hfs 6 Flashcards

(82 cards)

1
Q

ovulatie

A

14e dag van een gemiddelde menstruatie cyclus, eitje komt uit de eierstok in de lichaamsholte en wordt opgepikt door de fimbriae van de eileider

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

zona pellucida

A

laagja van de eicel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

hyaluronidase

A

enzym wat de spermacel uitscheidt om de zona pullucida op te lossen, waardoor de spermacel het eitje kan penetreren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

kans op bevruchting toenemen

A
  • vaccinaties bijhouden
  • genetisch testen
  • bloedsuikerspiegel
  • stoppen met drugs, alcohol en tabak
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

zygote

A

bevruchte eicel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

embryonale fase

A

eerste 8 weken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

verschillende lagen embryo

A
  • ectoderm
  • endoderm
  • mesoderm
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

ectoderm

A

centraal zenuwstelsel en huid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

endoderm

A

organen, spijsverteringsysteem en adenhalingssysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

mesoderm

A

spieren, skelet, verbindingsweefsel en voortplantingssysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

cefalo-caudale volgorde

A

eerst het hoofd en daarna het lichaam

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

foetus

A

vanaf 9 weken tot geboorte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

support system embryo

A
  • placenta
  • navelstreng
  • amniotic fluid
  • uitscheiding human chorionic gonadotropin
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

placenta

A

massa van weefsel wat het embryo omvat in vroege ontwikkeling en zorgt voor voeding voor de groei

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

navelstreng

A

wordt gevormd in de vijfde week van de embryonale ontwikkeling en zorgt ervoor dat de voedingsstoffen bij de foetus terechtkomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

amniotic fluid

A

onderhoudt de foetus met een constante temperatuur en dienst als een stootkussen voor mogelijke beschadigingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

uitscheiding human chorionic gonadotropin

A

hormoon dat gemeten wordt bij zwangerschapstesten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

eerste trimester

A

kleine massa cellen ingenesteld in de baarmoeder, ontwikkeld tot een foetus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

tweede trimester

A

vrouw kan de baby voelen bewegen en de arts kan de hartslag van de foetus waarnemen vanaf 18e week

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

derde trimester

A

foetus draait in de baarmoeder in de lengteligging om zo in hoofd-naar-bendeden ligging te komen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

week 3-4

A

ontwikkeling van het hoofd, zenuwstelsel begint te vormen en ruggengraat is gevormd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

week 5

A

vorming van navelstreng

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

week 4-8

A

ontwikkeling uitwendige lichaamsdelen; ogen, orden, armen, handen, vingers, benen, voeten en tenen, ontwikkeling organen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

week 14

A

foetale beweging of versnelling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
week 18
foetale hartslag kan worden waargenomen door arts
26
week 24
foetus is gevoelig voor licht in geluid in de baarmoeder
27
week 28
vetafzettingen worden gevormd, waardoor baby mollig uitziet
28
week 29-geboorte
snelle groei
29
fysieke veranderingen moeder 1e trimester
- toename hormonen - borsten zwellen en tintelen - vaker plassen - sommige ervaren ochtend misselijkheid - toename vaginale afscheiding - vermoeid of slaperig
30
psychologische veranderingen 1e trimester
- emotionele staat varieert - angst miskraam - hogere levels stress
31
fysieke veranderingen 2e trimester
- bewustwording foetale houding - edma (vocht vasthouden) - colostrum; dun, melkachtig gekleurde vloeistof
32
psychologische veranderingen 2e trimester
- angst miskraam verminderd - spanning rondom bevalling nog niet aanwezig - kleinere kans depressie - iets minder gespannen
33
fysieke veranderingen 3e trimester
- baarmoeder groot en hard - meer foetale activiteit - braxton-hicks; pijnloze samentrekkingen van de baarmoeder
34
psychologische veranderingen 3e trimester
- eerder benoemde patronen
35
risico's moeders met overgewicht
- hypertensie - gestational diabetes - keizersnee
36
risico's voor de baby
- spina bifida - hydrocephalus - gespleten gehemelte
37
effecten antibiotica
kan foetus beschadigen, gekleurde tanden, doofheid
38
effecten alcohol
foetaal alcohol syndrome; uiterlijke kenmerken en een laag IQ en dus laag cognitief functioneren
39
cocaine
risico vroeggeboorte en laag geboortegewicht
40
marijuana
risico op vroeggeboorte, verminderde foetale groei en laag geboortegewicht
41
steroiden
masculinisatie van de vrouwelijke foetus
42
roken
vertraagde foetale groei doordat minder voeding en zuurstoffen naar het kind kunnen, astma, cognitieve problemen, ADHD en antisociaal gedrag
43
SSRI's
lager geboorte gewicht, slechte neonatale adaptie
44
chemische stoffen
verf, cosmetica en schoonmaakmiddelen: aandachtstekort en hyperactiviteit
45
problemen bij zwangerschappen
- ectopic pregnancy - pseudocyesis - zwangerschaps-geindduceerde hypertensie - vroeggeboorte - virale infectie tijdens de zwangerschap - aangeboren afwijkingen - miskraam
46
ectopic pregnancy
buitenbaarmoederlijke zwangerschap, bevruchte eitje nestelt zich ergens anders dan de baarmoeder
47
pseudocyesis
schijnzwangerschap
48
hypertensie
- hypertension - pre-eclampsia - eclampsia
49
hypertension
verhoogde bloeddruk
50
pre-eclampsia
vergoode bloeddruk gepaard met gegeneraliseerde edma enproteinuria
51
eclampsia
verhoogde bloeddruk, stuiptrekkingen, mogelijke coma en dood
52
vroeggeboorte
vroegtijdig bevallen is de belangrijkste complicatie. er is een cognitieve en motorische beperking/verslechtering en ze laten angst, depressie en aandachtsproblemen zien
53
virale infectie tijdens zwangerschap
bepaalde virussen kunnen door de placentrale barriere heen komen en schade toebrengen aan de foetus
54
aangeboren afwijkingen
kunnen komen door middelengebruik of genetische/chromosomale afwijkingen
55
vruchtwaterpunctie
haalt wat vruchtwater uit baarmoeder om te onderzoeken of er afwijkingen zijn
56
miskraam
wanneer een zwangerschap op een natuurlijke oorzaak stopt
57
begin van de bevalling
- afscheiding van bloederig slijm - Braxton-Hicks kunnen verergeren
58
eerste fase bevalling
samentrekkingen veroorzaken effacement (uitdunning) en dilation (ontsluiting) bij de baarmoederhals
59
begin eerste fase
weeen ver uit elkaar, effacement en dilation gaan door
60
later eerste fase
weeen vaker en intenser, ontsluiting tussen 5-8 cm
61
overgangsfase
weeeen zijn sterk, ontsluiting van 8-10 cm, toenemende pijn en vermoeidheid
62
tweede fase bevalling (delivery)
baarmoederhals is helemaal uitgezet, hoofd baby begint te bewegen richting vagina
63
episiotomy
inknippen wanneer er niet genoeg ruimte is voor de baby om eruit te komen
64
derde fase bevalling
placenta komt los van de wand van de baarmoeder en nageboorte vind plaats
65
keizersnee
chirurgische procedure wat voor bevallen wordt gebruikt. wordt een snee gemaakt door de buikspieren en baarmoeder wand
66
lamaze methode
ontspanning en gecontroleerd ademen, helpt tijdens bevalling
67
postpartum blues
stemmingwisselingen, depressief gevoel, geirriteerd
68
postpartum depressie
milde tot gemiddelde depressie na de bevalling gekenmerkt door depressieve stemming, insomnia, huilerigheid en gevoel van ontroereikendheid
69
postpartum psychosis
zeldzame ernstige depressie, wordt gekenmerkt door rusteloosheid, irriteerbaarheid, onderbroken slaap, ongeorganiseerd gedrag
70
prolactine
stimuleer borsten om melk te produceren
71
oxytocine
stimuleert borsten om melk vrij te geven
72
onvruchtbaarheid
refereert naar niet zwanger kunnen raken van een vrouw of een man die niet kan bezwangeren
73
oorzaken onvruchtbaarheid vrouw
- eileider ontsteking - ovulatieproblemen - blokkade van de eileiders - vijandig slijm - blootstelling aan schadelijke stoffen - roken - alcohol of drugs
74
oorzaken bij mannen
- infectie voorplantingsysteem - laag aantal zaadcellen - obesitas - omgevingsoestrogeen - blootstelling aan bisfenol - hoge leeftijd
75
behandelingstechnieken onvruchtbaarheid
- kunstmatige inseminatie - spermabank - reageerbuisbaby - embryo-transfer - GIFT
76
kunstmatige inseminatie
sperma wordt kunstmatig in de vagina, baarmoeder of eileiders gebracht
77
spermabank
bevroren sperma
78
reageerbuisbaby (IVF)
sperma en een eitje worden samengevoegd in schaaltje tot er meerdere embryo's zijn, en worden erna de baarmoeder in geplaatst
79
ISCI
verbeterde versie van IVF, enkele spermacel in cytoplasma van ei geinjecteerd
80
embryo transfer
embryo wordt van de baarmoeder van de ene vrouw overgebracht naar de baarmoeder van een andere vrouw
81
GIFT
sperma en eitjes worden verzameld en samen in de eileider gestopt
82