk geadreseerde post (ici paris met punten)
113
direct e-mail (direct marketing)
persoonlijk geadreseerde mail (mail clips)
114
inbound telemarketing (direct marketing)
persoonlijk geadreseerde klant naar bedrijf bellen/sturen via telefoon
115
outbound telemarketing (direct marketing)
persoonlijk geadreseerde bedrijf naar klant bellen/sturen via telefoon
116
catalogi
persoonlijk geadreseerde lijst opsturen met heel assortiment (L-shop)
117
interactieve media
persoonlijk geadreseerde chatbots
118
teleshoppping
niet-geadresseerde media, gebruik maken van tv/radio om reacties uit te lokken per telefoon (Stemmen)
119
coupon reclame
niet-geadreseerde media, coupons in magazine
120
sponsoring
doel: merkactivatie, cash/natura in ruil voor commercieel potentieel, geen ruil DAN goede daad, moet zinvol zijn, minder controle dan in reclame want aandacht naar event
121
programma sponsoring
"kledij medemogelijk gemaakt door JBC"
122
ambush marketing (sponsoring)
bedrijf associeren met event zonder echt sponsor te zijn (airpods opsturen in belangrijke paparazi periode --> overal in de media)
123
merkactivatie (sponsoring)
omzet willen verhogen en snel doen kopen ≠ reclame doel is merkbekendheid
124
verkooppromotie (merkactivatie)
tool om omzet te verhogen (2+5 AH)
125
handelspromotie (merkactivatie)
producent --> distributeur
126
afdeling gerichte promoties (merkactivatie)
producent --> afdeling
127
consumenten promoties (merkactivatie)
producent --> consument
128
distributie promoties (merkactivatie)
distributie --> consument
129
POP/POS (merkactivatie)
point of purchase/sales, promo materiaal in winkel (wobblers, proevertjes, displays, stickers)
130
merkervaringen (merkactivatie)
alle meningen en gevoelens door prikkels van verpakking, reclame
131
experiental marketing
waarde aan ervaring hechten (belevenis)
132
PR
public relations, instrument om goodwill t ebevorderen met alle stakeholders
133
beurzen
plaats waar bedrijven uit dezelfde sector ontmoeten om te netwerken, onderhandelen, verkopen
134
handelsbeurzen
bepaalde sector
135
publieke beurzen
alle sectoren