pijn Flashcards

(31 cards)

1
Q

sensorische ZS

A

externe zintuigen (visus, gehoor, smaak, geur)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

somatosensorische ZS

A

interne zintuigen (proprioceptie, tast, T, pijn)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

pijn als reflex

A

uitgelokt door schade in lichaam
hoe groter schade in periferie, hoe groter pijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

transductie

A

nociceptie = waarneming van schade

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

transmissie

A

ruggenmerg
signalen gefilterd doorsturen naar centrale hersenen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

perceptie

A

bewuste gewaarwording van de nociceptie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

vezels van sherpe acute pijn

A

Adelta vezels
gemyeliniseerd, zeer snel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

vezels van zeurende pijn

A

C-vezels
niet-gemyeliniseerd en trager

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

modulatie

A

door interneuronen die enkephalines produceren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

is er een pijncentrum in hersenen

A

nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

opstijgende baan

A

via ruggenmerg naar hersenen
continue interactie tussen verschillende gebieden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

afdalende baan

A

via PAG een inhiberende invloed
info komt samen in ruggenmerg
resultante is wat iemand ervaart

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

sensitisatie

A

systeem wordt gevoeliger door herhaaldelijke blootstelling aan pijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

vanaf wanneer is pijn chronisch

A

3 maanden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

primaire chronische pijn

A

pijnprobleem staat op zichzelf = geen gevolg van iets

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

secundaire chronische pijn

A

pijn is gevolg van andere aandoening

17
Q

meerderheid van chronische pijn

18
Q

specifieke oorzaken van rugpijn

A

10% specifiek
90% non-specifiek: pijn niet perse gepaard met aanwezig letsel

19
Q

high-impact chronical pain

A

pijn limiteert in je dagelijkse activiteit en werk gedurende voorbije 6 maanden

20
Q

conclusies pijn

A
  • naast sensorisch ook emotioneel
  • geen pijncentrum
  • soms letsel zonder pijn, soms pijn zonder letsel
  • chronische pijn = prevalente lichamelijke kracht
  • ernstige beperkingen worden beïnvloed door geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, inkomen, cognitie en gedrag
21
Q

catastrofale interpretaties van pijn

A

voortdurend afvragen of pijn zou ophouden, nooit beter worden, erger worden, …
ook bij milde pijnprikkels wordt er meer activatie gezien

gedrag vooral afhankelijk van representatie van stimulus

22
Q

2 mogelijke uitkomsten bij blijvende aanhoudende prikkel

A

habituatie
sensitisatie

23
Q

pavloviaans leren en pijn

A

neutrale prikkels die associaties maken met nociceptieve prikkels
= generalisatie
vermijden maakt stimulus gevaarlijker

24
Q

hoe vermijdingsgedrag inhiberen

A

als iets anders in context is dat belangrijker is dan de pijn

25
meten van vrees
Tampa schaal voor kinesiofobie TSK
26
hoge TSK
bang voor pijnlijke bewegingen
27
lage TSK
niet bang voor pijnlijke bewegingen
28
opperante leren
relaties tussen gedrag en uitkomst van gedrag vb: soms tijdelijke reductie van pijn door mechanostimulatie
29
wordt gedrag bepaald door stimulus
nee, door context en consequentie op het gedrag
30
gevolgen van vrees
vrees voor pijn is meer beperkend dan pijn zelf vrees = belangrijke voorspeller van chronische pijn
31
preventie en behandeling van chronische pijn
exposure en graded activity