Wat houdt het COM-B-gedragsmodel in en waar staat het voor?
Het staat voor Capability, Opportunity, Motivation - Behavior.
Gedrag wordt aangedreven door kennis, gelegenheid en motivatie. Op basis van dit theoretische verklaringsmodel verwachten we dus dat de mate waarin mensen zich online veilig gedragen, afhangt van de kennis die mensen bezitten over risico’s en manieren om zichzelf te beschermen, de gelegenheid die zij daartoe hebben en de mate waarin zij gemotiveerd zijn om zich veilig te gedragen.
Wat zijn factoren die invloed kunnen hebben op het nemen van minder risicovol gedrag online?
Er is een groot verschil tussen het objectieve gedrag en het zelfgerapporteerde gedrag van mensen online. Vertel hierover.
Uit de objectieve metingen blijkt dat mensen zich onveiliger gedragen dan ze rapporteren te doen. Respondenten geven middels zelfrapportage aan zich veilig online te gedragen, terwijl uit objectieve metingen blijkt dat 40% van de respondenten onbekende software downloadt als er een pop-up verschijnt tijdens een video die niet wil afspelen.
Gedragen mensen die een sterk wachtwoord kiezen zich gemiddeld ook veiliger op andere cybergedrag?
Nee, de resultaten wijzen erop dat hoe veilig mensen zich gedragen in een bepaald cybergedragcluster zeer beperkt samenhangt met hoe veilig zij zich gedragen in een ander cybergedragcluster.
Kennis, gelegenheid en motivatie van gebruikers zijn belangrijke voorspellende factoren van gedrag. Uit de zelfrapportage komt ook dat beeld: zowel kennis als gelegenheid en motivatie hangen positief samen met zelfgerapporteerd veilig cybergedrag. Hoe ziet het beeld eruit bij daadwerkelijk cybergedrag?
Alleen kennis blijkt significant samen te hangen met veilig gedrag online. Hoe meer kennis respondenten hebben van online veiligheid, hoe veiliger hun cybergedrag is op het gebeid van het delen van persoonlijke gegevens.
Verder geldt dat hoe meer kennis mensen bezitten over risico’s en manieren om zichzelf te beschermen, hoe minder sterk het wachtwoord dat ze aanmaken en hoe makkelijker ze onveilige software downloaden. Een mogelijke verklaring is dat mensen zich door deze kennis veilig wanen en bereid zijn om meer risico’s te nemen.
Om goed beleid te ontwikkelen is een gedegen analyse van het onveilige gedrag van mensen nodig. Hoe kan dat plaatsvinden?
Ten eerste is het van belang te begrijpen waarom mensen zich onveilig gedragen. Op basis van deze inzichten kunnen dan maatregelen worden genomen die de oorzaken wegnemen van het onveilige gedrag.
Het uitgangspunt bij het ontwerpen van interventies zou moeten zijn dat het onveilige gedrag van mensen op voorhand wordt verhinderd en veilig gedrag wordt gestimuleerd. Om dit te bereiken is het aanpassen van securitydesign waarschijnlijk het meest effectief. Door in de ontwerpfase al bewust online diensten in te richten op veilig gebruik wordt de eindgebruiker ontlast of gedwongen veilig te handelen.
Voor de bepaling van de omvang en ontwikkeling van daderschap van cybercriminaliteit zijn grofweg 2 bronnen beschikbaar, namelijk registratiedata en zelfrapportage-enquêtes. Wat zijn de beperkingen van zelfrapportagedata?
Hackers worden meestal ingedeeld op basis van hun intentie of motivatie. In welke groepen worden hackers ingedeeld en wat houden die groepen in?
Er is ook een andere manier om hackers te categoriseren, namelijk door te kijken naar vaardigheden en motieven. Welke categorieën zijn er allemaal?
Wat zijn de (sociaal-demografische) kenmerken van hackers?
Noem leeftijd, sekse, etniciteit, gezinssamenstelling en sociaaleconomische achtergrond, opleidingsniveau, werk, vrijetijdsbesteding, sociaal netwerk (offline en online), intelligentie, autisme en autistische trekken, zelfcontrole.
Wat zijn de (sociaal-demografische) kenmerken van georganiseerde cybercriminaliteit, zoals phishing en banking malware?
Noem leeftijd, sekse, etniciteit, gezinssamenstelling en sociaaleconomische achtergrond, opleidingsniveau, werk, vrijetijdsbesteding, sociaal netwerk (offline en online), intelligentie, autisme en autistische trekken, zelfcontrole.
Wat zijn de verklaringen voor de relatief grote betrokkenheid van mannen bij cybercriminaliteit?
Wat zijn kritische noots die gezet kunnen worden bij de relatie tussen cybercriminaliteit en online zijn?
Dit is lastig te meten om de volgende redenen:
- Het is heel lastig in te schatten hoeveel tijd iemand daadwerkelijk online is, zeker nu we vrijwel continu gebruikmaken van onze smartphone.
- Het is de vraag in hoeverre ‘het meer online zijn’ echt een oorzaak is van het gedrag of meer gevolg.
- Er moet ook rekening worden gehouden met wat iemand precies online doet. Veel onderzoeken kijken alleen maar in het algemeen naar de factor ‘online zijn’, maar specificeren daarbij niet specifieke gedragingen.
Wat voor soort motieven zijn er voor het plegen van cybercriminaliteit in enge zin en wat houden deze motieven in?
Motieven kunnen tegelijkertijd bestaan en ze kunnen ook door de tijd heen veranderen.
In hoeverre kunnen de verschillende motieven een rol spelen bij traditionele criminaliteit?
Welke factoren kunnen nog meer een rol spelen bij hoe en waarom jongeren en volwassenen cyberdelicten plegen? Leg uit op in welke context cybercrimineel gedrag kan ontstaan of zich kan ontwikkelen en waarom.
Heeft corona invloed gehad op de ontwikkeling van slachtofferschap van cybercriminaliteit?
Corona heeft in het algemeen niet voor sterke toenames van verschillende vormen van slachtofferschap van cybercriminaliteit gezorgd. Wel veranderden cybercriminelen hun aanvallen, door in te spelen op de pandemie bij online fraude.
De cijfers van de veiligheidsmonitor in 2021 geven geen volledig beeld van slachtofferschap van cybercriminaliteit onder Nederlandse burgers. Waarom is dat zo?
Wat zijn de redenen dat de politieregistraties geen volledig beeld van slachtofferschap van cybercriminaliteit schetsen?
Ondanks dat er uit veel onderzoeken een ander resultaat komt, zijn er enkele risicofactoren die samenhangen met slachtofferschap van cybercriminaliteit. Er wordt in gegaan op de relatie tussen slachtofferschap van cybercriminaliteit en de routineactiviteiten, de achtergrondkenmerken en het online gedrag van slachtoffers van cybercriminaliteit. Dit gaat over burgers. Vertel hierover.
Conclusie: Wetenschappelijk onderzoek heeft een zeer beperkt aantal mogelijke risicofactoren voor cybercriminaliteit opgeleverd. Er is tot op heden geen eenduidig risicoprofiel voor slachtofferschap van cybercriminaliteit onder burgers. Cybercriminelen gaan over het algemeen niet selectief en dus kan iedereen een slachtoffer worden van cybercriminaliteit.
Wat is spear phishing?
Het personaliseren van phishing e-mails
Wat zijn mogelijke redenen dat grote bedrijven vaker slachtoffer worden van cybercriminaliteit dan kleine bedrijven?
Wat is cyberweerbaarheid?
De combinatie van een voldoende hoge mate van risicobewustzijn en zelfbeschermend gedrag onder burgers en ondernemers om slachtofferschap van cybercriminaliteit te voorkomen of de mogelijke impact te voorkomen of verkleinen. Een belangrijke voorspeller voor de intentie tot het nemen van cybersecuritymaatregelen bleek hun affectieve respons te zijn; de mate waarin zij zich zorgen maken om cybercriminaliteit.
Wat is insider threat?
Een insider is een persoon die schade aanricht aan een onderneming van binnenuit. Insiders kunnen malicious zijn, waarbij zij met opzet schade aanrichten, zoals in het geval van medewerkers die bedrijfsgeheimen of persoonlijke informatie van klanten doorverkopen. Insiders kunnen ook negligent zijn, wanneer zij bewust maatregelen omzeilen uit eigenbelang, bv. omdat het naleven van cybersecuritymaatregelen volgens hen veel tijd of moeite kost. Ook kunnen insiders well-meaning zijn, waarbij zij van plan zijn voorschriften te volgen, maar dit (onbewust) toch niet gebeurt.