Zou / zouden
Should / would
Voorstellen
Introduce
Was
Was / were
Had
Had
Zou - mochten
Je zou een mand mochten maken
Should
You should make a basket
Zou - kunnen
Ik denk dat hij mijn werk zou kunnen doen
Could
I think that he could do my job
Zijn
Have
Geweest
Been
Verantwoordelijk
Responsible ( bertanggung jawab)
Hebben
Be
Gevoelens
Feelings