Voor passende interventies voor cyberdaders van cybercriminaliteit in enge zin wordt gekeken naar welke drie perspectieven? Waar focussen deze benaderingen zich vooral op?
Waar gaan deze perspectieven vanuit, wat staat er centraal bij de drie perspectieven?
Wat zijn de twee belangrijke beperkingen aan de huidige literatuur over interventies voor cyberdaders?
Bij de rationelekeuzebenadering wordt criminaliteit gepleegd wanneer de baten de kosten overstijgen. De nadruk van preventie ligt op het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van delicten en het beïnvloeden van de daarmee verbonden keuze of motivatie van de dader. Clarke en Felson hebben een specifiek model voor situationele criminaliteitspreventie ontwikkeld, waarin zij een vijftal hoofdstrategieën onderscheiden. Welke zijn dit?
Welke elementen van straf hebben invloed op de mate van afschrikking?
De zekerheid (certainty), zwaarte (severity) en snelheid (swiftness).
Hoe groter de zekerheid, zwaarte en snelheid van de straf, hoe lager de criminaliteit.
De vraag is of strafrechtelijke reactie op cybercriminaliteit aan deze criteria van afschrikking voldoen en of deze cyberdaders voldoende worden afgeschrokken. In hoeverre is dit het geval?
Welke reactieve en preventieve interventies zijn die aansluiten bij de rationelekeuzebenadering?
Reactief:
- Gevangenisstraf
- Financiële sancties
Preventief:
- Waarschuwingsgesprek
- Online policing
- Voorlichting op scholen
Volgens de rationelekeuzebenadering is gevangenisstraf voor jeugdige cyberdaders een goed idee?
Ook financiële sancties zijn reactieve interventies die aansluiten bij de rationelekeuzebenadering. Wat is een reden om geen financiële sanctie op te leggen?
Daders zijn niet altijd in staat om het boete- of schadebedrag te betalen, dit kan ertoe leiden dat zij met een financiële last opgescheept zitten, wat belemmerend kan werken voor het proces van desistance. Het criminele verleden blijft het dan achtervolgen en hindert hen om een prosociaal bestaan op te bouwen. Daarnaast is het verhalen van schade mede afhankelijk van het indienen van een schadevergoedingsverzoek. Slachtoffers van cybercriminaliteit vorderen niet altijd een schadevergoeding, omdat niet alle slachtoffers weten dat ze schade hebben geleden of omdat ze negatieve publiciteit (bedrijf) willen vermijden
Een preventieve interventie die aansluiten bij de rationelekeuzebenadering is waarschuwingsgesprek, ookwel Knock and talk of cease and desist genoemd. Wat houdt dit in? Werkt het?
De politie gaat in gesprek met (potentiële) verdachten over de strafbaarheid van hun gedrag en de potentiële gevolgen daarvan. Het doel is om af te schrikken door het signaal af te geven dat de politie toezicht houdt en dat daders minder anoniem zijn dan ze denken. In het geval van jongeren wordt ook in gesprek gegaan met de ouders, die naar aanleiding van een dergelijk gesprek bv. meer toezicht houden op hun kind.
De mate waarin potentiële daders denken dat formeel en informeel toezicht mogelijk is, is van invloed op de kans dat ze cyberdelicten plegen. Hierbij lijken informele sancties en negatieve reacties door sociale relaties belangrijker dan de kans op formele straffen, wat het belang van het betrekken van de ouder benadrukt.
Verder wordt door middel van een waarschuwingsgesprek ook bewustwording gecreëerd ten aanzien van de risico’s en gevolgen van online gedrag. Dit kan leiden tot een andere kosten-batenafweging en kan mogelijke excuses wegnemen, waarmee deze interventie zowel aansluit bij de rationelekeuzetheorie als bij situationele criminaliteitspreventie.
Ook maken deze gespreken het mogelijk om in een vroeg stadium in te grijpen zonder dat potentiële daders in een strafrechtelijk traject terechtkomen, zodat consequenties die nadelig zijn voor het desistance-proces, uitblijven.
Online policing is een andere preventieve interventie die aansluit bij de rationelekeuzebenadering. Welke typen online policing zijn er? In hoeverre werkt het?
De online aanwezigheid van politie is niet alleen van groot belang voor opsporingswerk, maar ook, vanwege de lage pakkans, voor de bewustwording, preventie en cyberveiligheid. Politieagenten kunnen bv. online aanwezig zijn op forums en in games om daar mensen aan te spreken op hun gedrag en hen te informeren voer de mogelijkheden om ICT-vaardigheden op een legale manier in te zetten.
Een andere manier van online policing is het plaatsen van digitale waarschuwingsberichten op websites, ook wel surveillance banners of warning banners genoemd. Hierdoor kunnen individuen worden geïnformeerd over de aanwezigheid van surveillance op een computer systeem, maar ook over het feit dat de handeling die ze op het punt staan te begaan strafbaar is en welke straffen erop staan.
Waarschuwingsberichten kunnen effectief zijn, omdat ze de risico’s vergroten, door de anonimiteit van de dader te verminderen en deze te informeren over de strafbaarheid van het gedrag, waarmee zij ook bewustzijn creëren en excuses wegnemen. Dit schijnt beter te werken voor jeugdige daders die hun technische skills exploreren dan voor daders die gemotiveerd worden door de spanning.
Nog een andere vorm van online policing betreft de verstoring van criminele activiteiten. Om activiteiten te verstoren worden barrières opgeworpen in verschillende fases van de uitvoering van de cyberdelicten. Verstoring kan bv. plaatsvinden door de reputatie van kopers of illegale markten negatief te beïnvloeden door het achterlaten van negatieve feedback vanaf een groot aantal accounts (Sybil-aanval), door wantrouwen te creëren of door een server of markt offline te halen.
Verstoring kan de drempel of de kosten voor het plegen van cybercriminaliteit verhogen en bovendien leiden tot een betere online zichtbaarheid van de politie, wat de perceptie van het risico om gedetecteerd te worden vergroot.
Verstoring kan echter ook leiden tot een waterbedeffect, waarbij daders zich bv. verplaatsen naar andere forums of markten, zoals het geval leek te zijn na het offline halen van Silk Road.
Voorlichting op scholen is een andere preventieve interventie die aansluit bij de rationelekeuzebenadering. In hoeverre werkt het?
De voorlichtingen op scholen kunnen ingrijpen op de rationele keuze. Er worden lessen gegeven over correct computer- en internetgebruik, de regels van cyberspace, welk gedrag strafbaar is en de consequenties van delinquent gedrag op het internet. Hierbij is het belangrijk dat dit verder gaat dan het enkel stellen van regels over online gedrag, aangezien dergelijke regels niet altijd van invloed lijken te zijn op daderschap.
Uit de literatuur volgt dat bewustwording over de strafbaarheid van gedrag en de gevolgen ervan tot generale afschrikking onder jeugdigen kan leiden en mogelijke excuses kan wegnemen. Eventuele neveneffecten kunnen echter zijn dat de voorlichting juist nieuwsgierigheid opwerkt en jeugdigen op ideeën brengt. Zodoende zal een dergelijke voorlichting meer potentie hebben bij daders met drijfveren als interesse en nieuwsgierigheid en minder bij daders die op zoek zijn naar spanning of uitdaging.
RNR gaat ervan uit dat kale straffen niet werken om recidive terug te dringen. Daarom richt deze benadering zich op interventie die meestal in een strafrechtelijk kader worden opgelegd als voorwaarde bij een schorsing van voorlopige hechtenis, bij een voorwaardelijke veroordeling of een voorwaardelijke invrijheidstelling. Om te bepalen wat effectieve interventies zijn, gaat de RNR-benadering uit van een drietal beginselen. Welke en leg uit.
Wat zijn de interventies die aansluiten bij de RNR-benadering?
Het versterken van de cognitieve en sociale vaardigheden is een interventie die aansluit bij de RNR-benadering. Hoezo werkt dit voor cyberdaders ook?
Recent persoonlijkheidsonderzoek suggereert dat cyberdaders lijken op traditionele daders in kenmerken die samenhangen met de algemene neiging tot het plegen van criminaliteit. Het gaat dan om aspecten als jezelf beter vinden dan anderen, minder snel angstig zijn en je niets aantrekken van de mening van anderen. Dit wijst erop dat bestaande interventies die zich hierop richten mogelijk ook effectief kunnen zijn bij cyberdaders. Er is een groep cyberdaders dat baat zal hebben bij interventies die gericht zijn op het versterken van de cognitieve en sociale vaardigheden, wanneer deze zijn aangepast op de context waarin cyberdelicten plaatsvinden. Cyberdaders hebben vaak een verstoord dag-nachtritme, daarnaast is er sprake van anonimiteit van dader en slachtoffer in de online context en is er een gebrekkig zicht op gevolgen van het gedrag. Dit zijn belangrijke risicofactoren voor cyberdelinquentie. Dit kan de sociale relaties offline bemoeilijken.
Het ombuigen van procriminele attitudes en het vergroten van bewustzijn rondom strafbaarheid en schade is een interventie die aansluit bij de RNR-benadering. Wat zijn mogelijkheden om dit te doen?
Wat houdt Tools4U in?
Dit is een interventie voor jongeren tussen de 12 en 23 jaar die sociale en cognitieve tekorten hebben, welke een rol hebben gespeeld bij het delict. Er wordt getracht deze tekorten te compenseren en protectieve factoren te versterken. Er is veel aandacht voor gemaakte keuzes en het gebruik van beter geïnformeerde kosten-batenafwegingen die aan de gemaakte keuzes ten grondslag liggen, door het herkennen van stress en boosheid, positieve communicatie en problemen kunnen oplossen.
Ook re_BooTCMP is een interventie die past bij het ombuigen van procriminele attitudes en het vergroten van bewustzijn rondom strafbaarheid en schade. Wat houdt deze interventie in?
Dit is een interventie van de Nationale Politie en is bedoeld voor jongeren tussen de 12 en 25 jaar met interesse en vaardigheden op het gebied van ICT en de neiging om online de grens op te zoeken. Jongeren dienen een online assessment te maken om uitgenodigd te worden voor een eendaags evenement. Tijdens dit evenement worden jongeren aan de hand van presentaties en workshops verzorgd door depolitie, personen uit de cybersecurity- en gamingindustrie en ethisch hackers, onder andere geïnformeerd over enerzijds de risico’s en kansen van de online wereld, waaronder de grenzen van de wet en de gevolgen van cybercriminaliteit en anderzijds legale mogelijkheden voor het inzetten van hun talenten.
Het behandelen van persoonlijke problematiek is een interventie die aansluit bij de RNR-benadering. Wat houdt dit in?
Ook cybercriminelen kunnen last hebben van specifieke problemen die bijdragen aan het risico op delictgedrag, zoals psychisch, relationele of financiële problemen of problemen thuis of op school. Het verhelpen ervan kan bijdragen aan het voorkomen van recidive. Hierbij valt te denken aan het leren omgaan met kenmerken van sociale onhandigheid en eenzaamheid, het begeleiden bij het vinden van een geschikte baan of opleiding en het vergroten van de ouderlijke rol inzake het toezicht houden op online gedrag.
Het aanpassen van criminogene gelegenheidsfactoren is een interventie die aansluit bij de RNR-benadering. Wat houdt dit in?
Dit betreft interventies die restricties of controle opleggen op computer- of internetgebruik. Dit kan in de vorm van een verbod op het gebruik van computers of internet als bijzondere voorwaarde zijn. Zo’n verbod kan aanzet geven tot verandering in het gebruik van computers, vooral als het samengaat met behandeling of begeleiding door een hulpverlener of toezichthouder. Hoewel een dergelijke maatregel tijdelijk van aard is, kan deze dienen als een cooling down periode waarin de dader ook meer offlineactiviteiten gaat ondernemen, nieuwe offline relaties aangaat en zich realiseert dat er meer is dan alleen een leven achter het beeldscherm.
Hack_Right is een interventie die aansluit bij de RNR-benadering. Wat houdt dit in?
Het OM en de politie hebben een interventie speciaal voor cyberdaders ontwikkeld, genaamd Hack_Right, die elementen uit de RNR-benadering en strength-based benadering combineert. Deze interventie is bedoeld voor first offenders van 12 tot 30 jaar die over bovengemiddelde ICT-skills beschikken. Het doel is dat deze vooral technologisch gedreven daders hun digitale vaardigheden op een positieve en legale manier leren inzetten, zodat zij meer kans hebben op een succesvolle toekomst en tegelijkertijd maatschappelijke schade wordt voorkomen. De interventie kan worden uitgevoerd als Halt-afdoening en als bijzonder voorwaarde bij alle strafmodaliteiten, onder toezicht van de reclassering of als leer/werkstraf bij de Raad voor de Kinderbescherming.
Hack_Right kent vier programmaonderdelen die zich zowel op criminogene behoeften als op het versterken van de cybertalenten van de deelnemers richten. De onderdelen zijn:
Wat houdt de desistance-benadering in?
Volgens de desistance-benadering is het stoppen met criminaliteit meer dan het niet langer plegen van delicten. Het dient gepaard te gaan met een positieve verandering van identiteit, waardoor iemand gecommiteerd is om zich ook op de lange termijn aan de wet te houden. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen primaire, secundaire en tertiaire desistance.
Desistance kenmerkt zich door een natuurlijk, dynamisch proces dat, net als andere gedragsveranderingen, verloopt via ambivalentie en aarzeling, vallen en opstaan en hoop en wanhoop. De desistance-benadering focust zich op gebeurtenissen in de levenloop van delinquenten, waarmee veranderingen in identiteit, sociale rollen en toekomstperspectief gepaard gaan. Interventies dienen aan belangrijke levensloopgebeurtenissen en levensdoelen bij te dragen en hiervoor kansen te creëren; zodoende wordt van strength-based interventies gesproken. Het stoppen met delictgedrag dient dus samen te gaan met het ontwikkelen van een prosociale identiteit, alsook met externe mogelijkheden en kansen om aan deze veranderde identiteit uitdrukking te kunnen geven en een positieve toekomst te kunnen realiseren (hooks for change).
Wat is het verschil tussen primaire, secundaire en tertiaire desistance?