Geheugen Flashcards

(41 cards)

1
Q

paradox van het geheugen

A

kan levenslang blijven maar morgen ook terug weg zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Schachter’s Seven Sins of memory

A

vluchtigheid
verstrooidheid
blokkering
suggestibiliteit
vertekening
misattributie
persistentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

vluchtigheid (1/7)

A

accuraatheid daalt met de tijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

verstrooidheid (2/7)

A

monkey business illusion
waar je geen aandacht aan besteed kan je niet herinneren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

blokkering (3/7)

A

herinnering tijdelijk geblokkeerd (interferentie)
puntje van de tong

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

suggestibiliteit (4/7)

A

verkeerde informatie incorporeren tijdens terugroepen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

vertekening (5/7)

A

herinneringen vertekend door kennis, overtuigingen, emoties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

misattributie (6/7)

A

onjuiste herinnering van context

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

persistentie (7/7)

A

ongewilde, intrusieve herinneringen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

geheugentypes van atkinson en shiffrin

A

zintuigelijke geheugens = sensorisch
KTG
LTG

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

klassiek geheugenmodel

A

stimuli naar sensorisch geheugen en naar KTG
actief in KTG door herhalen
kan naar LTG -> blijft zitten
terug oproepen naar KTG

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

sensorisch geheugen (onderdelen)

A

iconisch en visueel
auditief
haptisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

iconisch geheugen

A

info kort vast 250ms-1s (Sperling)
grote capaciteit
spatiale interferentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

auditief geheugen

A

2-3 seconden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

haptisch geheugen

A

tactiele info
objecten met juiste kracht optillen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

kortetermijngeheugen

A

info waar we ons momentaan bewust van zijn
beperkte capaciteit
fragiliteit = belang van herhaling en organisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

langetermijngeheugen

A

onbeperkt
seriële positiecurve
voorrang- en recentheidseffect

18
Q

voorrang- en recentheidseffect

A

onthouden vooral eerste en laatste woorden
in begin geheugen nog niet belast
op einde zitten woorden nog in KTG

19
Q

werkgeheugen (Baddeley en Hitch)

A

diepere verwerking
fonologische lus
visuospatiale schetspad
centrale verwerker

20
Q

fonologische lus

A

opslag van spraak, woorden, getallen, auditief
herhaling belangrijk

21
Q

visuospatiale schetspad

A

visuele en ruimtelijke info bewaren

22
Q

centrale verwerker

A

coördinerende functie
prioriteiten maken
belangrijk om te studeren

23
Q

dubbeltaak methodologie werkgeheugen

A

belasten van werkgeheugen
experiment rekensommen en additionele taak

24
Q

vergeten (LTG)

A

info tijdelijk ontoegankelijk

25
besparingseffect (LTG)
iets wat je ooit gestudeerd hebt is makkelijker opnieuw te studeren
26
veroorzaakt oproepproblemen
interferentie
27
soorten interferentie
pro-actieve interferentie retroactieve interferentie
28
pro-actieve interferentie
oude info staat oproepen van nieuwe info in de weg
29
retroactieve interferentie
nieuwe info staat oproepen van oude info in de weg
30
nieuwe info integreren met LTG
snelle opslag via hippocampus geleidelijke inflecting in bestaande info in cortex
31
3 dichotomieën van soorten geheugen
expliciet (declaratief) vs impliciet (niet-declaratief) korte vs lange termijn algemene kennis vs eigen ervaring
32
distinctieve oproepingsaanwijzingen (Tulving & Pearlstone)
aanwijzing die het gedistribueerde netwerk kan activeren
33
soorten aanwijzingen
plaats, humeur, geur, distinctie geur = goede aanwijzing om dingen uit kindertijd te herinneren
34
kenmerken herinneringen
= reconstructie vaak info onnauwkeurig opslaan (hoe minder grondig, hoe meer geheugenfouten) valse herinneringen ontbrekende info invullen adhv schema's fouten
35
amnesie
gedeeltelijke of volledig geheugenverlies
36
retrograde amnesie
geheugenverlies voor gebeurtenissen vooraf ongeval
37
anterograde amnesie
geheugenverlies na ongeval
38
kinderamnesie
bij iedereen aanwezig onvermogen tot herinneren van voor 3j
39
reminescentie-bult
cognitieve capaciteiten zijn sterkste op jonge leeftijd oude mensen kunnen beter herinneringen oproepen van jongere leeftijd
40
syndroom van korsakoff
anterograde amnesie relatief frequent bij alcoholici jarenlang verkeerd eetpatroon
41
emotionele herinneringen
minder onderhevig aan vervaging niet per se accurater niet meer consistent met waarheid ookal denk je van wel